Hoofddoek en rechtsstaat

Mag ik zeggen dat Nederland een eigen geschiedenis kent, een eigen traditie, waarin het niet past om hoofddoeken in functies te dragen? Mag ik zeggen dat op basis van onze geschiedenis de scheiding van kerk en staat en de scheiding van openbaar en privé grote verworvenheden zijn en onderdeel vormen van onze rechtsstaat, en dat daarom een hoofddoek in de privé-sfeer hoort? Ik heb soms het gevoel dat ik het niet mag zeggen.

Veel vrouwen die hoofddoeken (willen) dragen, zijn (kinderen van) mensen die uit landen komen waar deze scheiding geen geschiedenis kent, waar deze scheiding geen uitgangspunt is en geen onderdeel vormt van de culturele opvoeding. Als je gewend bent een eenheid te zien tussen religie en staat, tussen privé en openbaar, dan snap je waarschijnlijk de hele discussie over de hoofddoek niet.

Moeten we het hier niet over hebben en de verschillen tussen beide rechtssystemen aan de orde stellen? En dat in Nederland de scheiding van kerk en staat, van openbaar en privé, en de scheiding der machten essentiële uitgangspunten zijn van onze rechtsstaat, die gerespecteerd dienen te worden? Het kan niet de bedoeling zijn dat buitenlandse rechtssystemen Nederland binnensluipen.