Baikonoer: Russische schroothoop met succes

Baikonoer is een kerkhof vol ruimteambities. Maar ook is het de grootste lanceerbasis ter wereld. Dat bovendien winst maakt.

's Werelds 432ste ruimtvaarder, André Kuipers, begon zijn ruimteavontuur maandag op hetzelfde lanceerplatform 1 waar de eerste ruimteman, Joeri Gagarin, op 12 april 1961 de aarde ontsteeg. De vlammenput was zes jaar daarvoor gegraven door sovjetsoldaten die dachten aan een sportstadion te werken. Afgebladderd beton, hier en daar wat roestplekken, maar verder is platform 1 nog in goede conditie.

De filosofie van Baikonoer is eenvoudig: als het nut heeft, gebruik het; als het kapot is, gooi het weg. Aan ruimte geen gebrek op de eindeloze Kazachse steppe. Met ruim 6.700 km² is Baikonoer de grootste raketbasis ter wereld. Het resultaat is een postapocalyptische woestenij: schroothopen, betonnen bunkers met ramen als dode ogen, rakethulzen omgebouwd tot garages. De stilte, de roedels zwerfhonden en de eenzame verkeersagent naast zijn houten hokje: Baikonoer ademt verlatenheid en verval.

Toch is Baikonoer meer dan vergane glorie. Sinds 1991 ligt de basis in het onafhankelijke Kazachstan, de afgelopen tien jaar is flink gesteggeld over de huur. De bekende tango van de postsovjetstaten: Rusland dat koppig vasthoudt aan wat het niet langer kan betalen, de Kazachen die zich vrijworstelen, maar toch willen delen in het nieuwe geld en de oude glorie. De lanceerbasis ligt in Kazachstan, omdat dit een verlaten steppegebied herbergt en zuidelijker ligt dan Rusland zelf – hoe dichter bij de evenaar, hoe meer de gelanceerde raket kan meeprofiteren van de draaiing van de aarde.

Maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie eisten de Kazachen meer dan 115 miljoen dollar per jaar, een aandeel in de winst van commerciële satellietlanceringen. Ze treiterden soms via hun douane, legden de basis soms zelfs stil.

En toch werkt alles. Maandag gaven de Russen op Baikonoer weer een staaltje van hun kunnen weg. Terwijl de Nederlandse gasten zich lieten overdonderen door het geweld van de Sojoez-raket, stonden Russische officieren wat te roken. ,,Eerste trap functioneert normaal'', kraakte het laconiek uit de luidsprekers. Sergej Gorboenov van het Russische ruimtevaartagentschap Rosaviakosmos gromde over de last op Ruslands schouders. Sinds de ramp met space shuttle Columbia ligt het Amerikaanse bemande programma stil, maar de Russen houden het internationale ruimtestation ISS draaiende. Op eigen kosten. ,,Rusland heeft zijn laatste broek uitgetrokken terwijl de VS en Japan hun ruimtevaartbudgetten snoeien. Dit kan zo niet veel langer'', zei Gorboenov.

Alleen Baikonoer voorziet het ISS nog van een levenslijn. De bemanningen vertrekken in een Sojoez-capsule, en vracht wordt geleverd door de al even antieke Progress-toestellen. De Sojoez-raket die de Delta-missie van ESA-astronaut Kuipers in haar baan schoot, verschilt slechts in detail van de raket die in november 1963 zijn debuut maakte. Hij weigert zelden dienst. Alleen in 1983 werd de `ontsnappingstoren' gebruikt, die de capsule als een champagnekurk een kilometer boven de exploderende raket schoot.

Antiek betekent niet passé in de rakettechnologie. De ESA koopt de komende jaren Sojoez-raketten om satellieten en sondes naar Mars en Venus te lanceren. In Kourou, Frans Guyana, is met de bouw van een Sojoez-lanceerplatform begonnen. Er zijn plannen voor een platform op de Christmas-eilanden, ten noorden van Australië. Ook is er het project `Sea-Launch', Russische raketten die vanaf boorplatforms opstijgen. Allemaal dicht bij de evenaar, efficiënter en goedkoper dan Baikonoer.

Rond `kosmodroom' Baikonoer werd het de afgelopen tien jaar stiller. De stad Baikonoer kromp met de Russische ruimtevaart mee, van 45.000 tot 19.000 zielen. ,,Wij kwamen van overal'', zegt een Russische ingenieur.

Baikonoer werd medio jaren vijftig gebouwd en was puur militair: hier compenseerden de sovjets met superieure intercontinentale raketten het Amerikaanse overwicht in bommenwerpers. De naam was bewust misleidend: het echte Baikonoer lag honderden kilometers verderop. Misschien zouden de Amerikanen – àls ze gingen schieten – hun raketten op dat Goelagstadje richten. Tot in 1988 verkleedden militairen zich bij buitenlands bezoek in burger om te simuleren dat de Sovjet-Unie een apart civiel ruimtevaartprogramma had. In het echt ging het altijd om de `verovering' van de ruimte, kosmonauten waren communistische gladiatoren die Amerika in het zand lieten bijten.

