`De argumenten vóór lijfstraf klinken plausibel'

Een Hindoestaanse vrouw die in het vrije Nederland niet mag schrijven wat ze denkt. Een rector die lijfstraf toepast op een Marokkaanse leerling. Twee theatervoorstellingen, te zien in de manifestatie De Grondwet.

De grondwet: iedereen vindt dat wij ons eraan moeten houden, maar waaráán precies, dat weten we niet. Wel vrezen velen dat de grondwet door de massale immigratie onder druk komt te staan. Explosieve materie en ingewikkeld genoeg voor het zoveelste debat. Theatergroep De Nieuw Amsterdam pakt het anders aan. Ze gaf acht auteurs de opdracht een eenakter te schrijven. Over een artikel uit de Nederlandse Grondwet. De resultaten zijn tot en met zondag in drie Amsterdamse theaters te zien.

Met als opening de voorstelling Lijfstraf van Pieter Hilhorst. En, in een ander theater, Men Zegt. Zegt Men van Chitra Gajadin. Hilhorsts stuk gaat over de onaantastbaarheid van het lichaam, ofwel artikel 11. Artikel 7, over de vrijheid van meningsuiting, is Gajadins thema.

De Hindoestaans-Surinaamse schrijfster, die in 1972 naar Nederland kwam, formuleert bedachtzaam: ,,Aan de ene kant denk je dat alles kan en mag in Nederland. Aan de andere kant ontdek je dat er aan je vrijheid van meningsuiting grenzen zijn. In mijn stuk legt de familie van de hoofdpersoon die grenzen op. Omdat deze hoofdpersoon over haar familie kritische dingen schrijft.'' Zoals? ,,De hypocrisie, de schijnaanpassing, de onderdrukking van vrouwen en van emoties.''

Wat dat laatste betreft: ,,Gevoelens zijn onbespreekbaar. Je moet je lot maar aanvaarden, is de gedachte, misschien komt het dan wel goed.'' Vooral de vrouwen moeten zich schikken: ,,Rond hen concentreren zich alle taboes. Zonder man zwanger zijn is absoluut ondenkbaar. Men reikt zo'n meisje dan onverdunde azijn aan waarmee ze zelfmoord kan plegen. Of ze wordt uitgehuwelijkt zonder dat iemand het weet.''

De moeder in Gajadins autobiografische stuk werd uitgehuwelijkt toen ze dertien was. ,,Ze was nog niet volwassen, ze wist niet hoe ze met emoties moest omgaan en wij kinderen moesten bedelen om haar aandacht. Helaas heb ik haar gedrag gekopieerd. Als er problemen waren wist ik ook niet wat voor gesprekken ik met mijn kinderen moest voeren. Ik was bang om hen aan de vrijheid te verliezen.''

De verhouding met de moeder, en ook met een broer, staat in het stuk op scherp omdat de hoofdpersoon hen met naam en toenaam in haar columns noemt. Had zij niet beter gefingeerde namen kunnen gebruiken? ,,Nee, dan blijf je steken in dezelfde voorzichtigheid die ik bekritiseer. Soms moet je de dingen helder stellen.'' Dat riekt naar persoonlijke wraak. ,,Ik vind het gewoon oprechtheid. Als de tegenpartij zich beledigd voelt, kan ze weerwoord geven. Maar niet, zoals in mijn tekst, met dreigementen. Dreigen is een vorm van geweld die niet te tolereren valt. In geen enkele situatie.''

En dan Pieter Hilhorst. Hij zegt: ,,De grondwet gaat over het beheersen van conflicten. Theater gaat over de omgang met conflicten. Dus is de grondwet bij uitstek theatraal.'' In Hilhorsts eenakter wordt een Marokkaanse jongen lijfelijk gestraft door de rector van zijn school. Jaren later ontmoet zijn zus de rector en een onconventionele afrekening volgt. Hilhorst: ,,Die zus heeft iets verwrongens. Naar de buitenwereld toe verdedigt zij haar broer terwijl ze eigenlijk een heel zwart beeld van hem heeft. Ook zij draagt schuld, omdat ze haar broertje anders wilde zien dan hij was.''

In dat opzicht lijken de drie karakters op elkaar: ze zien nooit het eigene van de ander. ,,Want die jongen ziet in de rector alleen maar een seksuele perverseling die hij kan chanteren. En de zus wil alleen maar het goeie van haar broer zien. En de rector ziet de jongen alleen maar als een Marokkaan die je moet aanpakken zoals alle andere Marokkanen. Zo leggen ze samen de kiem voor een tragedie.'' Hilhorst baseerde zijn stuk op een waar gebeurd voorval aan het Amsterdamse Calland Lyceum, waar de rector na een door de gewraakte leerling op band opgenomen lijfstraf werd geschorst.

,,Ik heb'', zegt de auteur van Lijfstraf, ,,geprobeerd om die rector zo sterk mogelijk te maken. Zijn tirade waarin hij beweert dat iedereen je met het wetboek om de oren slaat zodra je wat aan problemen wilt doen in Nederland, ja, daar zit iets in. Als een leerling 76 traangasbusjes in zijn kluisje heeft, dan is er iets goed mis. Dan is dat wapenhandel. De argumenten van de rector vóór de lijfstraf klinken in het begin heel plausibel. Maar aan het eind worden ze omgekeerd. Redenen als: de gestrafte leert er wat van, het sluit aan bij de Marokkaanse cultuur, het heeft niks te maken met wellust of frustratie – die gaan ineens niet meer op als de zus de rector een lijfstraf oplegt.''

Wat kan theater dat een debat niet kan? ,,Theater biedt tegenwicht aan de vrijblijvendheid. Niet alleen door er personages bij te doen maar ook door te verwarren. Door iets wat helder is ingewikkelder te maken.'' En wat schiet je daarmee op? ,,Het geeft je, hopelijk, dit inzicht: gemakzucht en gebrek aan precisie maken meer kapot dan je lief is.''

Manifestatie De Grondwet: t/m 25 april in De Balie, De Melkweg en Bellevue, Amsterdam. Inl: 020-6278672, www.degrondwet.nl.