Shell moet meer voor aandeelhouders doen

Het slechte nieuws blijft naar buiten sijpelen bij de Koninklijke/Shell Groep. De olie- en gasvoorraden van de energiegigant zijn opnieuw neerwaarts bijgesteld. En financieel directeur Judy Boynton is afgetreden. Maar het goede nieuws is dat Shell waarschijnlijk eindelijk een punt achter het schandaal rond de reserves heeft gezet. De heksenjacht lijkt beëindigd nadat een rapport de resterende bestuurders van verantwoordelijkheid voor het debacle heeft ontheven. De olielekkage lijkt ook voorbij nu 90 procent van de voorraden door externe controleurs is onderzocht.

Shell heeft de mogelijkheid aangegrepen om bij een deel van de activiteiten een reorganisatie aan te kondigen, om er zeker van te zijn dat zich nooit weer een probleem met de reserves zal voordoen. In de eerste plaats moeten de interne communicatielijnen worden verbeterd en de juridische afdeling, die toeziet op de naleving van de richtlijnen, worden versterkt. Het controlesysteem van de voorraden moet worden aangepast aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Regionale financiële directeuren zullen meer verantwoording moeten afleggen. Bovendien wil Shell de herziening van zijn ondernemingsbestuur versnellen.

Dit alles is bemoedigend, maar het is niet genoeg. Shell heeft behoefte aan een verdergaande hervorming van zijn tweehoofdige, naar binnen gekeerde bedrijfscultuur, om het verschil in waardering met branchegenoten als BP te kunnen overwinnen. De bedrijfsstructuur is log, traag, bureaucratisch. Shell wordt verhandeld tegen een korting van bijna 20 procent ten opzichte van BP en ongeveer 30 procent ten opzichte van Exxon Mobil, op grond van schattingen van de kasstroom voor 2004 van Deutsche Bank. Een deel van die korting is het gevolg van de kwestie rond de voorraden, maar niet de hele korting. De koers van Shell is sinds het losbarsten van het schandaal slechts met 2 procent gedaald. Intussen is die van BP sindsdien met 13 procent gestegen, met name na de aankondiging van een grootscheeps programma voor de terugkoop van eigen aandelen.

Dit duidt op de tweede stap die Shell moet zetten om het verschil in waardering met zijn naaste concurrenten te overbruggen. Het is het enige grote olieconcern dat nog geen programma voor aandelenterugkoop heeft aangekondigd. Shell zou het zich kunnen veroorloven een royaal gebaar te maken naar de aandeelhouders. De schuldenlast is laag – het percentage vreemd vermogen bedroeg in 2003 amper 22 procent – en er zou dit jaar een vrije kasstroom van zo'n twee miljard dollar moeten zijn. Een fors terugkoopprogramma zou voor de aandeelhouders het eerste goede nieuws sinds enige tijd zijn. Je zou denken dat Shell, na alle problemen van de afgelopen maanden, beleggers graag een plezier zou doen. Gezien de mogelijkheid van structurele veranderingen bij de oliegigant, plus de kans om wat overtollig kapitaal terug te krijgen, moeten beleggers de druk op de ketel houden.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.