Vijftien jaar na de val van de Muur is Baikonoer geïnternationaliseerd. De bemande ruimtevaart van Rusland, de VS, de EU en Japan zijn gefuseerd in het ISS, westerlingen bivakkeren hier permanent. ,,De Russen gedragen zich nu heel ontspannen'', zegt Franco Bonacina van het Europese ruimtevaartagentschap ESA. ,,Heel anders dan NASA sinds 9/11, daar krijgen wij zelfs op het toilet een begeleider mee.''

De eerste keer dat Bonacina de lancering van een Europese ruimtevaarder begeleidde, begin jaren negentig, lag dat nog anders. ,,Overal wantrouwige soldaten met kalasjnikovs.'' Een paar Duitse fotografen sprongen stiekem op de trein die de Sojoez-raket naar zijn platform reed. Ze werden gevangen gezet. Bonacina: ,,Ik heb mijn Swatch-horloge van 15 euro aan commandant Gorboenov gegeven om de zaak te sussen.''

Toch blijft Baikonoer zijn puur Russische pioniersgeest koesteren, de Spartaanse ethiek van het genie Sergej Koroljov, die bijna tien jaar lang in een piepklein houten huisje het steppenklimaat trotseerde: minus 25 graden met sneeuwstormen in de winter, 40 graden met zandstormen in de zomer. Zijn huisje is nu een relikwie. Koroljov was de mysterieuze `Hoofdontwerper', zijn naam werd pas bekendgemaakt na zijn vroege dood in 1966. Hij gaf de Sovjet-Unie haar voorsprong: de eerste hond, man, vrouw in de ruimte, de eerste ruimtewandeling, de eerste satelliet rond de zon, de eerste ronding van de maan, de eerste rendez-vous in de ruimte, de eerste driemansexpeditie. Pas na zijn dood wonnen de Amerikanen een race: de eerste man op de maan in 1969.

Baikonoer koestert zijn `gouden eeuw' in een prachtig museum, met de couveuse van Laika, de Vostok-capsule van Gagarin, heroïsche portretten van gekleurde rijstkorrels. Na de gouden eeuw volgden decennia van tegenslagen, daarna de zilveren eeuw, eind jaren tachtig. Daarvan staan de sporen nog dreigend aan de horizon, skeletten van vergeten lanceerplatforms. We bezoeken er één: het platform van de kolos Energija. Beheerder Vladimir Poloejektov meent dat het met wat nieuwe bedrading en communicatie zo weer dienst kan doen.

Poloejekotov oogt zwaarmoedig, en dat is hij ook. ,,Ik heb veel verdriet over hoe het is afgelopen.'' Zijn lanceerplatform dient nu als opslagplaats voor vloeibare zuurstof, stikstof en kerosine. ,,Tachtig procent van het gewicht van de raket die uw Kuipers de ruimte inschiet, komt hier vandaan.'' En ja, er mag gerookt worden.

Toen de ingenieur hier in 1983 kwam, verwachtte hij niet als pompstationhouder te eindigen. De tweede helft van de jaren tachtig was een mooie nazomer voor de sovjetruimtevaart. Terwijl het Amerikaanse spaceshuttle-pro-

gramma in 1986 averij opliep door de ramp met de Challenger, schroefden de Russen hun permanente bewoonde ruimtestation Mir in elkaar. Ruim veertien jaar draaide het rond de aarde en bezorgde Rusland veel ervaring in onderhoud van ruimtestations.

Poloejektov werkte aan het project om de machtigste raket ooit de lucht in te krijgen. Op de rug daarvan zou Boeran (Sneeuwstorm) de kosmos veroveren, het Russische ruimteveer. In mei 1987 was hij erbij toen partijleider Gorbatsjov het platform bezocht. Achter zijn rug stond de zestig meter hoge Energija, die 140 ton last kon dragen. Allemaal sovjetmakelij, pochte Gorbatsjov. Wij hoeven in het westen niet met de pet rond te gaan.

Poloejektov evacueerde het personeel voor de start tot op tien kilometer. Een wijze voorzorg, want de belasting van de Energija was niet correct berekend zodat de raket na de start waggelde en zijn vlam langs één van de torens streelde. Poloejektov: ,,Die toren was van gewapend beton, beslagen met metaalplaten. We vonden metaalplaten later terug op 2,5 kilometer afstand.'' Een jaar later zag de ingenieur een Energija met een Boeran op zijn rug uit een wolk van rook, stof en stoom verrijzen.

Zijn project had geen toekomst: na die ene proefvlucht gingen raket en ruimteveer wegens geldgebrek in de mottenballen. Baikonoer zal zijn glorie niet herwinnen. Militaire satellieten kan Rusland elders lanceren, commerciële satellieten vanaf de evenaar. Toch zal Rusland de basis niet snel opgeven – hij is ook een voet tussen de deur in Centraal-Azië. Poloejektov: ,,Voor ons zal dit nooit een gewoon stukje steppe zijn.''