De bekering van een modelburger

Hoe complex een terreurnetwerk is, toont het verhaal van James Ujaama, de Amerikaanse modelburger die als terrorist werd ontmaskerd. Tweede verhaal in een serie over het moslimterrorisme.

Het verraad van de Amerikaanse modelburger James Ujaama, alias Abu Samaya, begon in het najaar van 2001 in Afghanistan. Eén van de meer dan zeshonderd `illegale strijders' die daar in Amerikaanse handen waren gevallen en naar het gevangenkamp in Guantánamo Bay op Cuba werden gestuurd, was tijdens ondervraging gezwicht en had de naam van Ujaama laten vallen.

De 36-jarige Ujaama was op dat moment in de Amerikaanse stad Seattle waar hij bekend stond als een jonge internetondernemer met een hart voor de samenleving. Zijn burgerinitiatief om kinderen uit achtergestelde gezinnen te weerhouden van drugsgebruik, was door menigeen bezongen en het Congres van de staat Washington had als blijk van waardering in 1994 zelfs een dag naar hem vernoemd: 10 juni heette voor één keer James Ujaama Day.

Maar van die glorie bleef na de bekentenis van de 22-jarige Brit, Feroz Abassi, op Guantánamo Bay niet veel meer over. Die vertelde zijn Amerikaanse ondervragers dat hij in 2000 samen met de modelburger uit Seattle naar Afghanistan was gereisd om steun te verlenen aan de Talibaan. Een handeling die toen al in strijd was met een presidentieel decreet dat hulp aan de Talibaan had verboden.

Na de arrestatie van Ujaama in juli 2002 sprak de Amerikaanse minister van Justitie John Ashcroft dan ook van ,,een belangrijke vangst die zeker zal leiden tot meer arrestaties''. Ujaama was niet alleen illegaal in Afghanistan geweest, hij zou ook actief betrokken zijn geweest bij het opzetten van een trainingskamp voor terroristen nabij het plaatsje Bly in de Amerikaanse staat Oregon.

Inmiddels komt Ujaama, die in februari van dit jaar werd veroordeeld, alweer bijna vrij: naar verwachting op 22 juli. Dat is opmerkelijk omdat dertien andere vermeende terroristen tussen de zeven en achttien jaar gevangenisstraf hebben gekregen. Zes Jemenitische Amerikanen uit Lackawanna nabij New York bekenden in december 2003 dat ook zij naar Afghanistan waren gereisd om te trainen met de Talibaan. En zeven mannen uit Portland bekenden in oktober 2002 het wel geprobeerd te hebben, maar nooit verder dan Pakistan te zijn gekomen. Toch werden ook zij zwaar gestraft.

De milde veroordeling van Ujaama, die in april 2003 werd aangeklaagd wegens het persoonlijk afleveren van geld, computers en een rekruut (Abassi) in Afghanistan, was vooral het gevolg van een overeenkomst met Justitie: Ujaama bleek over zoveel waardevolle informatie te beschikken dat over zijn straf kon worden onderhandeld. Dat maakt zijn zaak interessant en illustratief voor hetgeen de Amerikaanse inlichtingendiensten tot dusver te weten zijn gekomen over het functioneren van terreur.

De zaak Ujaama heeft een begin en een eind, en de vele rechtbankverslagen, nieuwsberichten en officiële verklaringen die er sinds zijn arrestatie zijn verschenen, geven een redelijk compleet beeld. Die illustreren hoe complex en vervlochten het terreurnetwerk is en op welke wijze haar stromannen daarin hebben geopereerd, zonder noodzakelijkerwijs zelf te weten dat ze er deel van uitmaakten.

De lastigste kwestie is en blijft: wat was het motief? James Ujaama geeft daar bij zijn veroordeling in februari zelf een vaag antwoord op: ,,Ik was het oneens met het beleid van de Verenigde Staten, maar ik erken nu dat er andere middelen waren geweest om dat kenbaar te maken.'' Het roept nieuwe vragen op. Waarom bekeert een gelauwerde Amerikaan zich tot de radicale islam? Op een later gevonden videoband, waarin Ujaama aan de zijde zit van de van terrorisme beschuldigde moslimgeestelijk Abu Hamza al-Masri uit Londen, is hij een en al haat jegens joden en christenen. Waar komt die woede vandaan?

