In Indonesië zet Golkar de joker in

Golkar, sinds 5 april weer de grootste partij van Indonesië, koos vannacht generaal b.d. Wiranto als presidentskandidaat. Daarmee legde het zijn toekomst in handen van een man met een besmet verleden.

Het presidium van de partijconventie kondigt de tweede kandidaat aan: Akbar Tandjung (59), voorzitter van Golkar en van het nationale parlement. Het vrouwenkoor op het podium zingt een lied uit de Bataklanden van Noord-Sumatra, Tandjungs geboortegrond, en dan neemt hij het woord. ,,Ik hoef u niet uit te leggen wie ik ben'', zegt de kandidaat, ,,mijn leven is een open boek''. Hij herinnert de zaal aan zijn lange staat van dienst als kaderlid en aan de moeilijke jaren na de val van Soeharto, toen Golkar, de staatspartij onder diens regime, in Indonesië Kop van Jut was.

,,Om Golkar te beschermen heb ik menige beproeving moeten doorstaan'', zegt Bang (oudere broer) Akbar. Hij doelt op de verkiezingscampagne van 1999, toen Golkaractivisten het slachtoffer werden van molest, en op het langdurige proces tegen hemzelf. Tandjung werd tot tweemaal toe veroordeeld wegens verduistering van overheidsgeld ter financiering van de Golkarcampagne, maar werd op 12 februari vrijgesproken door de Hoge Raad. Die kruisweg heeft hem veel goodwill opgeleverd bij het partijkader en die hoopt hij te verzilveren nu de partijconventie een presidentskandidaat moet aanwijzen. Zonder zijn vier rivalen te noemen zegt Tandjung: ,,Iedereen heeft het recht mee te dingen naar het hoogste ambt, maar waar waren die anderen in 1999? Ik hielp Golkar uit het dal en nu zijn we weer de grootste partij!'' De zaal klapt enthousiast. De voorzitter lijkt de nominatie al op zak te hebben.

Dan is het de beurt aan de vierde kandidaat: generaal b.d. Wiranto (57). Het partijkoor zingt `Hallo Bandung', een patriottisch lied over de bevrijdingsoorlog tegen Nederland. Na een korte groet voor de `geliefde partijgenoten' vraagt hij aandacht voor een gefilmde boodschap. Uit de luidsprekers klinkt marsmuziek en over de reuzenschermen voorin de zaal flitsen suggestief gemonteerde beelden uit 1998. We zien studenten, die het parlementsgebouw bezetten, en president Soeharto, die in het Merdekapaleis zijn aftreden aankondigt. Stafchef Wiranto, in generaalsuniform met vier sterren, verklaart dat het leger de opvolging door vice-president B.J. Habibie eerbiedigt. Een sonore stem zegt: ,,In die dagen van volksoproer en chaos garandeerde generaal Wiranto een grondwettige machtsoverdracht. Hij weigerde de macht te grijpen en voorkwam dat het Vrijheidsplein in Jakarta een tweede Tienanmen werd. Het volk is hem dank verschuldigd.''

In zijn rede dient Wiranto rivaal Akbar Tandjung van repliek: ,,Niemand kan beweren dat hij het meest geleden heeft voor de partij en niemand kan de jongste overwinning op eigen conto schrijven. Dat succes is louter en alleen het werk van u, mannen en vrouwen van Golkar.'' Indonesië, zegt Wiranto, is in nood en heeft behoefte aan krachtig leiderschap. Dan haalt hij zijn slag binnen: ,,Het gaat er niet om wie wint op deze conventie; het gaat erom wie straks de race om het presidentschap wint. U dient een kandidaat te kiezen die het kan opnemen tegen de concurrentie en voor de grootste partij het hoogste ambt verwerft. Kaderleden van Golkar, kiest een winnaar!''

..Hij heeft gelijk'', zegt een afgevaardigde uit Makassar. ,,Als we Akbar kiezen, winnen we nooit van 'SBY'.'' Hij doelt op de gedoodverfde favoriet voor het presidentschap, de gepensioneerde generaal Susilo Bambang Yudhoyono. Diens Democratische Partij dook op uit het niets en haalde bij de parlemenstverkiezingen van 5 april ruimschoots de kiesdrempel. SBY, tot vorige maand minister in het kabinet van president Megawati Soekarnoputri, leidt in de polls met zo'n dertig procent, op grote afstand gevolgd door Megawati.

In de eerste stemronde eindigt Akbar Tandjung, die wordt gesteund door Golkarbesturen in het merendeel van de 32 provincies, net voor Wiranto, maar hij haalt geen absolute meerderheid. De drie andere kandidaten, twee zakenlui en een oud-generaal, vallen af.

In de beslissende tweede ronde, rond middernacht, wordt Tandjung met 315 tegen 227 stemmen verslagen door Wiranto. `De basis', afgevaardigden uit de ruim 400 regentschappen, kiest massaal voor `een winnaaar'.

Die keuze is riskant. Wiranto wordt door de internationale gemeenschap verantwoordelijk gehouden voor het bloedbad van september 1999 in Oost-Timor, toen nog een Indonesische provincie. De Oost-Timorezen hadden in een referendum voor onafhankelijkheid gestemd en daarop richtten pro-Indonesische milities, getraind door het leger, een ware furie aan. Ten minste duizend mensen kwamen om en 80 procent van de infrastructuur werd met de grond gelijk genaakt. Wiranto was destijds stafchef van de Indonesische strijdkrachten en geldt als het brein achter de milities. Wiranto heeft steeds volgehouden dat hij destijds zijn ,,uiterste best heeft gedaan om een bloedbad te voorkomen''.

Oost-Timor is sinds 2002 onafhankelijk. De justitie van het jonge staatje heeft Wiranto beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid en gevraagd om een internationaal arrestatiebevel. Als dat wordt uitgevaardigd en mocht Wiranto de verkiezingen winnen, krijgt Indonesië een president die bij een bezoek aan het buitenland kan worden opgepakt.

Een Golkarafgevaardigde haalt desgevraagd de schouders op: ,,Niet het buitenland, maar wij, Indonesiërs, maken uit wie onze president wordt.''