Islam tweede religie in Limburg, na katholicisme

Moslims zijn de tweede religieuze groep in Limburg, na de rooms-katholieken. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is voor het eerst dat regionaal is onderzocht hoeveel mensen zich moslim noemen.

In Limburg zijn ongeveer tweemaal zoveel moslims als gereformeerden en Nederlands hervormden samen: bijna 4 procent. De rooms-katholieken zijn met bijna 80 procent van de Limburgers verreweg in de meerderheid. Ook in oostelijk Noord-Brabant is de islam de tweede religieuze groep. Het CBS heeft gekeken naar vier religieuze groepen: rooms-katholieken, gereformeerden, Nederlands hervormden en moslims. Ook is gemeten wie zich niet tot een religieuze gezindte rekent (40,7 procent van alle Nederlanders in Zuid-Nederland is de ontkerkelijking het geringst).

Buiten Zuid-Nederland, waar de rooms-katholieke kerk dominant is, is de islam in drie van de veertig door het CBS onderscheiden Nederlandse regio's de tweede groep: Groot-Amsterdam (12,7 procent moslim), de Zaanstreek (8,8 procent) en de agglomeratie Haarlem (6,4 procent). Ook daar zijn de katholieken de grootste groep. Maar het verschil tussen katholieken en moslims is klein in Amsterdam, want 15,3 procent noemt zich daar katholiek. In de regio's Den Haag en Rotterdam zijn moslims de derde groep, na katholieken en Nederlands hervormden.

Het CBS heeft ook regionale cijfers over de leefsituatie van Nederlanders gepubliceerd. Er blijken grote verschillen in de mate van tevredenheid met het leven. Mensen in Zeeland en Oost-Groningen zeggen beduidend minder vaak zich `buitengewoon' of `zeer tevreden' te voelen: rond de 37 procent, tegen 42,7 procent gemiddeld in Nederland.

De inwoners van Zeeuws-Vlaanderen bezoeken het vaakst een huisarts: 5,4 procent van hen had in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête in 2002 ten minste één keer contact met de huisarts. De overige Zeeuwen gaan het minst van alle Nederlanders naar de dokter: 2,8 procent (Nederland gemiddeld: 4 procent). Eén op de acht Nederlanders bezoekt wekelijks een café. Limburgers doen dat het vaakst.