Bonus wint terrein dankzij de recessie

Dankzij de recessie wint prestatiebeloning aan populariteit. Bijna 90 procent van het hoger management en 60 procent van de hogere ambtenaren heeft een of andere vorm van variabele beloning, zo blijkt uit recent onderzoek van consultancybureau Atos KPMG. In 2001 was dat respectievelijk 80 en 40 procent. Ook in lagere functies wint prestatiebeloning terrein.

,,Bedrijven moeten beter presteren en trachten via prestatiebeloning het beste uit hun personeel te halen'', volgens Willem Zonnenberg van adviesbureau Hay Group. ,,Daar komt bij dat ondernemingen zich willen onderscheiden van concurrenten en hun personeel flexibeler willen inzetten om kosten te besparen. Dan kan variabele beloning goed werken.''

Ook het feit dat de vakbonden hun verzet tegen variabele beloning grotendeels hebben laten varen, werkt mee. Zonnenberg: ,,Het stond haaks op de gedachte `gelijk loon voor gelijke arbeid'. Nu beschouwen de bonden prestatiebeloning als een middel om in slechte tijden de koopkracht op te krikken.'' Werkgevers benutten de financiële ruimte die is ontstaan door het bevriezen van de lonen om bonussen uit te delen, volgens Rien Wiegeraad en Paul Welschen van Atos KPMG. ,,De afhankelijkheid van de klant is zo groot dat de prestaties van het individu belangrijker worden.''

Zonnenberg van Hay Group verwacht dat over vijf jaar driekwart van alle bedrijven ook voor het lager personeel een vorm van prestatiebeloning zal hebben. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Atos KPMG Consulting. ,,We zien dat het automatisch stijgen in salarisschaal en de periodiek plaatsmaken voor beloning van de individuele prestatie.''

LOOPBAAN: pagina 18