Afrika is niet gebaat bij ontwikkelingshulp

Afrika moet zijn koloniale erfenis herwaarderen, want niet alles wat het Westen heeft gedaan was slecht. Helaas zit ontwikkelingshulp die herwaardering in de weg, meent Arend Jan Boekestijn.

In de politiek geldt in het algemeen het adagium dat er een relatie moet bestaan tussen inspanning en uitkomst. Beleid wordt geacht bij te dragen aan een oplossing van een bepaald probleem. Op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking geldt dit axioma echter niet. Ontwikkelingsbeleid en vooruitgang in de Derde Wereld hebben namelijk een voornamelijk esoterische relatie. Zo langzamerhand kunnen hele boekenkasten gevuld worden met rapporten waarin wordt vastgesteld dat ontwikkelingshulp zeer succesvol is in het vertragen van economische hervormingen en daardoor van groei.

Afrika is de grootste ontvanger van hulp. Elsa Artadi en Xavier Sala-i-Martin van het National Bureau of Economic Research (NBER) hebben recent weer eens de economische achteruitgang van Afrika in kaart gebracht. In Sub-Sahara Afrika is het bnp per hoofd nu 11 procent lager dan in 1974. Nog deprimerender is het feit dat regio's die minder hulp kregen beter presteerden.

Dat is nog niet alles. Hulp vertraagt niet alleen groei maar stimuleert ook nog eens corruptie. Doordat binnenlandse instituties faalden, waren Afrikaanse leiders in de afgelopen veertig jaar in staat miljarden naar zich toe te trekken. Een studie in opdracht van de Afrikaanse Unie berekende in 2001 deze corruptie op 150 miljard dollar per jaar.

In een poging zich tegen deze kritiek te verweren, wijzen veel politici op het feit dat ontwikkelingshulp tegenwoordig met name gegeven wordt aan landen die een goed beleid voeren. Die vlieger gaat helaas niet op. De vermeende positieve effecten van hulp aan landen die een goed beleid voeren zijn namelijk eveneens omstreden.

De huidige nadruk op good governance komt voort uit berekeningen van de Wereldbank. Lant Pritchett en David Dollar van de Wereldbank berekenden bijvoorbeeld dat in de periode 1970-1993 ontwikkelingslanden die een verstandig fiscaal, monetair en handelsbeleid voerden en goede instituties bezaten, baat hadden bij hulp. Andere studies komen echter tot heel andere conclusies.

William Easterly, Ross Levine en David Rodman van het NBER hebben de data van de wereldbank geactualiseerd tot 1997 en vonden geen positieve relatie tussen hulp en groei. Harold Brumm van het Amerikaanse General Accounting Office concludeerde dat hulp zelfs in landen die een verstandige politiek voeren, groei vertraagt. Hulp is namelijk vaak een prikkel om verdere economische hervormingen uit te stellen.

Deze vernietigende conclusies bewijzen dat Lord Bauer er dertig jaar geleden niet ver naast zat toen hij stelde dat ontwikkelingshulp een uitstekende methode is om geld van arme mensen in rijke landen over te hevelen naar rijke mensen in arme landen. Veel politici doen echter of hun neus bloedt. Toen Ayaan Hirsi Ali onlangs de effectiviteit van ontwikkelingshulp aan de orde stelde, was hoon haar deel.

Die hoon leidt tot niets. Dat is betreurenswaardig, omdat het probleem nu ook de kop gaat opsteken tijdens de uitbreiding van de Europese Unie. Zoals Marian Tupy van het Cato instituut laat zien, gaan bijvoorbeeld de Baltische staten, die maar een iets hoger bnp per hoofd bezitten dan bijvoorbeeld Gabon en Botswana, belasting betalen voor het EU-ontwikkelingsfonds. Is het niet wat merkwaardig om de armste landen van de EU geld te vragen om economische stagnatie en corruptie in Afrika te financieren?

Ook de recente ommezwaai in de OESO om ontwikkelingsgeld in te zetten voor veiligheid, lost het werkelijke probleem niet op. Niemand zal ontkennen dat veiligheid belangrijk is voor economische groei en als het Westen daarbij kan helpen, is dat op zichzelf winst. Indien men echter vervolgens doorgaat met klassieke armoedebestrijding, dan is er nog steeds geen garantie dat men groei bevordert. Helaas bestaan er namelijk ook Afrikaanse landen die veel geld ontvangen en geen oorlog voeren maar die toch nauwelijks groei genereren.

In 1999 leefde eenvijfde van alle Afrikanen in landen die verscheurd werden door oorlogen. Tegenwoordig gaat het wat beter. In Sierra Leone en Angola wordt niet meer gevochten. De oorlogspresident van Liberia, Charles Taylor, is in ballingschap. De rebellen in Kongo hebben een pact getekend en misschien gaat dat ook gebeuren in Soedan. Het probleem is echter dat de oorzaken van oorlogen nog steeds aanwezig zijn en de vrede dus fragiel is.

Oorzaken van oorlogen zijn complex, maar vaak hangt het samen met armoede, lage groei, een tekort aan democratische controle en een grote afhankelijkheid van natuurlijke bronnen zoals olie en diamanten. Dat betekent dat niet alleen enkele maar alle Afrikaanse landen groei moeten zien te genereren. De kans dat democratisering beklijft, wordt immers groter als er sprake is van groei.

Aangezien de relatie tussen ontwikkelingshulp en groei dubieus is, zullen de Afrikaanse leiders zelf in actie moeten komen. Afrikaanse leiders zouden slechtere dingen kunnen doen dan zich eens te verdiepen in het werk van de Afrikaanse ondernemer en publicist Tunde Obadina. In zijn artikel The myth of neocolonialism houdt Obadina een pleidooi voor een herwaardering van de Afrikaanse geschiedenis. Op dit moment hebben volgens hem Afrikaanse leiders de neiging alle ellende toe te schrijven aan de koloniale overheersing, zodat men een excuus heeft om geen veranderingen door te voeren.

Samenzweringstheorieën zijn in Afrika zeer populair. De Wereldbank wordt gezien als een organisatie die bewust de Afrikaanse landen in een vicieuze cirkel gevangen houdt, waardoor het Westen kan genieten van goedkope arbeid en grondstoffen.

Als er echter vicieuze cirkels bestaan, hoe is het Westen dan ooit tot ontwikkeling gekomen? De Afrikaanse leiders zouden zich volgens Obadina eens kunnen afvragen hoe het komt dat de bewerking van diamanten en olie in het Westen plaatsvindt.

Obadina heeft gelijk. Wat Afrika nodig heeft is een herwaardering van de koloniale erfenis. Niet alles wat het Westen heeft gedaan was slecht. Onafhankelijke rechtspraak, bescherming van eigendomsrechten, een onafhankelijke centrale bank en niet-corrupte ambtenaren doen wonderen. Ontwikkelingshulp zit die herwaardering helaas in de weg.

Vermindering van de hulp zal Afrika in een diepe crisis storten. Zonder crisis komt er echter geen intern gedragen behoorlijk bestuur tot stand. En zal Afrika nooit tot wasdom komen.

Als het Westen echt de Derde Wereld wil helpen, kan het ontwikkelingsgeld beter worden gebruikt voor afbraak van de westerse tarieven (landbouwsubsidies zijn zes keer groter dan alle hulp), het geven van humanitaire noodhulp, aidsbestrijding, verbetering van het onderwijs en peace keeping. Het echte werk zal Afrika zelf moeten doen.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht. Dit is een samenvatting van zijn lezing gisteren in Theater Lux in Nijmegen.