55-plusser verdient een beter lot

Het leven op de werkvloer wordt ouderen ten onrechte zuur gemaakt. De overheid zou banen voor hen moeten scheppen of reserveren en werkgevers moeten af van hun fixatie op de flexibele veertiger, vindt Peter van den Berghe.

De kinderen al tijden het huis uit, het huis (grotendeels) afbetaald en puik ingericht, de financiën op orde: wat zal de 55-plusser zich nog dag in dag uit ongans blijven werken? Natuurlijk, langer doorwerken kan en volgens de politiek is dat ook gewenst, maar als dat tegen heug en meug gebeurt, creëren we een volgende generatie arbeidsongeschikten.

Daar passen veel senioren voor. Zij verkiezen, om een aantal redenen, een prepensioen boven langer doorwerken: de zoveelste reorganisatie; niet afgeleefd willen zijn wanneer zij met pensioen gaan; stress op het werk als gevolg van de hoge werkdruk; nieuwe opleidingen in opdracht van de baas; problemen met de gezondheid; ervaring telt niet; alles moet anders; nieuwe technieken die men op oudere leeftijd niet meer spelenderwijs leert.

Overigens spelen ook de werkgevers een rol. Ze hebben weinig belangstelling voor medewerkers boven de 40, want de meeste medewerkers bereiken hun top rond de 45 jaar.

Welke werkgever neemt nog iemand aan boven de 50? En probeert men de laatste tijd niet juist van alle oude werknemers af te komen zoals ten tijde van de invoering van de VUT? Is de sollicitatieplicht tot 65 jaar niet een farce? Kúnnen de mensen in die derde levensfase nog wel werken?

Als gekeken wordt naar de vele activiteiten die deze categorie mensen oppakt, activiteiten die vaak liggen in het verlengde van het vroegere beroep, dan kan het niet anders zijn dan dat zij ook in economisch opzicht nog een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.

De vraag is alleen of dat ook kan in de context waarin wij de arbeid georganiseerd hebben. Hebben wij onze maatschappij niet te sterk geschreven op de flexibele veertiger die de hoge werkdruk aankan en in een reorganisatie eerder kansen dan risico's ziet?

De volgende vraag is of de senioren dit ook willen. Wat dat betreft was de bijdrage in het aprilnummer van het M-magazine `De Lange levensavond' helder. Veel ouderen hebben het einde van hun actieve loopbaan ervaren als een afgrond en slechts door het oppakken van allerlei activiteiten heeft men kunnen voorkomen dat men daarin viel.

Het kan echter niet zo zijn dat men hen dwingt om actief deel te nemen aan het arbeidsproces als men geen maatregelen neemt om dat ook goed mogelijk te maken. Werkgevers zullen iets moeten doen om de oudere werknemer een goede en volwaardige plaats te geven in de arbeidsorganisatie. De overheid moet misschien wel banen reserveren voor ouderen. Er zijn heel wat zaken die nuttig geoordeeld worden, maar die nu niet gebeuren omdat men er niemand voor vindt of die maar een deel van de arbeidstijd vergen.

Zoals een directielid van een beursgenoteerd bedrijf mij vertelde, zijn al die portiers in Japan ook niets anders dan oudere werknemers of wat wij WAO'ers zouden noemen die niet meer passen in de moderne productieactiviteiten. In Japan wordt dit soort beleefdheid echter hoog gewaardeerd en dat kan op deze manier financieel verantwoord worden ingevuld.

We moeten werk hebben of creëren dat de ouderen graag willen doen en dat ze ook kunnen doen in een verantwoord tempo en met behulp van hun kennis en competenties en, waar mogelijk, in deeltijd. Dat verdienen onze senioren.

Peter van den Berghe is beleidsadviseur bij de Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen.