Links? Rechts? Neoliberaal!

Als het einde van ideologische tegenstellingen wordt afgekondigd, moet men op zijn hoede zijn, en al helemaal wanneer de auteur een minister is. De ideologische tegenstelling tussen overheid en markt is achterhaald, stelt minister Brinkhorst van Economische Zaken (Opiniepagina, 15 april). In de hedendaagse liberale democratie is, aldus Brinkhorst, de oppositie tussen markt en overheid niet langer relevant en is het tevens niet langer maatgevend voor het onderscheid tussen links of rechts. Brinkhorst stelt daarom een non-ideologische, pragmatische benadering voor, namelijk één waarin de politiek ,,met nuchter nadenken'' de belangen van verschillende groepen afweegt en de overheid alleen die taken op zich neemt die zij beter of efficiënter kan uitvoeren dan de markt. In die nuchtere afweging zouden volgens Brinkhorst de belangen van de consument het zwaarst moeten wegen.

Dat Brinkhorst hier in nauwelijks verhulde termen een neoliberale ideologie verwoordt, mag niet onopgemerkt blijven. Hij merkt terecht op dat de keuze voor overheid of markt misleidend is, omdat een pure markt zonder enige inmenging van de overheid niet kan bestaan. Het is als zodanig inderdaad een schijntegenstelling die daadwerkelijke politieke keuzes eerder verhult dan verheldert. Ook constateert Brinkhorst terecht dat het wel of niet accepteren van de markt in de praktijk nog nauwelijks een criterium is om rechts van links te onderscheiden. Het gaat echter te ver om daaruit af te leiden dat derhalve alle politiek neerkomt op het zakelijk afwegen van de toepasbaarheid van de markt als ordeningsprincipe voor verdelingsvraagstukken. Door te stellen dat het einddoel van de politiek het waarborgen van de belangen van de consument is, doet Brinkhorst het voorkomen alsof daarmee de rol van de politiek het ontwerpen van het beste ordeningsprincipe is en dat bij voorkeur doet in de geest van de markt.

Met de ogenschijnlijk ideologisch neutrale taal van de maatschappelijke calculatie van het consumentenbelang voert Brinkhorst echter een ideologische beweging par excellence uit, namelijk één die de politieke tegenstelling voorstelt als non-politieke berekening van kosten en baten. Een dergelijke voorstelling kenmerkt ook de neoliberale ideologie, die tegenwoordig rechts veel van haar kruit ontneemt maar vooral links monddood maakt.

In een neoliberale gedachtegang is de markt uiteindelijk de maat aller dingen. Neoliberalen dromen er niet alleen van om waar mogelijk markten toe te passen, maar wanneer dat niet mogelijk lijkt, fantaseren zij er bij voorkeur over om van de overheid eigenlijk een nog betere markt te maken. Door het consumentenbelang tot uitgangspunt te maken van elke politiek, geeft Brinkhorst in feite aan zowel politiek als overheid naar het beeld van de markt te willen scheppen. De ogenschijnlijk non-ideologische neoliberale opvattingen van Brinkhorst zijn wijdverbreid in het Nederlandse politieke discours. Zowel links als rechts is er veel aan gelegen om uit naam van sociale rechtvaardigheid of individuele vrijheid het politieke denken over markten te ontdoen van dit keurslijf.

Peter-Wim Zuidhof is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen. Hij doet onderzoek naar het politieke discours over markten in Nederland en de VS.