Acteurs schitteren in `Demonen'

Op de foto in het programmaboekje wordt het hoogtepunt van Demonen eigenlijk al weggegeven: het moment dat de echtgenoot de as van zijn moeder over zijn vrouw in bruidsjurk uitstort. Liefdeshaat en bindingsproblemen in een familie; het leven als therapie, enorme lappen tekst, dode moeder, de zoon die niet los van haar komt, het zijn de vaste kenmerken van schrijver Lars Noréns.

Demonen (1982) is een niet zo'n sterk toneelstuk uit Noréns psychoanalyse-periode, en het doet ook wat verouderd aan. Net als verschillende van zijn andere stukken is het een variatie op Albee's Wie is er bang voor Virginia Woolf? Een echtpaar ziet na enige jaren de liefde omslaan in haat. Of beter gezegd: de motor die hun scheefgegroeide huwelijk levend houdt, is de passie van de liefdeshaat, het elkaar treiteren, kwetsen, dreigen om weg te gaan, groteske scènes maken, gevaarlijke spelletjes met elkaar spelen.

De onderburen komen op bezoek; een echtpaar dat nadrukkelijk als tegenkleur dient. Het ene echtpaar draagt streng modieus zwart, het andere niet zo goed zittend chocoladebruin en kraamrood. Het eerste echtpaar is werelds en kinderloos, het tweede komt sinds de kinderen de deur nauwelijks uit. Het ene echtpaar is ongelukkig, het andere gelukkig, of althans tevreden. De mooie verknipten tegenover de lelijke braveriken. Althans, zo begint het. Al snel zijn de onderburen aangestoken door de huwelijksoorlog van de bovenburen. Alles moet kapot, voordat de echtelieden elkaar weer kunnen vinden. Dat geeft hoop: omdat de liefde sterker is, maar ook wanhoop: het moet altijd op deze pijnlijke wijze.

Demonen is toneel dat het Nationale Toneel graag brengt: duidelijke, afgeronde, herkenbare verhalen voor een breed publiek; stukken die sterke acteurs kunnen laten schitteren. Helaas past het ook in de regies van Johan Doesburg van de laatste jaren: zo netjes, met zo'n streng monumentale decor, zo'n mooie, maar keurige vormgeving. Haagse chic: `always one step behind of fashion'. Gelukkig heeft de Doesburg de surrealistische, mysterieuze tinten van het stuk aangegrepen om het psychologisch realisme wat scheef te zetten. Dat zit in vreemde bewegingen, al dan niet synchroon uitgevoerd, abrupte lichtwisselingen, verontrustende geluiden.

En inderdaad; de acteurs schitteren. De grote Gijs Scholten van Aschat en Ariane Schlüter als de bovenburen zijn volmaakt aan elkaar gewaagd. Scholten van Aschat kan geweldig pesten en negeren, incasseren, verweesd ronddwalen. Naast dat sparren is hij ook sterk in de broeierige scène waarin hij zijn homoseksuele fantasieën op de buurman uitprobeert. Schlüter, die zijn vrouw speelt, heeft drie krachtige wapens: haar verrassende onverwoestbaarheid, haar bijna onverschillige aantrekkelijkheid, en haar arsenaal aan pijnlijke onthullingen. Marie-Louise Stheins als de buurvrouw, is geestig in haar onverstoorbare, naiëve goedheid, die een ieder op de zenuwen werkt. Roef Ragas slaat zich goed heen door zijn wat merkwaardige aangeversrol van onderbuurman; een grote, stuurse man met een al te abrupte stemmingsverloop.

Voorstelling: Demonen van Lars Norén, door het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Gezien: 17/4 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Tournee t/m 15/6. Inl. 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.