Londen tempert Brussels hoop

Het staat nog allerminst vast dat er een Europese grondwet komt. Maar áls dat mocht lukken, dan kunnen referenda de invoering tegenhouden.

En weg was de hoopvolle stemming in de Europese vergadercentra Brussel en Straatsburg dat de zoveel besproken grondwet er nu toch echt aan zat te komen.

Het besluit van de Britse premier Tony Blair een eventuele Europese grondwet ook in zijn land aan een referendum te onderwerpen heeft veelal tot bezorgde reacties geleid. Onder Brusselse politici en diplomaten bestaat de vrees dat een volksraadpleging in het Europa-kritische Verenigd Koninkrijk vrijwel zeker zal leiden tot het wegstemmen ervan. De eerste peilingen wijzen daar ook op.

Bovendien is de verwachting dat nog meer grote landen zullen volgen nu er in Groot-Brittannië komt. Bijvoorbeeld Frankrijk waar de socialistische oppositie al enige tijd vraagt om een referendum. Elk land extra met een referendum betekent tevens een extra risico voor de Europese grondwet als geheel. Want als de grondwet maar in één van de over tien dagen uit 25 landen bestaande Europese Unie níet wordt geratificeerd – of dat nu Malta is of Duitsland – zal deze nergens kunnen worden ingevoerd. Een rechtstreeks gevolg van weer zo'n Europese paradox: de grondwet die moet zorgen voor het fors terugdringen van het verlammende unanimiteitsbeginsel, kan alleen maar met unanimiteit worden ingevoerd.

In elk geval is de stemming in Europa door de jongste ontwikkelingen in Groot-Brittannië geheel omgeslagen. Tot vorige week was het gevoelen onder degenen voor wie Europa het dagelijks werkterrein is dat de grondwet voor Europa, het zo belangrijke werkstuk dat de Europese Unie zo veel meer werkbaar en zo veel meer doorzichtig zou maken, er dan toch eindelijk aan te komen. Ierland, de huidige voorzitter van de Europese Unie, was hard op weg een compromis te bereiken en het moest toch wel erg gek lopen als half juni tijdens de top van regeringsleiders niet een definitief akkoord over de grondwet zou worden bereikt.

Dat wás de stemming. Sinds deze week is er van die euforie weinig meer over nu Blair is overstag gegaan en de tekst van de grondwet aan een referendum zal worden onderworpen. Want de regeringsleiders hebben misschien straks dan wel een akkoord, maar als dat akkoord vervolgens bij een volksraadpleging wordt afgestemd, is er niet alleen geen grondwet, maar tegelijk een regelrechte crisis. De grondwet was immers juist nodig om het sterk uitgebreide EU bestuurbaar te houden.

Ondanks de optimistische retoriek van Blair gisteren in het Lagerhuis (`Let the issue be put. Let the battle be joined') is de kans dat de grondwet het bij een referendum ook na een uitvoerige campagne niet zal halen niet denkbeeldig. In Engeland was de afgelopen maanden de door de Conservatieven en boulevardpers aangevoerde roep om een referendum synoniem voor een uitspraak tegen Europa.

Maar in andere landen waar reeds eerder een volksraadpleging werd aangekondigd is die situatie niet veel anders. Dat geldt bijvoorbeeld voor Nederland waar sprake is van toenemende euroscepsis en de Europese grondwet nog tot weinig warme gevoelens onder de bevolking heeft geleid. Voorts zullen de bevolkingen van Denemarken en Ierland, landen die zich bij eerdere referenda al eens tegen Europa uitspraken, wederom hun oordeel kunnen geven. De meest `veilige' referendumlanden tot nu toe zijn Polen, Tsjechië en Portugal.

Nu Groot-Brittannië om is, is de vraag of de Franse president Chirac de druk zal weten te weerstaan. Dan kan Duitsland ook niet achterblijven, is de verwachting van Thomas Rupp, die coördinator is van het in Frankfurt gevestigde comité voor een Europees referendum dat in bijna alle EU-landen campagne voert voor een volksraadpleging over de grondwet.

Ongetwijfeld zal de referendumbeweging die door de ontwikkelingen in Groot-Brittannië een extra impuls heeft gekregen, ook van rechtstreekse invloed zijn op de aanstaande voortzetting van de onderhandelingen over de grondwet. De referendumlanden zullen extra gespitst zijn op `leuke dingen voor het eigen land'. Of andersom: ze kunnen niet al te veel concessies doen.

Het cruciale punt blijft dat een referendum over de over het algemeen zeer abstracte grondwettekst al gauw uit kan lopen op een stemming voor of tegen Europa. Zo zal het in elk geval worden uitgelegd. ,,Wil je in de Europese Unie blijven of niet. Daar gaat het bij het referendum om'', zo zei de Britse leider van de liberale fractie in het euroarlement, Graham Watson gisteren in Straatsburg. Fractievoorzitter Hans-Gert Pöttering van de christen-democratische EVP, de grootste partij in het europarlement, zei gisteren dat landen die tegenstemmen ook de Europese Unie maar moeten verlaten.

Net als zijn collega Watson kiest Pöttering als strategie de vlucht-naar-voren: hoe hoger de inzet, hoe groter de kans op aanvaarding. Als binnenkort de onderhandelingen over de grondwet tussen de 25 lidstaten worden hervat zal het allang niet meer alleen gaan over de zaken die in december zo moeilijk lagen. Allesoverheersend is straks de vraag hoe argwanende bevolkingen tot een `ja' voor de grondwet kunnen worden bewogen.