Lazio-AS Roma: om de erfenis van Mussolini

Vorige maand werd de voetbalwedstrijd tussen Lazio en AS gestaakt wegens ernstige rellen. Vanavond wordt de Romeinse derby overgespeeld. De herinnering aan dictator Mussolini benevelt nog altijd de geest van veel voetbalfans.

Alessandra Mussolini paradeert graag op de eretribune van het Romeinse Stadio Olimpico. De politica van de rechts-radicale oppositiepartij Alleanza Nazionale geniet dan van het bewonderende applaus van de ultra's van Lazio. De Curva Nord wordt sinds de jaren zeventig geïnfiltreerd door de Irriducibili, de onverbeterlijken.

Met de Europese voetbalsuccessen van Lazio dreef ook de ware aard van het minst fraaie deel van haar fans boven. In het stadion hijst men zonder schaamte de hakenkruisvlag. Xenofobe huilpartijen joelen elke gekleurde speler van de tegenpartij ongenadig uit. In het centrum van Rome molesteren ze asielzoekers. Naar aanleiding van de Champions Leaguewedstrijd Lazio-Olympique Marseille (in 2000) omschreef de Franse pers het stadion van Lazio als `een oord van racistische kanker'. Na de dood van de Servische oorlogsmisdadiger Arkan werden spandoeken ontrold ter ere van `de tijger'. Ze golden ook als ode aan de Joegoslavische Lazioverdediger Mihajlovic, een vriend van Arkan én op dat moment geschorst door de UEFA wegens een scheldpartij tegen de zwarte Fransman Vieira.

Voor de toenmalige centrum-linkse coalitie liep de emmer toen over. Ze voerde verontrust een parlementair debat. De Laziofans kregen steun van Alessandra Mussolini, de kleindochter van de fascistische dictator Benito Mussolini, die tussen 1922 en 1943 met ijzeren vuist over Italië regeerde. De democratische oppositieleider Emilio Lusso beschreef in zijn beroemde dagboeken hoe Mussolini en zijn zwarthemden de macht grepen: `Ze plunderden, stichtten brand, martelden en moordden. Eerst vielen de socialisten, waarna ze zich vergrepen aan de katholieken en liberalen.'

Mussolini koesterde zijn lidmaatschap van Lazio, dat hij verweefde met zijn movemento. Hij zat in de jaren dertig bij elke thuiswedstrijd met zijn kinderen op de tribune. Hij liet het Stadio del Patrio Nazionale Fascista bouwen en propte het vol met zijn standbeelden. Lazio speelde er zijn thuiswedstrijden, vanaf 1928. In 1940 kwam ook AS Roma over.

Il Duce kon bogen op steun van industrie, koning en kerk. De culturele beau monde collaboreerde in de salons en luxebordelen van Mussolini's maîtresse met het schrikbewind. De dissidente auteur Alberto Moravia hekelde intussen in zijn romans vrolijk en scherp Mussolini's rijk. In De Maskerade stak hij zo helder de draak met een denkbeeldige dictator dat Mussolini het boek liet vernietigen. Il Conformista kende een sombere toonzetting. Moravia beschreef hoe brave burgers achter de façade van fatsoen fanatici werden en in 1937 de literaire broers Roselli vermoordden. Het boek werd een klassieker in de wereldliteratuur en een pleidooi tegen blinde volgzaamheid.

Mussolini sleurde met zijn megalomanie Italië de afgrond in, maar niet nadat zijn propagandamachine in 1934 het WK voetbal binnenhaalde om zijn rammelende regime te redden. De FIFA tuinde in Mussolini's mooipraterij. De politiek maakte zich meester van het voetbalfeest. Voor en na elke wedstrijd bracht de Italiaanse squadra de groet met de gestrekte arm, die massaal werd beantwoord door het opgefokte publiek.

De club van il biancocelesti (de wit-hemelsblauwen) werd in 1900 opgericht door de militair Liugi Bigiarelli. Hij noemde haar Lazio, naar één van de rijkere regio's van Italië. De stedelijke burgerij sympathiseerde met Lazio. Nog altijd, getuigt The Rough Guide of European Football: `Blitse boys met snelle Italiaanse sportcars en rinkelende mobieltjes maken de dienst uit op Lazio's eretribune.'

De Irriducibili recruteert pubers uit de urban jungle van de Romeinse voorsteden. De beweging propt hen vol met extreem-rechtse waanbeelden en lokt gevechten uit met gematigde fans van AS Roma, die traditiegetrouw met de linkerzijde sympathiseren. De Curva Sud waar de Boys AS Roma huizen, inwisselbaar met hun tegenhangers aan de overkant, daargelaten. Dit gezelschap sympathiseert met de rechts-radicale Movemento Sociale Italiano. AS Roma keert daarmee in wezen ook terug naar haar wortels.

In 1927 fuseerden de Romeinse clubs Alba, Fortitudo, Roman en Pro Roma tot Associazone Sportiva Roma. Grondlegger is de plaatselijke fascistische politicus Italo Foschi.

De gewelddadige stoottroepen schoten het voorbije decennium – na de crash van het traditionele Italiaanse politieke landschap – als paddestoelen uit de grond. De fascistische kernen van Forza Nueva en MS Fiamma Tricolore benutten als vanouds infiltratietechnieken in de stadions om leden te werven en het publiek te manipuleren. Roberto Fiore, de duce van Forza Nueva, windt er geen doekjes om: `Wij zien het voetbalstadion als een gedroomd middel om bij jongeren onze politieke overtuiging te lanceren.'

De reputatie van de Serie A kraakt onder racistische oproerkraaiers. De oerwoudgeluiden verspreiden zich als een olievlek over de hele natie. De stichting Football Against Racism in Europe stelde geschokt vast dat de vernederende kreten niet behoren tot de exclusieve woordenschat van neonazi's en skinheads. Hun afkeer voor donkere voetballers wordt gedeeld door brave huisvaders, vrouwen en kinderen. Er daalt vanaf de tribunes geen onverdeeld ongenoegen neer als zwarte spelers zoals Clarence Seedorf en Lilian Thuram weer eens verbaal worden gegeseld met krenkende beledigingen. In dit concert der wanklanken spelen de Romeinse rivalen de eerste viool.

De schaduw van de dictator hangt na zeventig jaar nog over het Stadio Olimpico en benevelt de geest van veel voetbalfans. Bij elke derby, steeds opnieuw.