De zaden van radicalisering moeten voor het eerst zijn ontkiemd in de nu gesloten Dar-us Salaam moskee in Seattle. Daar bekeerde de zwarte James Earnest Thompson zich begin jaren negentig tot de islam en daar ook veranderde hij zijn naam. De Dar-us-Salaam moskee bleek een broedplaats van moslimradicalisme waar ook mannen als de Sierra-Leoner Semi Osman predikten. Osman werd in mei 2002 gearresteerd door de FBI en ingerekend wegens wapenbezit.

Het moet vanuit diezelfde moskee geweest zijn dat Ujaama in contact is gekomen met Abu Hamza, de Egyptische geestelijke uit Groot-Brittannië die op dat moment predikt in de Finsbury Park moskee in Londen. Ujaama moet onder de indruk zijn geweest van de uitgesproken imam want in 1997 verhuist hij samen met zijn Somalische vrouw en dochtertje naar Londen en bied hij hem zijn diensten aan. De Finsbury Park moskee was een ontmoetingsplaats voor radicale moslims, want ook de Franse Marokkaan Zacarias Moussaoui (de vermeende `twintigste kaper' van 11 september) blijkt er te zijn binnen geweest.

Twee jaar later, in 1999, keert Ujaama weer terug naar Seattle en begint hij zijn zoektocht naar een geschikte plek voor een trainingskamp voor terroristen. Wanneer hij die plek in Bly gevonden denkt te hebben stuurt hij een fax naar Abu Hamza waarin hij verslag doet van zijn bevindingen. Het is een terrein dat hem aan Afghanistan doet denken, schrijft hij, een plek waar hij op dat moment nog nooit is geweest. Het is die fax, die hij vanuit een Kinko-kopieerwinkel in Seattle verstuurt, die uiteindelijk als voornaamste bewijs tegen hem zal worden gebruikt.

Als Abu Hamza twee van zijn mensen in oktober van dat jaar ter inspectie naar Seattle stuurt, reageren die teleurgesteld. De twee mannen, Oussama Kassir, een in Libanon geboren Zweed, en Haroon Aswar, een Pakistaan, zijn woedend op Ujaama, want op het terrein staan geen barakken waar manschappen ondergebracht kunnen worden.

Het wordt Ujaama niet persoonlijk aangerekend want in 2000 is hij weer terug in Londen. Daar zet hij een website op voor Abu Hamza. Hij doet dat onder de naam Abu Samaya. Het is een site in de traditie van Abu Hamza, vol opruiende taal tegen `het verderfelijke Westen'. Alweer in opdracht van de imam uit Londen vergezelt Ujaama Abassi naar Afghanistan. Daar wordt Ujaama ziek en, zo meldt de Seattle Times, wordt hij behandeld door niemand minder dan Ayman al-Zawahiri, de Egyptische arts en rechterhand van Osama bin Laden.

Hoe lang Ujaama in Afghanistan is gebleven, is onduidelijk. Wel probeert hij na de aanslagen van 11 september 2001 nog een keer te gaan. Nadat dat mislukt, loopt hij in de zomer van 2002 in Seattle tegen de lamp.

Inmiddels is duidelijk dat de Amerikaanse justitie Ujaama heeft bewerkt om te getuigen tegen Abu Hamza. Maar hoewel de Verenigde Staten de Egyptenaar officieel tot `terrorist' hebben bestempeld, en de Britse regering hem zijn Britse staatsburgerschap probeert te ontnemen, verblijft hij nog altijd in Londen. Het preekverbod dat hem in februari 2003 is opgelegd ontloopt hij door buiten de moskee op straat te prediken.

De FBI heeft verklaard dat Abu Hamza laaiend is over het verraad van Ujaama. Niemand weet of die zijn leven na zijn vrijlating nog zeker is. Daar zal de gevallen modelburger Ujaama mee moeten leren leven.

De eerste aflevering verscheen 17 april in het Zaterdags Bijvoegsel.