De grootste ommezwaai in Blairs carrière

De Britse eurosceptici hebben de slag voorlopig gewonnen: er komt een referendum over de Europese grondwet. Het wordt volgens premier Blair een volksstemming over de vraag ,,of ze zich terugtrekken in de marge'.

De publieke tribune in het Lagerhuis is in de paasvakantie afgesloten met een wand van kogelvrij glas om de politici in de groene bankjes eronder te beschermen tegen een aanslag. Maar met de belofte een referendum uit te schrijven over een Europese constitutie heeft premier Blair geen einde gemaakt aan zijn kwetsbaarheid voor het volk.

In het benauwde halfuurtje waarin hij gisteren de grootste ommezwaai van zijn carrière bekend maakte, gaf Blair toe dat de eurosceptici de propagandaslag met hun ,,mythes' over Europa voorlopig hebben gewonnen. Veel, en volgens de peilingen de meeste Britten lijken te denken dat ,,Europa eerder een samenzwering tegen ons is, dan een op maat gemaakt partnerschap om ons nationale belang na te streven in een moderne wereld van onderlinge afhankelijkheid', aldus Blair.

De strekking van het referendum gaat volgens hem daarom verder dan de grondwet alleen. Het moet ,,voor eens en altijd' vastleggen of het Verenigd Koninkrijk ,,zich in het van hart van de Europese besluitvorming' wil opstellen en duidelijk maken of ,,het ons lot is een leidende partner te zijn'. Het alternatief dat de eurosceptici bieden, betekent volgens hem dat het land zich ,,als een buitenlid' van de Unie ,,terugtrekt naar de marge'.

Zo verhoogde Blair de inzet. Hij hoopt dat de meeste Britten uiteindelijk te bang zullen zijn dat een `nee' het Verenigd Koninkrijk in Europa buitenspel zet zonder geloofwaardig alternatief. Zijn besluit is een sluwe politieke zet: het dwingende tijdschema van voorbereidende wetgeving, parlementaire ratificatie en een campagne van minimaal tien weken maken het zo goed als zeker dat een referendum niet vóór oktober 2005 kan worden gehouden. Daarmee slaat hij de Conservatieven een wapen uit handen in de campagnes voor de Europese verkiezingen, in juni, en voor de parlementsverkiezingen, verwacht in het voorjaar 2005. Bovendien zijn de onderhandelingen over de grondwet nog lang niet afgerond. Door een `nee' in Brussel boven tafel te laten zweven, zou Blair de Britse onderhandelingspositie hebben vergroot.

Maar hij neemt ook een geweldige gok. Het `nee' dat de peilingen nu voorspellen, zou zijn aftreden verzekeren en een Britse instap in de euro is dan zeker van de baan. Bovendien schept het een crisis op Europese schaal, omdat unanimiteit voor de grondwet vereist is.

Een deel van zijn partij gelooft dat Blair met zijn late bekering zijn geloofwaardigheid heeft verspeeld. Hij sloot immers een referendum een jaar lang categorisch uit, omdat een grondwet de Britse relatie met de Europese Unie niet fundamenteel zou wijzigen. Ze zien een knieval voor de eurosceptische pers, die schrijft dat Europa de Britse soevereiniteit uitholt. Rupert Murdoch, de fel anti-Europese eigenaar van The Times en The Sun, zou hebben gedreigd de steun van zijn kranten in te trekken zonder referendum. Downing Street heeft intussen toegegeven dat Blair een ,,routine-ontmoeting' heeft gehad met een gezant van de tycoon. Met zijn besluit zou Blair zijn interne gezag bovendien verder uithollen. Hij nam het cruciale besluit opnieuw in een opwelling, en opnieuw zonder ruggespraak met partij en het voltallige kabinet. Neil Kinnock, Eurocommissaris en oud-partijchef, voegde eraan toe dat Blair er de positie van zijn land in Europa ,,ernstig [mee] destabilieert'.

Voor Michael Howard, de Tory-leider, leek Blairs Lagerhuis-optreden in eerste instantie prijsschieten. Zoetsappig herinnerde hij eraan dat Blair tijdens zijn laatste partijcongres nog had gezegd ,,geen achteruitversnelling' te hebben. Maar nu kon het land ,,zijn versnellingsbak horen knarsen', aldus Howard. Maar Blair, die verder geen toelichting gaf op zijn `U-turn' en zelfs het woord `referendum' niet in de mond nam, dwong hem daarna toch in het defensief. Hoe kon het dat de Tories, onder wie de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Howard zelf, na het fundamentele verdrag van Maastricht, in 1992 ondertekend door Tory-premier Major, tegen een referendum hadden gestemd? Ook nam hij succesvol het Tory-standpunt op de korrel om alle verdragen die in de grondwet samenkomen opnieuw te willen openbreken. Ook daarvoor is unanimiteit vereist en het zou het Verenigd Koninkrijk in de onhoudbare positie van ,,één tegen 24' brengen, aldus Blair.

Met zijn beslissing om de wijdere Britse rol en positie in Europa tot inzet te maken, tekende Blair de loopgraven in de kaart. Maar zijn overtuigingskracht is onzeker en dat heeft hij aan zichzelf te wijten. Na zijn aantreden in 1997 beloofde hij ook al dat hij na de Tory-jaren van afzijdigheid en ambivalentie het land ,,opnieuw een plaats in het hart van Europa' zou geven. Sindsdien heeft hij het gevecht daarover in eigen land ontweken. Zijn transatlantische reflexen in de Irak-crisis hebben zijn gezag verminderd. Zijn weigering om kritiek te leveren op de steun van president Bush aan Israël verzwakt het verder. Blair hoopt dat de oude verdeeldheid over Europa binnen de Tories opnieuw zal oplaaien. En dat een jaar genoeg is om de zwevende kiezers over te halen. Dat lukte Labour ook in 1975, toen Labour een referendum uitschreef over het Britse lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. Voorlopig hebben dus beide kampen nog alles te winnen. En te verliezen.

Gerectificeerd

Gordon Brown

In het fotobijschrift bij De grootste ommezwaai in Blairs carrière (21 april, pagina 5) staat dat de Britse premier Blair wordt gadegeslagen door minister Banks van Financiën. Dit moet zijn: minister Gordon Brown.