Ruzie in top breekt paranoïde Shell open

Waar en hoe ging het mis met Shell? Het energieconcern presenteerde gisteren de eerste resultaten van een eigen onderzoek. Het rapport leest als een thriller, maar de verzameling e-mails beantwoordt nog lang niet alle vragen.

Vorige week donderdagmiddag, klokke één uur, stapte Walter van de Vijver met lange passen het onaangekondigde bezoek tegemoet. Gestoken in een bordeauxrode broek en wit shirt hield hij halt aan het eind van zijn oprijlaan, bij het hek. In Wassenaar scheen de zon die dag overvloedig.

De in maart gesneefde productiechef van Shell was vriendelijk, diplomatiek, zelfverzekerd. Eerder die week had hij via zijn Amerikaanse advocaat laten blijken dat het nu casus belli was. In een vrijgegeven verklaring zette hij uiteen dat hem, Van de Vijver, inzake de afgeboekte oliereserves niets te verwijten viel. Hij had intern tijdig gewaarschuwd.

Op het moment dat Van de Vijver zijn verklaring afgaf, was het rapport dat Davis Polk & Wardwell voor Shell maakten al een paar weken af. Op 31 maart leverde het advocatenkantoor zijn 463 pagina's tellende onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het reserves-probleem af – de gisteren gepubliceerde samenvatting leest als een thriller.

Bij dat hek was al te zien dat Van de Vijvers openbare oorlogsverklaring geen impuls was geweest. Een toelichting wilde hij niet geven. ,,Nu niet.'' Maar uit zijn attitude sprak berekening, een waarschuwing: hij liet het er niet bij zitten als Shell hem zondebok zou maken.

Gisteren was de grote dag – en Walter van de Vijver werd de zondebok. In de zestien bladzijden tellende samenvatting van het onderzoek draait het vrijwel alleen om hem. Zijn e-mails worden gepubliceerd, zijn soms ondiplomatieke taal geciteerd, zijn leugens uitgelicht. Duidelijk wordt dat in de Shell-leiding sinds 2002 het probleem van de reserves bekend was en beleggers informatie daarover bewust is onthouden. Duidelijk wordt dat Van de Vijver de schuld voor de problemen legt bij zijn voorganger als productiechef, Sir Philip Watts, die vanaf 2001, als Van de Vijver `upstream' gaat leiden, voorzitter van de Groep is geworden. Duidelijk wordt dat Van de Vijver besluit het probleem te `managen', hopend op meevallers die de tegenvallende reserves in de loop der tijd zullen doen verdampen. En duidelijk wordt dat Shell een zéér povere bedrijfsvoering kent. Geboekte reserves werden, aldus het rapport, eens in de vier jaar gecontroleerd – door een gepensioneerde deeltijdwerker.

Maar duidelijk wordt toch vooral dat Shell een paranoïde organisatie is. Zo althans interpreteren de onderzoekers van Davis Polk & Wardwell het bedrijf na enkele maanden speuren. Als ze signaleren dat na een verhuizing van een groep managers binnen Den Haag het archief is gedecimeerd, suggereren zij dat documenten moedwillig zijn ,,weggegooid''.

Voorts blijkt uit hun rapport dat binnen de bedrijfsleiding feiten niet als feiten worden gewaardeerd, maar als symbolen van strategie. Van de Vijver doet een kleine twee jaar vergeefse pogingen Watts duidelijk te maken dat hij niet aan de verwachtingen kan voldoen wegens de erfenis die Watts zelf heeft achtergelaten. Er blijkt impliciet uit dat Van de Vijver de Shell-baas verwijt dat hij op valse gronden de leiding over het bedrijf heeft gekregen. Tegelijk houdt Van de Vijver zijn baas zo jaren in een wurggreep: het verwijt dat Van de Vijver te weinig olie uit de grond haalt is zo meteen een verwijt aan Watts dat hij in het verleden te vlot reserves heeft geboekt. Dat de twee afgelopen maart gelijktijdig het veld moesten ruimen is zo bezien niet onlogisch.

Toch wringt er iets. Het rapport mag dan erg veel aandacht spenderen aan de ruwe ruziezoekerij van Van de Vijver, dit laat onverlet dat hij, vanaf acht maanden na zijn aantreden in 2001, intern het probleem van de kolossale overboekingen heeft gesignaleerd. Hij blijkt, als enige, achteraf gelijk te hebben gehad. In het rapport wordt dit weliswaar onderkend, maar zo terloops dat het erg gemakkelijk ongelezen kan blijven.

