COT: Aanpak `Amercentrale' was adequaat'

De rampenbestrijding na het ongeval in de Amercentrale is goed verlopen. Het beleidsteam heeft wel enkele fouten gemaakt, maar deze hebben geen invloed gehad op de dood van vijf mensen.

Dat stelt het crisisonderzoeksbureau COT in een evaluatie van de rampenbestrijding na het ongeval op 28 september vorig jaar. Bij het ongeval stortte een 65 meter hoge steiger in tijdens onderhoudswerkzaamheden in een ketel van de elektriciteitscentrale. Acht gritstralers kwamen tussen het ingestorte steigermateriaal terecht. Drie van hen konden worden gered. Vijf mannen kwamen om: twee Amerikanen en drie Turken uit Rotterdam.

Het COT beoordeelt de hulpverlening en handelwijze van de rampenstaf als ,,zeer positief'', aldus onderzoeksleider Ira Helsloot. Burgemeester Mathieu Meijer van Geertruidenberg heeft volgens het rapport ,,zeer adequaat'' gehandeld door snel het rampenplan in werking te stellen en zelf de leiding te nemen. ,,We hebben geen dominante fouten gemaakt'', stelt burgemeester Meijer. Minder te spreken is het COT over diens besluit om zijn crisisteam te vestigen op het terrein van de Amercentrale in plaats van het gemeentehuis. Dat is volgens het COT de coördinatie van de operatie niet ten goede gekomen. Ook de alarmering onmiddellijk na het ongeval verliep enigszins ,,rommelig'', maar heeft geen invloed gehad op leven en dood.

Kritiek heeft het COT op het voortzetten van een reddingoperatie op een moment dat de overlevingskansen voor de nog niet gevonden mensen ,,nihil'' waren. Burgemeester Meijer besloot aanvankelijk, anderhalve dag na het ongeval, de reddingsoperatie te staken en over te gaan naar een bergingsoperatie. Toen echter een vierde slachtoffer werd aangetroffen, besloot Meijer toch weer met de reddingoperatie door te gaan. Meijer: ,,Er was sprake van opflakkerende hoop.'' Het COT wijst op de grote risico's die reddingwerkers daarbij hebben gelopen. Wel heeft het COT ,,begrip'' voor de ,,psychologische drempel'' om terug te schakelen naar een reguliere bergingsoperatie. Meijer: ,,De hulpverleners hebben geen onaanvaardbare risico's gelopen. De risico's waren gecalculeerd. Bovendien is er geen enkele hulpverlener geweest die niet volgens deze methode wilde werken.''

Het grootste probleem bij de reddingsoperatie was volgens het COT dat in het eerste ,,gouden uur'' de beknelde werknemers niet konden worden geholpen. De enige ingang van de ketel was versperd door het steigermateriaal. Pas na anderhalf uur konden reddingswerkers via een aangebracht gat in de zijkant van de ketel de eerste slachtoffers bereiken.

Over de oorzaak van het ongeval spreekt het COT zich niet uit. De gemeente Geertruidenberg had het COT gevaagd om een onafhankelijke evaluatie.