Verdiende nederlaag

Een logische nederlaag, luidde de kop boven de bespreking die Paul Onkenhout en Bert Wagendorp zaterdag in de Volkskrant wijdden aan een boek van Auke Kok: 1974. Wij waren de besten. Het boekenbijvoegsel van deze krant drukte vrijdag Paul Scheffers recensie van hetzelfde werk af onder de kop De moeder van alle nederlagen. Ik heb dat zeer geprezen boek nog niet gelezen, maar maak uit de besprekingen op dat Kok dertig jaar na dato niet alleen mooi verslag doet van de gebeurtenissen in en rond dat legendarische, om Johan Cruijff heen gevormde Nederlands voetbalelftal dat na een reeks imposante duels uiteindelijk in München de finale om het wereldkampioenschap met 2-1 verloor. Erger nog: van (West-)Duitsland verloor. Van de Duitsers dus, die akelige lui die 's zomers hun vlaggetjes kwamen planten rond de kuilen die zij in onze stranden groeven en die oma's fiets nog steeds niet hadden teruggegeven. Die lui tegen wie wij na de oorlog extra hevig in verzet waren gekomen. Zeg, door hun Mercedes een kras te geven of hen, mochten ze naar de weg vragen, lekker de verkeerde kant op te sturen (immer gerade aus, hèhè).

Koks boek biedt klaarblijkelijk meer dan de zoveelste breed gedocumenteerde herinnering aan die vaak traumatisch genoemde nederlaag. Hij legt uit dat die nederlaag verdiend was, en zelfs groter had kunnen uitvallen, en dat Cruijff en de zijnen dat bovendien vooral aan zichzelf te wijten hadden. Trefwoorden zijn: onderschatting van de tegenstander, zelfoverschatting, hoogmoed dus. Voorts: gebrek aan discipline, bandeloosheid. Variërenderwijs: Sex, drinks, tobacco and money, als wonderbaarlijk volgehouden passies van de nieuwe getalenteerde voetbalkinderen uit een nieuw en zelfbesteld libertair gidsland. Zware benen, trage breinen, iets te weinig concentratie vervolgens. Dat klinkt kras, zeker voor wie terugdenkt aan het tijdsbeeld van toentertijd. Immers: toen was de verbeelding behalve in Den Haag in het Nederlands elftal aan de macht, maar dan in engere zin, net als in zijn in een paar weken tot vele miljoenen gegroeide achterban.

En dat zou nog even zo blijven, zeker in ons nationale voetballand. Want wie herinnert zich niet de stemming in Nederland ten tijde van het Europese kampioenschap in 1988, dat Oranje won en waarin voor velen de gewonnen halve finale tegen de Duitse Mannschaft nog meer een hoogtepunt was dan de finale tegen de Sovjet-Unie. Die overwinning op het West-Duitse gastland werd bekroond door de huidige Ajax-trainer Ronald Koeman, met Rijkaard, Van Basten, Vanenburg, Bosman en Van 't Schip in dat team tot Cruijffs `voetbalkinderen' behorend, die na afloop zijn achterwerk afveegde aan een Duits shirt. We hadden in die halve finale als het ware oma's fiets zelf teruggehaald. Dat zagen oma's man en kinderen en ook haar kleinkinderen toen nog zo.

Alles heeft zijn tijd nodig, dat geldt kennelijk ook voor de conclusies van Koks boek. Je moet er niet aan denken wat de reacties zouden zijn geweest wanneer een werkstuk als het zijne over die droeve middag van 7 juli 1974 tien of vijfentwintig jaar geleden zou zijn verschenen. In dat geval zou Kok zich ermee buiten de nationale consensus hebben geplaatst. Die aangename consensus in een land dat zich graag als grootste onder de kleine in Europa begrepen wilde zien (of liever nog als een kleine onder de grote) en waarin rondom het topvoetbal (dat van Ajax en Oranje) zo'n prettig-warme verstandhouding bestond tussen het volk en een groot deel van zijn intelligentsia. Of althans van zijn spraakmakende gemeente langs hoofdstedelijke grachten of in de wijdere kring van de Randstad en haar grote audiovisuele buitenpost te Hilversum.

Wie meent rancuneus provinciaal gemopper te horen, zou eens moeten terugdenken aan de roerende viering van de vijftigste verjaardag, in 1997, van de als koning van de naoorlogse babyboomers gecelebreerde Cruijff. De man die, volgens sommige intellectuele aanhangers van het fenomeen topvoetbal, in het zachte gras van een tijdschrift als Hard Gras, mede als een soort aanjager en wegbereider van de bredere veranderingen in Nederland van de jaren '60 en '70 mocht worden gezien. Nou ja, geniaal speler was hij, en opstandig was hij ook vaak, maar als maatschappijhervormer krijgt hij een te zware last op de schouders, zou je denken. Zou hij ook zelf denken, vermoedelijk. Zeker, Duitsers blijven Duitsers, zegt ook hij nog wel eens in zijn raadselachtig-heldere explicaties bij Europese voetbalwedstrijden, maar je hebt nooit het gevoel dat hij daarbij aan iets anders denkt, of vroeger dacht, dan aan wat het cliché aangaande hun prozaïsch-onverzettelijke aard van voetballen wil.

Nee, alles heeft zijn tijd nodig, als gezegd. Zoals het tot de tweede helft van de jaren '90 van de vorige eeuw moest duren voordat Nederland, daarin voorgegaan door koningin Beatrix en premier Kok, afscheid nam van de notie dat welbeschouwd 110 procent van de Nederlanders in de oorlog verzetswerk tegen de Duitse bezetter deed, heeft het dertig jaar moeten duren voordat `de waarheid' over die finale van 1974 geschreven kon worden. Een parallel die meer over Nederland zegt dan alleen over zijn voetbal, dat trouwens nog andere zorgen kent dan de vraag of we dadelijk, tijdens het Europees kampioenschap in Portugal, van de Duitsers zullen winnen.

Iets anders. Er mag, niet alleen als het om voetbal gaat, soms meer gelachen worden. Daarom deze anekdote: begin 1980 heeft koningin Juliana laten weten dat zij plaats wil maken voor dochter Beatrix. De vorstelijke dames bespreken met premier Van Agt en vice-premier Wiegel de vraag of het, net als in 1948, toen Juliana haar moeder Wilhelmina opvolgde, mogelijk is om naar aanleiding van de inhuldiging van Beatrix een bijzondere strafvermindering aan gevangenen te verlenen. Nee, moet Van Agt hebben gezegd, die zitten hier al zo kort, dat doen we niet. Waarna de dames na enig heen-en-weer-praten met het idee komen alle gevangenen wegens de troonswisseling een taart te laten bezorgen. Van Agt vraagt de vice-premier: wat vind jij? Wiegel: Ja, goed idee! En op die taarten laten we dan spuiten: Nog vele jaren! Dat met die taarten is niet doorgegaan.