Voorts valt op dat de onderzoekers klaarblijkelijk geen problemen hadden de computer van Van de Vijver te kraken. Maar in de gepubliceerde samenvatting ontbreken e-mails van Watts en de gisteren afgetreden financieel groepsdirecteur Judy Boynton. Ook fixeert de samenvatting erg op de langslepende ruzie tussen Van de Vijver en Watts, terwijl andere belangrijke thema`s geen letter aandacht krijgen. Zo blijft de invloed van bonussen op reserveboekingen in het stuk ongenoemd, terwijl hiernaar blijkens het rapport wel uitvoerig onderzoek is gedaan, dat ook aanleiding voor maatregelen was: de relatie bonussen-reserves is geschrapt.

Maar wat bij herlezing vooral opvalt is dat in het stuk alleen functionarissen voorkomen die hun baan hebben verloren: Watts, Van de Vijver, Boynton (`haar verantwoordelijkheid was groter dan haar autoriteit', stelt het stuk) en Frank Coopman (die als financiële man van Van de Vijver de opdracht kreeg een document te ,,vernietigen'', wat hij overigens niet deed).

De nieuwe president-commissaris van de Britse board, Lord Oxburgh, zei gisteren: ,,De huidige leden van de CMD (het operationele bestuur) hebben niet wezenlijk bijgedragen aan het probleem.'' Ook komt in het rapport niet voor hoe huidig groepsvoorzitter Jeroen van der Veer, die als lid van het Comité van Managing Directors (CMD) in 2002 de alarmerende berichten ook ontving, hierop reageerde. ,,Ik heb de ernst van de situatie niet op waarde geschat'', zei Van der Veer gisteren zelf in een persconferentie.

Tot een negatieve waarneming over Van der Veer waren de advocaten van Davis Polk & Wardwell niet bereid. De vraag is kortom of hun onderzoek, zoals het naar buiten is gebracht, niet meer zegt over de opdrachtgever dan over de werkelijke gang van zaken. Anderzijds getuigt de publicatie van een ongekende openheid: volgens de tradities van Shell is public relations eerder een noodzakelijke vulgariteit dan een normale plicht.

Het rumoer rond de ruzies en personeelswisselingen zorgen er evengoed voor dat het schokkendste feit dat gisteren over Shell bekend werd nauwelijks wordt belicht. Het totaal aan afgeboekte reserves – na een nieuwe afboeking gisteren nu in totaal 22 procent – leidt ertoe dat de vervangingsratio de laatste jaren is gedaald tot 50 á 60 procent. Dit betekent dat het bedrijf voor slechts de helft van alle olie die uit de grond werd gehaald nieuwe reserves heeft kunnen boeken. Terwijl het officiële bedrijfsstreven al jaren is om een vervangingsratio van minimaal 100 procent te hebben.

Van de Vijvers opvolger Malcolm Brinded zei gisteren: ,,De afgelopen vijf jaar is de vervangingsratio onacceptabel laag geweest. De afgelopen jaren is de productiedivisie geherstructureerd door Van de Vijver en gecentraliseerd. Daarnaast is er veel meer geïnvesteerd. Wij gaan nu voortbouwen op deze veranderingen.''

Intussen blijft de vraag of Shell voldoende helder en sterk in elkaar zit om de grote achterstanden – een verlies aan oliereserves van een kwart – de komende jaren goed te maken. Van der Veer zei gisteren dat in verhoogd tempo zal worden voldaan aan de wens van een grote groep Britse, Amerikaanse en enkele Nederlandse aandeelhouders om te onderzoeken of de dubbele Nederlands-Britse structuur van het bedrijf nog bij deze tijd past. Hij verwacht op de komende aandeelhoudersvergadering van 28 juni hierover al mededelingen te kunnen doen.

Toch leert ook deze affaire weer dat de Nederlands-Britse gevoeligheden tot onoverzichtelijke beslissingen leiden. Het ontslag van Watts en Boynton is gezien Watts' verantwoordelijkheid voor de ontstaansgeschiedenis van het probleem en Boyntons gebrekkige gezag goed te verklaren. Bij Van de Vijver en Frank Coopman ligt dat ingewikkelder. Van de Vijver heeft, zoals hij vannacht in een nieuwe verklaring stelde, van stonde af aan het probleem intern aan de orde gesteld. Het gedwongen vertrek van Coopman is zo mogelijk nog moeilijker te plaatsen: hij voerde het verzoek documenten te vernietigen juist niet uit. Bij dit alles lijkt de klassieke Shell-logica te hebben gezegevierd: als de Britten een verlies leiden, steken de Hollanders gelijk over.

Shell hoopt met zijn ongekende openheid tot rust te komen. De verklaring van Van de Vijver afgelopen nacht roept de vraag op of het bedrijf die rust zal worden gegund. De reserves-affaire heeft enorme schade aan reputaties van betrokken Shell-managers berokkend. Er zijn sterke voortekenen dat sommigen zullen terugvechten. En daar zitten mensen tussen die erg veel weten – ook over zittende directeuren.

Reacties: shell@nrc.nl