`Sloom' zoekt de vertraging

Wat betekent sloom? `Langzaam maar alert', is de definitie die architect Rianne Makkink en stedenbouwer Herman Verkerk hanteren. Hun vak is uitgehold door de commercie, vinden zij, en de architect/stedenbouwer teruggebracht tot manager en stylist. Hun antwoord: sloomheid, als een manier om bouw- en ontwerpprocessen te vertragen en meer grip te krijgen op hun vak. ,,Sloom is genereus. Sloom laat namelijk heel veel toe. Sloom is een houding. Sloomheid brengt je met een omweg waar je moet zijn.''

Onlangs is het eerste `officiële' nummer van Sloom gepresenteerd, na drie officieuze die sinds eind 2002 als losbladige uitgaven verschenen. Het blad, dat in niets op de bekende glossy architectuurbladen lijkt, is één van de uitingen van Sloom.org. Een ander project was bijvoorbeeld het optrekken uit sloop- en afvalhout van een tuinhuisje op het Friese platteland, waarvan Verkerk in foto's verslag deed in Sloom #2.

En vorige week was op de Salon Internazionale del Mobile in Milaan een installatie van Sloom.org te zien als onderdeel van de presentatie van Droog Design. Wisselende subsidiegevers hebben Sloom.org gesteund, zoals De Balie en het Fonds voor Beeldende Kunst Bouwkunst en Vormgeving; nu is dat de SKOR, de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte.

Makkink en Verkerk hebben er deze keer voor gekozen hun slome blik te richten op het boerenerf. Het boerenerf, een ,,amorf gebied tussen boerderij en landschap'', is een model van langzame groei en flexibiliteit, of beter gezegd: van scharrelen. In een voorwoord merkt Guus Beumer op dat het erf aan de ,,wetten van de improvisatie'' onderworpen is, maar tegelijkertijd een ordening kent. Hij legt ook een link met de actualiteit van de woningbouw: op het erf vindt op een vanzelfsprekende manier de integratie tussen wonen en werken plaats waar de nieuwbouw zo krampachtig naar streeft.

Sloom #4 presenteert een fotoreportage van Johannes Schwartz over de volkstuinen in Leidsche Rijn die op het punt staan te verdwijnen, en een reusachtige potloodtekening van de Duitse kunstenaar Peter Möller van een boerderij in het Gelderse Angeren. Hij kiest daarvoor een wonderlijk perspectief, van bovenaf, waarbij hij met een bijna X-ray blik van alle objecten en structuren de omtrekken tekent. Je ziet het huis en de koeienstal in lagen over elkaar heen, je kijkt dwars door het dak tot op de pannen op het fornuis.

Een apart katern is gewijd aan een project dat Makkink (zelf boerendochter) en Verkerk uitvoerde vorig jaar in het kader van het Jaar van de Boerderij. Op twaalf boerderijen door het hele land bouwden ze tijdelijke fotopresentaties op in de vorm van billboards, of zoals in Brabant in een geïmproviseerd bioscoopzaaltje waar een film werd vertoond van een oude boerenhoeve in de Peel. Uit het verslag: ,,De mensen die in het zaaltje plaatsnamen, vonden in deze projectie een sterker beeld van de boerderij dan in de ongrijpbare, veranderlijke werkelijkheid van de schuur en daarbuiten.''

De schuren zijn veelal in onbruik of ingericht als `party-gebeuren', want – en dat zegt veel over de stand van zaken in landbouwend Nederland – slechts twee van de twaalf boerderijen waren nog in bedrijf. Het boerenerf als model voor die langzame groei – maar nu ook van langzaam verval.

Sloom, €5. Inl. www.sloom.org of Artimo, Amsterdam.