De lessen uit de Amercentrale

Ravage, traumatische taferelen en vijf doden. Het ongeval in de Amercentrale in Geertuidenberg was een ramp. De burgemeester heeft goed gehandeld.

Een enorme ravage, een reddingsactie van dagen en uiteindelijk vijf doden. Dat was de balans nadat een steiger was ingestort in een elektriciteitscentrale in het Brabantse Geertruidenberg ruim een half jaar geleden. Alle reden dus om de machinerie die in werking werd gesteld om de slachtoffers te redden nog eens onder de loep te nemen, zoals het Crisis Onderzoeksteam (COT) in opdracht van de gemeente Geertuidenberg heeft gedaan.

Wat het ongeval tot een ramp maakte, waren om te beginnen de onverwachte gebeurtenissen. De scenario's voor een ramp in de Amercentrale van stroomproducent Essent gingen meestal uit van een explosie, en daarop waren de oefeningen ook altijd gericht. Met het instorten van een immense steiger van 65 meter hoogte tijdens onderhoudswerkzaamheden in een stoomketel had niemand vooraf rekening gehouden.

Als op zondagochtend 28 september om 1.13 uur een beveiligingsmedewerker van Essent het alarmnummer 112 meldt dat een vuurhaard is ingestort en dat een aantal mensen is ingesloten, weet de centralist dan ook niet precies wat hij met de melding aan moet. Als om 1.30 uur de eerste hulpverleners ter plaatse zijn, treffen zij een zeer onoverzichtelijke situatie. Er is een steiger ingestort waarop acht gritstralers aan het werk waren, het ingestorte materiaal blokkeert de enige ingang van de stoomketel, bij de ketel maken compressoren voor luchttoevoer en de gritstralen een enorme herrie, een groep mensen biedt op indringende wijze hulp aan: Amerikaanse lassers en Turkse gritstralers die de aanwezige ploeg zouden aflossen, alsmede steigerbouwers, schoonmakers en medewerkers van Essent. Eén van de mannen had tien minuten voor de instorting de ketel verlaten omdat de zuurstoftoevoer van zijn masker lekte.

Wat het ongeval verder tot een ramp maakt, is dat het bevrijden van de slachtoffers uiteindelijk zes volle dagen zal duren. Het is een voor alle betrokkenen traumatische week. Het is een zware operatie geweest, zo blijkt ook uit de evaluatie van het COT, die over het algemeen goed is verlopen maar waaruit toch wel enige lessen te trekken zijn. Als een van de meest pijnlijke kwesties ervaren de betrokkenen de weinig tactvolle wijze waarop het openbaar ministerie de familie van de gevonden slachtoffers bejegende. Een enkeling spreekt later van een ramp binnen de ramp, als het gaat om de sectie op een van de Turkse slachtoffers, waarbij diens hersenen zijn verwijderd, tegen de uitdrukkelijke wens van de familie in, maar ook zonder gedegen uitleg over de noodzaak.

Het openbaar ministerie hield ook publicatie van beelden van de ravage tegen, die latere getuigen zouden kunnen beïnvloeden, maar het effect was dat de hulpverleners grote moeite hadden om duidelijk te maken voor welke moeilijke opgave zij stonden.

Wat het ongeval tenslotte tot een ramp maakte, is de mediagenieke onzekerheid over het lot van de slachtoffers in de stoomketel. In de eerste uren na het ongeval worden er nog successen geboekt. Om 3.40 uur, tweeënhalf uur na de instorting, kan een van de Amerikaanse lassers worden bevrijd via een gat dat is geslepen in de zijkant van de ketel. Hij is in goede conditie en heeft zeven meter geklommen om de bovenste vloer te bereiken. Tien minuten daarvoor was een tweede slachtoffer ontdekt, een Amerikaan die door te schreeuwen duidelijk kan maken waar hij ligt, bekneld door een steigerplank die hij met een aangereikte slijptol zelf kan doorzagen. Enkele uren daarna wordt ook een Turkse gritstraler ontdekt, die vrijwel geheel onder het puin is bedolven en pas twintig uur later kan worden bevrijd. Maar daarna blijft het stil. Medici verklaren dat de kans op overlevenden nihil is. Het rampenteam van burgemeester Mathieu Meijer besluit de voor reddingwerkers zeer risicovolle reddingsoperatie terug te schalen naar een minder gevaarlijke bergingsoperatie, waarbij de slachtoffers naar verwachting pas vijf tot zeven dagen later onderin de ketel zullen worden aangetroffen. Een zeer moeilijke beslissing, vindt de burgemeester, die hij later prompt terugdraait als al vrij snel weer een, overleden, werknemer wordt gevonden. Toen flakkerde de hoop weer op, maar een nieuwe wonderbaarlijke redding bleef uit.

Het COT heeft wel begrip voor deze psychologie, maar vindt toch dat burgemeester Meijer aan zijn enig juiste besluit had moeten vasthouden. Het is een van de weinige fouten die er zijn gemaakt tijdens de rampweek, stelt het COT, een fout die bovendien niet van invloed is geweest op leven of dood. Burgemeester Meijer wordt in het rapport meermaals gecomplimenteerd voor zijn daadkracht.