De aartsvader van de televisie

Erik de Vries, die gisteren op 91-jarige leeftijd is overleden, wist zich zijn leven lang nog precies te herinneren op welk moment hij de aartsvader van de Nederlandse televisie werd. Het was in 1935, toen op het Philips-laboratorium in Eindhoven werd geëxperimenteerd met tv-beelden. De mannen in hun witte jassen hadden een camera op een testbeeld gericht en controleerden in een ander vertrek de scherpte van dit stilstaande beeld. De Vries opperde toen die camera door het raam naar het buiten te richten. Zo ontstond het eerste bewegende tv-beeld van Nederland: de binnenplaats van het laboratorium, met het zachtjes wiegende lover van de bomen.

De Vries was de laatste die nog kon getuigen van de oertijd van de Nederlandse televisie. Al in 1930 trad hij als jongmaatje bij Philips in dienst, om mee te werken aan de bouw van een op Nederlands-Indië gerichte radiozender. Maar na zijn bemoeienis met de camera, kreeg hij de leiding van de tv-experimenten – onder het motto: ,,Het is zaliger te zenden dan te ontvangen.'' Hij maakte er onder meer de allereerste sportuitzending: een voetbalwedstrijdje van Philips-employés in de tuin van het laboratorium, en verving de bruine bal door een witte, voor een beter contrast met de grasmat. Vervolgens reisde De Vries aan het hoofd van een Philips-karavaan naar de Balkan, om ook daar de zegeningen van het nieuwe medium te propageren. Als telg uit een sociaal-democratisch onderwijzersgeslacht raakte hij vervuld van de gedachte dat de televisie een belangrijke rol kon spelen bij het verwezenlijken van de wereldvrede: volkeren die elkaar zien, zullen elkaar op den duur begrijpen.

Toen hij in mei 1940 nog in de Balkan vertoefde, kwam het bericht dat Nederland was bezet. De Vries week uit naar Nederlands-Indië en zat drie jaar lang in een Jappenkamp. Na zijn terugkeer duurde het nog tot 1948 voordat Philips het tv-experiment hervatte. Drie jaar lang, drie avonden per week, was Erik de Vries samensteller en regisseur van alle uitzendingen, die door enkele honderden proefpersonen in en om Eindhoven werden bekeken. In ruil voor een tv-toestel stuurden zij ontvangstrapportjes. Tot de talloze artiesten die toen voor zijn camera kwamen optreden, behoorden ook Hans Snoek en het door haar opgerichte Scapino-ballet. Zij werd de vrouw van zijn leven.

Na een zware Philips-lobby stemde de regering erin toe om op 2 oktober 1951 in Nederland officieel met televisie te beginnen. Philips leverde gratis de apparatuur en betaalde ook nog twee jaar lang het salaris van De Vries, die de onwennige omroepmedewerkers het vak zou leren. ,,Met zijn lange lijf kon hij een camera omarmen als een geliefde,'' schreef regisseur Willy van Hemert, die een van zijn leerlingen was.

Zelf regisseerde Erik de Vries succesvolle tv-series als Pension Hommeles van Annie M.G. Schmidt (1957) en het veelbesproken Mies en scène met Mies Bouwman, waarvoor hij in 1966 de Nipkow-schijf kreeg. Tussendoor werkte hij ook in Costa Rica en op Curaçao mee aan de opzet van tv-stations. Hij was verder medeoprichter van Teleac en nam talloze andere tv-initiatieven.

Zijn laatste regie (voor de IKON) dateert uit 1985, maar ook daarna bleef hij onvermoeibaar pleiten voor het medium als venster op de wereld. ,,Televisie is de directe overbrenging van een reportage van een werkelijkheid'', luidde zijn definitie – en tot die werkelijkheid rekende hij ook toneelstukken, concerten en balletten. Het directe was voor hem vanzelfsprekend. Diep in zijn hart vond hij zelfs, dat vooraf opgenomen programma's geen echte televisie waren.

Tot op zeer hoge leeftijd namen de boomlange Erik de Vries en de kleine Hans Snoek gulzig alles in zich op wat het Amsterdamse kunstleven te bieden had. Maar na haar dood, in 2001, raakte hij zijn geestdrift kwijt.

Verloren liep hij in zijn met boeken en documenten volgestouwde huis door de leegte. Nu hij is gestorven, is er niemand meer die de televisie nog als een wonder kan zien.