Koester de wolf in Oost-Europa

De nieuwe EU-lidstaten herbergen schitterende stukken natuur die niet opgeofferd mogen worden aan onzalige infrastructurele projecten, meent Niek van Heijst.

De toetreding van tien landen aan de Europese Unie op 1 mei roept bij velen gevoelens van scepsis en angst op. Mogelijk negatieve economische gevolgen overschaduwen de blijde boodschap die de uitbreiding ook met zich meebrengt. We krijgen er namelijk een paar prachtige stukken wilde natuur bij.

De jungles van Europa liggen vooral oostwaarts. Daar hebben het IJzeren Gordijn en het communisme geleid tot een ontwikkelingstempo dat de natuurlijke rijkdommen relatief ongeschonden heeft gelaten. Menig sovjet-leider had een streng gereguleerd jachtgebied dat nu kan worden omgezet tot vrij toegankelijk natuurreservaat. Natuurlijk waren er rokende schoorstenen, bruinkool en smog, maar zelfs de meest vervuilde streek in Centraal-Europa, de `Zwarte Driehoek' Polen-Tsjechoslowakije-Duitsland, heeft nu haar uitstootniveaus van zwavel en ozon weten terug te brengen tot West-Europees niveau.

De nieuwe EU-landen moeten gaan voldoen aan de EU-wetgeving die altijd strenger is dan de regels die nu gelden voor natuur en milieu. Veel van wat wij zijn verloren aan natuur, is in het voormalige Oostblok nog ongeschonden. De bergen van de Karpaten zijn het laatste en grootste bastion voor beren, wolven en lynxen. Het grootste wetland van Europa dat nog intact is, ligt langs de 164 kilometer lange Biebrza-rivier in Polen. De helft van Slovenië bestaat uit ruige natuur, met ondergrondse rivieren en duizenden grotten. Het land dat evenveel natuur herbergt als alle oude en nieuwe EU-landen bij elkaar heet Turkije. Het treedt in mei nog niet toe, maar zit op de reservebank.

De uitbreiding van de EU is een groot gewin, maar het blijft de vraag of het uiteindelijk voor de natuur een vloek of een zegen zal zijn. Zullen we de zojuist ontdekte Europese wildernis weten te bewaren of gaan we haar, net als in de oude Unie, verkwanselen? Veel zal afhangen van het beleid voor landbouw en infrastructuur, want juist die twee hebben geleid tot sterke afname van de biodiversiteit in de huidige lidstaten. Op dit moment gaat de helft van het totale EU-landbouwbudget, 50 miljard euro, naar intensivering van de landbouw. Landbouwsubsidies hebben het platteland welvaart gebracht, maar ook geleid tot grootschaligheid, overproductie en verlies van werkgelegenheid. Het is een uitdaging om duurzame alternatieven te vinden die recht doen aan de terechte wens van de toetreders om ook te profiteren van mogelijke welvaartsgroei en tegelijkertijd te voorkomen dat we de fouten herhalen die we in West-Europa hebben gemaakt.

De Europese Unie wil een trans-Europees netwerk van wegen aanleggen om de EU-landen dichter bij elkaar te brengen en dat gaat ons natuur kosten. De plannen om de scheepvaart op de Donau te ontwikkelen zijn de doodsteek voor een duizend kilometer lange strook van waardevolle natuurgebieden langs de rivier. De `Via Baltica' is ook al zo'n onzalig project: deze snelweg tussen Warschau en Helsinki moet dwars door het Biebrza Nationaal Park in Polen gaan lopen, een wetland waar nu nog wolven en elanden rondzwerven. Het Wereld Natuur Fonds propageert een alternatieve, kortere route om het gebied heen.

Onze nieuwe EU-buren hopen met hun toetreding op meer economische welvaart en dat verlangen is begrijpelijk. Dat kan alleen zonder schade voor de natuur als we op zoek gaan naar een nieuw soort plattelandseconomie die welvaart oplevert met vormen van bedrijvigheid die passen bij de lokale natuurwaarden. In de Karpaten bijvoorbeeld zal men er niet aan ontkomen een eind te maken aan het romantische beeld van kleinschalige landbouw en rondtrekkende kuddes. Als de keuze valt op intensieve bosbouw of veeteelt, gaat dat ten koste van de beren, wolven en lynxen die er nu nog voorkomen. Grootschalige begrazing (dezelfde kuddes, maar groter en op een uitgestrekter gebied) kan de natuur sparen en toch producten opleveren die kunnen concurreren op de Europese markt.

Niek van Heijst is algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds.