Kosovo dreigt met eenzijdige stappen

Kosovo zal zich in september volgend jaar eenzijdig afscheiden van Servië en de onafhankelijkheid uitroepen als de status van de regio dan nog niet zal zijn geregeld.

Dat zei de Kosovaarse premier Bajram Rexhepi in een gisteren gepubliceerd vraaggesprek met The Financial Times. Hij zei dat de Kosovaren uiterlijk in september 2005 ofwel een referendum over de onafhankelijkheid zullen uitschrijven, ofwel direct tot een eenzijdige uitroeping van de onafhankelijkheid zullen overgaan, als de Veiligheidsraad de status van Kosovo nog niet heeft vastgesteld.

Kosovo maakt formeel nog steeds deel uit van Servië, maar sinds de oorlog van maart tot juni 1999 hebben de Serviërs er niets meer te vertellen en wordt Kosovo geregeerd door een VN-bestuur, UNMIK, met beperkte bevoegdheden voor de Kosovaren zelf: zij hebben een president, een parlement en een regering, maar UNMIK maakt de dienst uit. Of Kosovo in de toekomst – na een vertrek van de VN en de vredesmacht KFOR – bij Servië blijft horen of onafhankelijk wordt, zoals de Albanezen eisen, moet door de Veiligheidsraad worden beslist.

Dat beslissingsproces moet in wezen nog beginnen. Het wordt gecompliceerd door de vastbeslotenheid van beide partijen – de Serviërs staan op hun soevereine rechten op Kosovo en de Albanezen willen voor geen prijs terug onder Servisch gezag – en door de vrees van de internationale gemeenschap dat afscheiding van Kosovo elders op de Balkan separatisme zal aanmoedigen. De internationale gemeenschap heeft weinig haast. Javier Solana van de EU zei vorige week nog dat ,,we niet te veel moeten praten'' over de status van Kosovo voordat de etnische minderheden beter worden beschermd – een verwijzing naar de anti-Servische rellen van maart.

Rexhepi maakte duidelijk dat het geduld van de Kosovaren opraakt en rept voor het eerst van eenzijdige acties van de Kosovo-Albanezen. Volgens hem is er sprake van ,,onwil'' bij de internationale gemeenschap. Sommigen bij de VN ,,willen [de huidige situatie] nog vijf of tien jaar laten voortduren''. Hij zei dat na de uitroeping van de onafhankelijkheid een overgangsperiode van twee jaar moet volgen. In die periode moet de regering van Kosovo de volledige controle over het gebied hebben, onder controle van de internationale gemeenschap.

Tegen de Servische televisie zei Rexhepi gisteren dat ,,niemand kan garanderen dat extremisten niet sterker worden'' als de onzekerheid over de toekomst voortduurt. In een reactie noemde de Kosovo-gezant van de Servische regering, Nebojša Covic, Rexhepi's uitlatingen een voorbeeld van ,,huichelachtige en demagogische druk''.