De verleidingen van gendoping

Met enige kennis van biologie is genetische doping relatief gemakkelijk toe te passen. Volgens Hidde Haisma, professor genmodulatie in Groningen, is het zelfs mogelijk dat een sporter in zijn eigen behoefte voorziet.

Genetische doping heeft de primeur al op de lijst van verboden middelen te worden vermeld terwijl toepassing door het ontbreken van een detectiemethode nog niet kan worden aangetoond. Hoezeer de vrees voor de nieuwe therapie gerechtvaardigd is, bleek afgelopen weekeinde tijdens een workshop over genetische doping bij een congres over klinisch onderzoek op de Universiteit Utrecht. In het extreemste geval kan een handige sporter via internet het gen bestellen dat hij nodig denkt te hebben om zijn prestatie te verbeteren.

Het was verbazingwekkend te horen tijdens een lezing van dr. Hidde Haisma over een ingewikkelde materie als genetische doping (het inbrengen van een therapeutisch cel waardoor afwezig of afwijkend gen kan worden gecompenseerd) hoe relatief gemakkelijk een erfelijke eigenschap desgewenst gecorrigeerd kan worden. De professor therapeutische genmodulatie aan de universiteit van Groningen vertelde dat uitwisseling van genen in wetenschappelijke kringen gebruikelijk is.

Haisma: ,,Als ik een gen heb waarmee een collega iets leuks wil doen, stuur ik dat desgevraagd op. En als ik iemand het gen van EPO vraag, kan ik dat zo krijgen. Nee, er is geen enkele vorm van bescherming. In de Verenigde Staten is zelfs een bedrijf met een database van alle genen die je kunt bestellen; voor een paar honderd dollar wordt het opgestuurd.''

Een sporter met enige kennis van biologie zou in theorie in zijn eigen genetische doping kunnen voorzien. Om te weten hoe het gen van bijvoorbeeld EPO er uitziet, kunnen de DNA-kenmerken met enige handigheid op internet worden opgespoord. Vervolgens kan via een speciale techniek PCR genaamd het benodigde gen uit het DNA-monster worden gehaald. ,,Op de universiteit hebben biologiestudenten dat binnen drie weken voor elkaar'', aldus Haisma, die erkent dat op die manier genetische doping voor elke sporter makkelijk bereikbaar is. ,,Voor ons is het werken met DNA streng gereguleerd, maar iemand die kwaad wil, kan er zo de zwarte markt mee op. Het principe is gelijk aan de fabricatie van XTC; alleen moet je daarvoor over de benodigde chemicaliën beschikken. Het proces is echt heel simpel. Ja, ik vind dat verontrustend, maar het is realiteit.''

Professor Haisma zegt nooit door een sporter te zijn benaderd voor de toepassing van genetische doping. Bovendien zou hij een dergelijk verzoek afwijzen. Maar de Groninger wil zijn kop evenmin in het zand steken. ,,Transparantie heeft mijn voorkeur boven de veronderstelling dat genetische doping niet zal worden toegepast. Met gentherapie kunnen patiënten van ernstige ziekten worden genezen, maar net als bij veel geneesmiddelen kan het ook op een ander manier worden gebruikt. Het is hetzelfde verhaal als met kernenergie en atoombommen. Daarom is het goed dat het wereldantidopingbureau WADA genetische doping op voorhand al heeft verboden. Nu is het zaak zo snel mogelijk een detectiemethode te ontwikkelen.''

Haisma zegt geen idee te hebben of genetische doping in de sport al wordt toegepast. Recentelijk heeft hij in het kader van een rapportage aan staatssecretaris van Sport, Clémence Ross-Van Dorp, een aantal sporters geïnterviewd en vastgesteld dat zij geen notie van genetische doping hebben. Volgens Haisma gaf schaatser Carl Verheijen, student geneeskunde, daar tijdens de workshop eveneens blijk van. De sporter hield een gloedvol betoog over de emotie in sport, waar zijns inziens geen plaats behoort te zijn voor farmaceutische manipulatie. ,,Maar van genetische doping weet hij niets'', constateerde Haisma.

De reden dat genetische doping nog niet kan worden opgespoord, komt doordat de structuur van het gen niet verandert. Haisma: ,,Spieren groeien op een goed moment niet meer. Je kunt ze trainen om groter te worden, maar de groeifactoren blijven altijd in balans. Op het moment dat je een extra gen aan de spieren toevoegt doorbreek je de groeibalans en krijg je extra spiermassa. Maar het gen verandert niet; het behoudt dezelfde eiwitten. Dus is het niet op te sporen. Als in iemands lichaam een steroïde wordt ontdekt dat niet in ons lichaam voorkomt, weet je honderd procent zeker dat doping is gebruikt. Maar toon bij ongewijzigd eiwit maar eens aan dat er sprake is van genetische doping. We kunnen hooguit met een serie bloedsamples de verschillen in hoeveelheid meten.''

Volgens Haisma zal niet lang meer duren voordat de eerste atleet op genetische doping wordt betrapt. ,,Daarover ben ik zeer pessimistisch'', zegt hij. ,,Wat houdt een atleet nog tegen als hij weet dat genetische doping werkt, hij er niet ziek van wordt en het niet is te traceren? Dan kunnen alleen ethische overwegingen nog een beletsel zijn. Overigens verwacht ik de eerste gevallen van genetische doping niet bij mensen, maar bij dieren. Ik denk dan aan paardenraces, hondenrennen en duivensport.''