Bij kleine brandhaarden is Orion nog bruikbaar

De Nederlandse Orions zijn in oorlogssituaties niet langer het meest geschikte verkenningsmiddel, zegt minister Kamp. Maar bij kleinere brandhaarden is het vliegtuig nog populair.

Afghanistan, Irak, Bosnië, Kovoso, Afrika – allemaal gebieden waar de P3-C Orion, het patrouillevliegtuig van de Nederlandse marine, het afgelopen halfjaar had kunnen worden ingezet. Uit een overzicht dat het ministerie van Defensie desgevraagd openbaar heeft gemaakt, blijkt dat bij vrijwel alle lopende internationale militaire operaties is gevraagd om bijstand van Nederlandse Orions.

In oktober vroegen de Verenigde Naties Nederland met een Orion een bijdrage te leveren voor MONUC, de verificatiemissie in Oost-Congo. Hetzelfde najaar vroeg ook de NAVO verschillende malen om inzet: voor Active Endeavour, de patrouilles in het oostelijk Middellandse-Zeegebied ter bestrijding van het terrorisme, en voor vluchten boven Bosnië en Kosovo, ter ondersteuning van de SFOR en KFOR-missies. Het bondgenootschap vroeg Nederland ook om Orions te leveren voor de NATO Response Force, de snelle reactiemacht die vanaf volgend jaar overal ter wereld inzetbaar moet zijn. Ook de Amerikanen, die kampen met tekorten aan verkenningsvliegtuigen boven Afghanistan en Irak, hebben diverse malen laten weten dat ze graag bijstand zouden willen hebben van de Orions.

Die belangstelling is opmerkelijk omdat de Orion een relatief oud vliegtuig is, dat door fabrikant Lockheed Martin niet meer wordt gebouwd. Nederland schafte de Orions eind jaren zeventig aan om Russische onderzeeboten in de Atlantische Oceaan op te sporen en om verkenningen boven zee uit te voeren. In de jaren negentig kwam het accent meer op verkenning boven land te liggen – reden waarom in 1999 besloten is de vliegtuigen voor 257 miljoen euro ingrijpend te moderniseren. Het Capability Update Programme (CUP) zal het toestel up-to-date houden tot circa 2020. Nieuwe sensoren zullen het vliegtuig meer geschikt maken voor waarneming boven land. Drie van de tien vliegende Orions zijn al uitgerust met infraroodcamera's en flares tegen luchtdoelraketten. Het zijn deze drie toestellen die internationaal zo gevraagd zijn.

Wat minister Henk Kamp van Defensie betreft, moeten de militaire partijen voortaan elders aankloppen als ze behoefte hebben aan Orions. Kamp moet bezuinigen: meer dan 3 miljard euro tot 2008. Harde maatregelen zijn daarbij onvermijdelijk, zo schreef de minister in september in de zogeheten Prinsjesdagbrief Naar een nieuw evenwicht aan de Tweede Kamer. Dat betekent verkoop van de Orions en sluiting van de thuisbasis, het vliegveld Valkenburg bij Leiden. Morgen is daarover een hoorzitting in de Tweede Kamer.

Nederland wil, zo schreef Kamp, zo veel mogelijk aansluiten bij de militaire behoeften van de NAVO en Europese Unie. Binnen die organisaties is vastgesteld dat de Europese bondgenoten over grote overschotten aan wapensystemen uit de Koude Oorlog (zoals tanks en geschut) beschikken, en dat er grote tekorten zijn op het gebied van geavanceerde technologie en eenheden die snel kunnen worden ingezet. Volgens Kamp blijkt uit analyses van de NAVO en de EU dat er geen behoefte meer is aan de Orions. Zo stelt de NAVO in de zogeheten Defence Requirements Review voor het jaar 2003 (DRR03) dat de ,,onderzeebootdreiging'' zodanig is afgenomen dat er geen patrouillevliegtuigen meer nodig zijn voor die taak. Andere taken, zoals luchtverkenning, ,,kunnen op termijn met andere middelen worden uitgevoerd''. De minister doelt daarmee onder meer op onbemande vliegtuigen, in militair jargon Unmanned Aerial Vehicles (UAV's) genoemd.

Bij de onderbouwing van de bezuinigingsplannen heeft Defensie niet het volledige NAVO-plan gebruikt. Dat blijkt bij nadere bestudering van NAVO-document DRR03, dat door deze krant is ingezien. Inderdaad stelt de DRR vast dat er sprake is van een sterk verminderde dreiging van onderzeeboten. Het aantal maritime patrol aircraft (MPA's) zoals de Orion kan daarom met 32 procent worden teruggebracht. Maar behalve overschotten stelt de DRR ook belangrijke tekorten vast. Een van die tekorten is vliegtuigen voor Air to Ground Surveillance and Reconnaissance (AGSR): luchtverkenning. De DRR03 constateert ,,significante tekortkomingen'' op het gebied van bemande AGSR-vliegtuigen. Van de 94 MPA's waaraan de NAVO behoefte denkt te heben, moeten 14 beschikken over een grondwaarnemingscapaciteit, zo schrijven de NAVO-planners. Het gaat om zes Britse Nimrod-verkenningsvliegtuigen, vijf Amerikaanse en drie Nederlandse Orions – de drie toestellen die met een infraroodcamera zijn uitgerust.

Dat de Nederlandse Orions een rol zouden kunnen spelen bij het invullen van de tekorten op het gebied van luchtverkenning was al eerder vastgesteld. Tijdens de NAVO-top in Praag (november 2002) had toenmalig minister van Defensie Frank de Grave nog voorgesteld de drie Orions met infrarood-camera uit te rusten met een extra digitale dataverbinding als ,,interim verbetering van de grondwaarnemingscapaciteit'' in afwachting van de aanschaf van Europese waarnemingssatellieten en radarvliegtuigen. Dit plan, zo schrijft minister Kamp, komt nu niet meer voor realisatie ,,in aanmerking''. In antwoord op Kamervragen stelt de minister op 18 maart van dit jaar dat de NAVO de Orion eigenlijk niet zo geschikt vindt voor luchtverkenning. De Orion zou te langzaam en te laag vliegen. Daarom, schrijft Kamp, ,,stelt de DRR03 dat de overlevingskansen van maritieme patrouillevliegtuigen in een gebied met een dreiging niet toereikend zijn.''

Wat Kamp zegt, is waar. De DRR stelt dat maritieme patrouillevliegtuigen niet over voldoende survivability beschikken om ingezet te worden ,,in gebieden met een hogere dreiging'' – dat wil zeggen, een totale oorlog. De toestellen kunnen echter wel worden ingezet voor luchtverkenning ,,in minder-vijandige omgevingen''.

Die situaties zijn er volop – reden waarom er het laatste halfjaar ook zoveel vraag was naar de Nederlandse Orions. Bosnië en Kosovo zijn ,,minder-vijandige'' omgevingen. Afghanistan en Irak zijn dat ook. Daar opereren op dit moment Amerikaanse en Canadese Orions. Volgens een woordvoerder van Defensie zullen verzoeken om inzet van Nederlandse Orions telkens opnieuw worden ,,beoordeeld''. Voorlopig kan dat nog. Op verzoek van de Kamer heeft minister Kamp besloten Valkenburg in ieder geval nog tot januari 2005 open te houden.