David Carradine

David Carradine bleef beroemd als monnik uit de tv-serie `Kung Fu'. Tot Quentin Tarantino hem eindelijk castte als Bill in `Kill Bill'.

David Carradine nam zelf het initiatief. Nadat het Quentin Tarantino gelukt was met Pulp Fiction de carrière van John Travolta uit het slop te trekken, dacht de acteur dat het met de zijne ook wel zou kunnen lukken. Carradine belde Tarantino in 1996 op toen ze beiden verbleven op het filmfestival van Toronto. Dat telefoontje leidde uiteindelijk naar Carradines titelrol in Kill Bill. In deel 1 was alleen nog zijn stem te horen. In het nu uitgekomen deel 2 is hij, zoals de acteur zelf trots zegt, `all over the movie'.

Toen Carradine Tarantino die eerste keer aan de telefoon had, beweerde de regisseur hem in 99 van de 102 films waarin hij gespeeld had gezien te hebben. De meeste mensen kennen Carradine alleen, maar wel nog steeds, van de televisieserie Kung Fu, die begin jaren zeventig wereldwijd een grote hit was. In die serie speelde Carradine Kwai Chang Caine, een half-Chinese monnik die met behulp van kung fu door het Wilde Westen trekt. Naar verluidt was de hoofdrol eigenlijk geschreven voor Bruce Lee, maar meende de studio dat Amerika nog niet toe was aan een Chinese hoofdrolspeler. In een veramerikaniseerde versie werd de combinatie van oosterse filosofie en vechtsport met een western heel populair. Volgens Carradine rekte de serie de jaren zestig nog een beetje op, een tijdperk dat de acteur zelf ook nogal heftig beleefd had.

Na drie jaar had Carradine er genoeg van en wilde hij weer films gaan maken. Carradine, zoon van acteur John Carradine, had bijvoorbeeld al gespeeld in Martin Scorseses Boxcar Bertha. Even lukte het na Kung Fu de daard were op te pakken. Carradine speelde de hoofdrol in Bound for Glory (1976), een biopic over folksinger Woody Guthrie en was zelfs te zien in Ingmar Bergmans Het slangenei (1977). Ook deed hij mee in Walter Hills Long Riders (1980), een western waarin hij samen met onder meer zijn broers Keith en Robert Carradine de gang van Jasse James portretteerde. Na een uitstapje als regisseur van Americana (1981) verloor Carradine zijn carrière aan de drank en was hij vooral te zien in films die alleen echte filmgekken als Quentin Tarantino in zijn videotheek bereikten. Spijt heeft Carradine daar niet van. ,,Ik heb altijd in een geweldig huis gewoond, had sexy vrouwen om me heen, en een heleboel kinderen, honden en paarden, ik heb altijd goed gegeten en ik woon in Zuid Californië.''

In de jaren negentig probeerde hij toch weer terug te keren in een nieuwe kung-fuserie en schreef hij een boek over de vechtkunst en een autobiografie, Endless Highway. Carradine ziet Kill Bill niet als het eindpunt van zijn filmcarrière maar als het echte begin. Hij vindt zichzelf beter dan Clint Eastwood of Anthony Hopkins of Sean Connery. Eindelijk krijgen anderen de kans het met hem eens te zijn.