Niet beheersing tekort, maar groei moet doel zijn

Zowel nationale overheden als de Europese Centrale bank moeten hun beleid aanpassen, vindt Joan Muysken. Naast aandacht voor inflatie ook voor economische groei.

Met stijgende verbazing en bezorgdheid volg ik de berichtgeving over het begrotingstekort dat de magische 3 procent dreigt te overschrijden. Zelfs het bolwerk van purisme op dit gebied, Nederland, dreigt een rode kaart te krijgen. Inmiddels zijn zes van de twaalf EMU-landen over de schreef gegaan, waaronder Frankrijk, Duitsland en Italië, en wacht ook Groot-Brittanië een rode kaart.

Dit is kenmerkend voor de economische malaise waarin Europa zich bevindt. Het zijn niet gestegen overheidsuitgaven die de problemen veroorzaken, maar lage belastingontvangsten vanwege de tegenvallende groei. Terwijl de VS-economie groeit met 4,2 procent, die van Japan met 3,2 procent en van de rest van Azië met 7 procent, mede dankzij China, wordt voor Europa een groei voorzien van 1,7 procent. In Nederland was zelfs sprake van krimp in 2003 en wordt een zéér bescheiden groei voorzien voor 2004. Zonder verdere bezuinigingen voorspelt het Centraal Economisch Plan slechts een geringe bijdrage van de overheidsbestedingen aan de economische groei; voor 2005 zelfs een negatieve invloed. En juist nu zouden wij verder moeten bezuinigen?

Hoe anders is de situatie in de Verenigde Staten. De Wall Street Journal - Europe besprak onlangs op haar voorpagina de vraag of globalisering en technische vooruitgang leiden tot verlies van banen. Zoals van deze krant viel te verwachten, werd deze vraag ontkennend beantwoord. Bij de toelichting stond een boeiend argument centraal: ,,De werkloosheid van 25 procent en hoger uit de jaren '30 van de vorige eeuw zal zeer waarschijnlijk niet terugkeren zolang de VS zich verzekerd weten van een capabele Centrale Bank die de rentevoet kan aanpassen, een president en een Congres die belastingen verlagen en uitgaven verhogen als de economie terugloopt, en een wereldwijd gebruikte munteenheid die in waarde kan dalen om de uitvoer aantrekkelijk te maken.'' Kom daar maar eens om in Europa!

Dit macro-economische beleid zou ook prima kunnen worden uitgevoerd in Europa, dat immers de tweede grote speler is in de wereldeconomie. Wij hebben ook een Centrale Bank die de rentevoet kan aanpassen, alleen doet die dat niet. Belangrijk verschil tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de Federal Reserve Bank (FED) in de VS is dat de FED in haar doelstelling, naast het onder controle houden van inflatie, ook het toezien op voldoende economische groei heeft staan. De ECB let alleen op inflatie. Voorts moet de FED zeer regelmatig publiekelijk verantwoording afleggen. Wie kent niet de beelden van Greenspan die voor de Senaatscommissie verschijnt om zijn beleid toe te lichten. Hier loopt Europa duidelijk achter. Al is de ECB onafhankelijk, dan nog mag men verwachten dat deze verantwoording aflegt over het gevoerde beleid. Gezien de lage inflatie en de hoge koers van de euro tegenover de dollar lijkt een daling van de rentevoet zeker in de rede te liggen.

Wij slaan dan twee vliegen in één klap. De economie wordt gestimuleerd, omdat kredieten weer gemakkelijker beschikbaar komen en daarnaast zal de euro minder duur worden, wat de export zal vergemakkelijken.

Maar ook het begrotingsbeleid moet een belangrijke rol spelen. Door de fixatie op begrotingstekorten, met de achterliggende angst voor hoge staatsschuld, wordt nu het kind met het badwater weggegooid. Je hoeft echt niet zo'n genie te zijn om te beseffen dat als Europa gaat bezuinigen in een teruglopende economie, deze nog verder zal teruglopen. De berekeningen van het Centraal Planbureau laten dit voor Nederland ook overduidelijk zien. Bovendien zullen dan ook nog eens de belastingontvangsten teruglopen, zodat er weer verdere druk komt op het begrotingstekort. Tevens zal door de lage groei van het nationaal inkomen de staatsschuld relatief groter worden.

Laat het duidelijk zijn dat er met iedere procentpunt extra groei meer geld beschikbaar komt om begrotingsproblemen op te lossen. Dat is ook de reden dat er in de Verenigde Staten nauwelijks wordt gedebatteerd over het begrotingstekort, terwijl dat met ruim 4 procent veel hoger ligt dan onze magische 3 procent. Paradoxaal genoeg ontlenen wij een deel van onze groei juist aan dat Amerikaanse begrotingsbeleid, terwijl wij met calvinistische zelfkastijding het ons zelf ontzeggen.

Laat duidelijk zijn dat ik hier niet bepleit dat een ongebreidelde macro-economische stimulans de panacee voor al onze kwalen is. De Nederlandse economie, maar zeker ook die van Duitsland en Frankrijk, kampt met de nodige problemen. De hoge mate van inactiviteit en de lasten die de vergrijzing met zich meebrengen, niet in het minst op het gebied van de gezondheidszorg en de ouderenzorg, vragen om gericht beleid. Ook zijn de oplopende werkloosheid en de achterblijvende groei zorgwekkend. Maar men vergeet dat deze laatste twee problemen naast een gericht beleid ook zeer veel baat zullen hebben bij macro-economische impulsen, zowel van de ECB als van de overheid.

Het is opmerkelijk hoe allerlei `structurele problemen' ineens als sneeuw voor de zon verdwenen lijken te zijn als de economie aantrekt. Herinnert u zich niet hoe nog maar enkele jaren geleden, toen we een hoge groei kenden, het Poldermodel werd bejubeld als een economisch wonder, zelfs in weekbladen als Time en The Economist? Hoe trots waren we niet op Wim Kok die bij Tony Blair en Bill Clinton mocht uitleggen hoe ons dat lukte. Terwijl nu, bij een teruggelopen economie, de schaduwzijden van ons model sterk worden uitvergroot. Het kan verkeren.

Nogmaals, ik bepleit geen ongeremd uitgavenbeleid, maar ik stel wel dat een macro-economisch bezuinigingsbeleid op dit moment buitengewoon onverstandig is. Daarbij kan ik mij ook niet aan de indruk kan onttrekken dat de huidge situatie wordt gebruikt om de overheidsuitgaven terug te dringen, omdat men die domweg te hoog vindt. Het Europese begrotingsbeleid moet structureel van aard zijn en zich niet laten leiden door de waan van de dag. Dat betekent dat het tekort zo nu en dan boven de 3 procent kan uitkomen. Verder is het volstrekt onduidelijk waarom het tekort structureel nul procent zou moeten zijn. Een groeiende economie kan zeer wel functioneren met een structureel tekort – zie de ervaring van de afgelopen vijftig jaar. Hier lijkt de politieke retoriek het te winnen van het gezonde macro-economische verstand, ofwel, naast het begrotingstekort ook het macro-economische verstand op nul.

Joan Muysken is hoogleraar macro-economie aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde, Universiteit Maastricht