Aanslagen in Basra vergen 68 levens

Bij achtereenvolgende aanslagen op drie politiebureaus in de Zuid-Iraakse stad Basra en een politieschool in het naburige Az-Zubayr zijn vanochtend zeker 68 mensen gedood en ongeveer 100 gewond geraakt.

De meeste doden vielen in Basra. Het waren de eerste grote aanslagen in het land sinds die op 2 maart in Bagdad en Kerbala, waarbij 128 mensen werden gedood. In de tussentijd zijn meer dan 1.100 mensen gedood bij een Amerikaans offensief in de sunnitische stad Falluja en de revolte in verscheidene steden van de radicale shi'itische geestelijke Muqtada Sadr. Maar de toestand in deze steden was juist min of meer tot rust gekomen. Basra, dat onder controle staat van Britse troepen, was tot dusverre gespaard gebleven voor grote aanslagen.

Volgens de politiechef van Basra werden de politiebureaus door raketten getroffen. Maar een woordvoerder van de Britse troepen zei ervan uit te gaan dat het ging om zelfmoordaanslagen. Onder de doden van vanochtend waren zeker tien jonge kinderen in een schoolbus die langs een van de politiebureaus reed op het moment van de explosie. Volgens de Britse woordvoerder hebben stenengooiende burgers geprobeerd te verhinderen dat Britse militairen hulp boden.

Gisteren werden 22 mensen gedood en ongeveer 50 gewond bij een mortieraanval op Iraks grootste gevangenis, in het westen van Bagdad. In de gevangenis worden veel Irakezen vastgehouden die worden verdacht van betrokkenheid bij anti-Amerikaans geweld. Een woordvoerder van de Amerikaanse strijdkrachten zei niet te weten of de aanval was bedoeld om een gevangenisopstand te provoceren of een ontsnapping voor te bereiden.

Na Spanje en Honduras heeft ook de Dominicaanse Republiek gisteren meegedeeld zijn troepen zo snel mogelijk uit Irak terug te trekken. Zondag had president Hipolito Mejia nog verklaard dat de 300 militairen zouden blijven tot hun dienstperiode in juli zou aflopen. Maar minister van Defensie generaal José Miguel Soto Jimenez zei gisteren dat de militairen, die zijn ingebed in de Spaanse eenheid in Najaf, volgende week vertrekken.

Eerder op de dag en maandag had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell leiders van 13 landen die troepen leveren opgebeld en opgeroepen hun militairen in Irak te houden. Powell vertelde verslaggevers in Washington dat allen – onder wie de leider van de Dominicaanse Republiek – ,,onwrikbare steun'' hadden uitgedrukt voor hun missie in Irak. In een telefoongesprek met de Nederlandse minister Bot bedankte Powell Nederland voor de inzet in Irak.

Onderminister van Defensie Paul Wolfowitz zei gisteren in het Amerikaanse Congres niet te verwachten dat een nieuwe resolutie van de Verenigde Naties bondgenoten ertoe zal bewegen extra troepen naar Irak te sturen. ,,Het feit is dat dit geen vredesbewaking is, het is nog steeds vechten'', zei hij. ,,Tot het vredesbewaking wordt blijven veel landen waarschijnlijk aan de zijlijn staan.''

Het Pentagon toonde zich gisteren pessimistisch over de situatie in Falluja, waar Amerikaanse commandanten en civiele leiders uit de sunnitische stad een bestand zijn overeengekomen. Volgens dat akkoord zullen de Amerikanen de aanval niet hervatten als de plaatselijke rebellen hun zware wapens inleveren. Maar minister Rumsfeld zei dat een definitieve oplossing veraf is.