We moeten ons bekommeren om levenden

Ramsey Nasr heeft mij in Opinie & Debat van 17 april in staat van beschuldiging gesteld. Hij beweert dat ik me in mijn columns in Vrij Nederland geringschattend heb uitgelaten over Arabieren. Ik zou Irakezen en Palestijnen hebben afgeschilderd als dierlijk, ja zelfs beestachtig.

Dat is lasterlijke onzin. Omdat ik iets dergelijks nooit heb geschreven, is het voor Nasr een hele krachttoer om me verdacht te maken. Een volle pagina heeft hij nodig om mijn woorden uit hun verband te halen en in een kwaad licht te plaatsen. Ik zou de oorlog in Irak een ,,adembenemend experiment'' hebben genoemd. Aldus Nasr. En daaruit volgt dat ik Irakezen beschouw als dierlijk, want experimenten worden per definitie uitgevoerd op dieren. Aldus Nasr.

Ik heb inderdaad gesproken van een ,,experiment'', maar dan met betrekking tot het Amerikaanse voornemen om in Irak democratie en burgerrechten te introduceren. Dat voornemen beschouw ik als uiterst gedurfd, en niet voor niets. De Arabische landen zijn een anachronisme. Ze hebben de aansluiting met de twintigste eeuw gemist en dreigen aan de eenentwintigste ten onder te gaan. Volgens een in 2002 verschenen VN-rapport is het gezamenlijke bruto nationaal product van de Arabische moslimstaten, 22 in totaal, ongeveer gelijk aan dat van Spanje: een rampzalige toestand die wordt toegeschreven aan ,,gebrek aan vrijheid, vrouwenrechten en kwaliteitsonderwijs''. Van het slagen van het Iraakse experiment hangt dan ook zeer veel af. In Vrij Nederland heb ik de hoop uitgesproken dat Irak er met Amerikaanse hulp in zal slagen een moderne samenleving te worden.

Volgens Ramsey Nasr heeft het woord `experiment' uitsluitend betrekking op dieren. De taalkennis van deze schrijver is kennelijk zeer beperkt. Een experiment is willekeurig welke poging om langs proefondervindelijke weg iets te weten te komen. In zekere zin is de hele menselijke geschiedenis een serie experimenten, experimenten die onmogelijk kunnen worden herhaald en die in hoge mate bepalend zijn voor onze toekomst. Behoeft dit uitleg? Sterker nog: is het wel aan mij om de bizarre aantijgingen van de heer Nasr te ontzenuwen?

Nadat hij heeft `aangetoond' dat ik Irakezen voor ongedierte verslijt, past hij dezelfde twijfelachtige logica toe op hetgeen ik over Palestijnen heb geschreven.

In een van mijn columns stelde ik vast dat er chaos heerst in Palestijns gebied en dat de bevolking onder de knoet wordt gehouden door de stoottroepen van Arafat. Ik vroeg mij af waarom Palestijnen wel op straat komen om de Israëlische vlag te verbranden, maar niet om vrijheid van meningsuiting te eisen, of werkgelegenheid, of

degelijk onderwijs voor hun kinderen. Ramsey Nasr beweert dat zij daartoe niet in de gelegenheid zijn door de barre omstandigheden van de intifada. Maar ook voorafgaand aan de intifada is er niet voor zulke elementaire burgerrechten betoogd. Nooit heeft een Palestijnse volksmassa gedemonstreerd voor democratische verkiezingen. Nooit hebben Palestijnen onder het raam van Arafat `Hi-ha-hondenlul' geroepen. Waarom niet?

Nasr lepelt de mantra's op die wij nu al jarenlang horen. Palestijnse terreurgroepen, zo zegt hij, worden tot geweld gedreven uit wanhoop over de Israëlische bezetting.

Als dat zo is, waarom terroriseren zij dan hun eigen volk? Aan antwoorden komt hij niet toe, omdat hij de vragen verkettert. ,,Ik laat mijn doden niet beledigen!'' roept hij theatraal. Welnu, ik heb zijn doden niet beledigd. Maar ik voel er niets voor om welke doden dan ook, hetzij die van Nasr of die van een ander, te verheerlijken. Wij moeten ons, dunkt me, bekommeren om de levenden. Met zijn artikel in NRC Handelsblad bewijst Ramsey Nasr de levenden een slechte dienst.

Carl Friedman is columnist. Het artikel van Nasr is na te lezen op www.nrc.nl/opinie