Leren leven van een analfabeet

De echte oorlog, de Tweede Wereldoorlog, is zwart-wit. Zodra het kleur wordt, verdwijnt de gewapende strijd even uit beeld en is er ruimte voor de strijd om het bestaan. In die ruimte voltrekt zich het verhaal van Les égarés (de verdwaalden). Het is, in handen van André Téchiné, een mooi verteld sprookje geworden, over een vluchtende burgermansfamilie onder leiding van wijze moeder Odile (Emanuelle Béart).

Het gezin komt na een luchtbombardement op hun konvooi tezamen met de wilde jongen Yvan (Gaspard Ulliel, een ontdekking) terecht in een afgelegen villa. Daar wordt het verhaal geladen met een broeierigheid die Téchiné overgiet met felgekleurde zomerbeelden. Zo wordt Les égarés een film die wrikt en wringt tussen schoonheid en woestheid en dat geeft het geheel lange tijd een bijzondere kwaliteit.

Gaandeweg wordt het allemaal meer ingevuld. De raadselachtige jongen is niet alleen een handige overlever in de natuur, die in tegenstelling tot de beschaafde burgers niet verloren is als hij zijn eten niet in de winkel kan kopen, hij is ook analfabeet en hij draagt wapens. Zo wordt het een film over beschaving in tijden van anarchie. De onderwijzeres Odile (,,ik ben bang van de dood, ik ben beschaafd'') kan dan nog wat leren van de analfabete Yvan.

Als Téchiné die sleutel tot zijn beelden heeft aangereikt, verdwijnt veel van de geheimzinnigheid, blijven de mooie beelden over en komt voorspelbaarheid om de hoek kijken. Er wordt goed gespeeld, er is goed gekeken, maar de film haalt niet het niveau van Téchinés eerdere en thematische verwante werk als Les voleurs of Le lieu du crime.

Les égarés. Regie: André Téchiné. Met: Emanuelle Béart, Gaspard Ulliel, Grégoire Leprince-Ringuet, Clémence Meyer, Jean Fornerod. In: The Movies, Amsterdam; Babylon, Den Haag.