Zweep gaat mee op weg naar Spelen in Athene

Welgeteld één zwemmer schaarde zich tijdens de NK, formeel de laatste kwalificatiekans, bij de olympische ploeg. Toch beweert bondscoach André Cats vol vertrouwen naar Athene te gaan.

De deuren van het Sloterparkbad bleven keurig in hun voegen. Woede-uitbarstingen, zelfbeklag? Hier en daar een sip gezicht, maar verder? Schouderophalend nam de Nederlandse zwemtop – of wat daar voor doorgaat – de afgelopen vier dagen kennis van de ene na de andere matige prestatie.

Zwemmers zijn zéér beschaafde mensen. Dat was al langer bekend. Maar trapte een van de pseudo-vedetten maar eens een deur in. Dat zou, zowel letterlijk als figuurlijk, een zegen zijn voor de sport die dacht een sprong gemaakt te hebben, maar in werkelijkheid is blijven steken. Halve keuzes voeren de boventoon, zowel in de bestuurskamers van de zwembond als in de hoofden van de meeste zwemmers.

,,Getalsmatig teleurgesteld'', bekende André Cats gisteren te zijn, toen de balans kon worden opgemaakt na de NK in Amsterdam. De bondscoach had gerekend op tien individuele starts voor `Athene', maar komt uiteindelijk niet verder dan acht. Alleen Chantal Groot voegde zich op de 100 vlinder bij de olympische ploeg. Inclusief estafettezwemmers telt de selectie nu veertien leden, oftewel tien minder dan in het gloriejaar 2000 (Sydney).

Stille hoop heeft Cats dat zijn ploeg over drie weken, bij de Europese kampioenschappen in Madrid, wordt uitgebreid. In de Spaanse hoofdstad kunnen immers de zogeheten `open plekken' nog worden ingevuld. De Fries rekent stiekem op verdere progressie van twee talentvolle tieners, Moniek Nijhuis (school) en Stefanie Luiken (rug). Ook de reserves voor de estafettes zijn nog niet aangewezen.

Dus om nu te vervallen in zwartgallige bespiegelingen? Cats keek wel uit. ,,We moeten nu verder met de positieve dingen.'' Intern zal hij niettemin de nodige evaluatiegesprekken voeren met betrokkenen, geheel in de geest van het Nederlandse overlegmodel. Troosten deed hij zich verder met de gedachte dat er geen zwemtoeristen meegaan naar Athene, zoals in het verleden zo vaak gebeurde. En: ,,Ik heb niet het gevoel dat wij hier medailles hebben laten liggen.''

Hier sprak de rasoptimist Cats, die wel wilde toegeven dat hij ,,niet de polonaise inzet''. Het viel hem gisteren nauwelijks kwalijk te nemen dat hij niet het achterste van zijn tong liet zien. Een van de lessen van de WK, vorig jaar in Barcelona, was immers dat hij zich voortaan diende te onthouden van commentaar. Kritische noten zouden sommige zwemmers zomaar van hun stuk kunnen brengen.

In dat korset zit Jacco Verhaeren gelukkig niet gevangen. Het recept voor de komende drieëneenhalve maand liet zich volgens de trainer van de Philips-profploeg vangen in twee woorden: ,,Zweep erover!'' Want: ,,Ik vraag me af of sommige jongens wel in zichzelf geloven, en of ze wel een droom hebben. Ze zouden zichzelf een spiegel moeten voorhouden en zich dan afvragen waarom het niet lukt.''

Eindeloos gepraat en gediscussieerd werd er gisteren, terwijl de conclusie toch zo eenvoudig was: het ambitieniveau in Nederland laat te wensen over. Johan Kenkhuis, na Pieter van den Hoogenband in potentie Nederlands beste sprinter, schikte zich zonder morren in zijn lot. Dan maar geen individuele 100 meter vrije slag. Kenkhuis, in Sydney ook nog verdienstelijk acterend in de bronzen 4x200-ploeg, richt zich nu noodgedwongen op de twee nummers, die hem resten: de 50 vrij en de 4x100 vrij.

Dat laatste onderdeel staat te boek als een van de speerpunten van NOC*NSF. Maar het predikaat `medaillekandidaat' kan na gisteren de prullenbak in, betoogde Verhaeren. ,,Aan medailles denk ik allang niet meer. We zijn een outsider, meer niet. Een plaats bij de eerste vijf zou al heel verrassend zijn. Van een eventuele uitschakeling in de series kijk ik straks ook niet op.''

Het was volgens Verhaeren ,,uiterst bedenkelijk'' dat de tijd (50,15) van zijn afwezige pupil Klaas-Erik Zwering, pas vorig najaar omgeschoold van rug- tot crawlspecialist, gisteren niet verbeterd werd. Ook niet door Mark Veens, voor wie de internationaal vereiste 49'er eveneens te hoog gegrepen bleek. Hij zal vooral blij zijn dat trainer-coach Mandy van Rooden hem de afgelopen maanden bovenop de huid zat.

Vooraf had de ene na de andere kandidaat vol bravoure aangekondigd bij de nationale kampioenschappen wel eventjes toe te slaan. Niets bleek gisteren minder waar, een dag nadat de 4x200-ploeg al definitief tot zinken was gebracht. Dat was vooral tragisch voor Thomas Felten. Net hersteld van `overtraining' of hij voldeed aan de limiet, maar hij was na de reeds geplaatste Van den Hoogenband en Martijn Zuijdweg de enige. En drie man is er één te weinig.

Verhaeren komt de `eer' toe dat hij reeds in Sydney waarschuwde voor een hosanna-stemming. De goldrush van Van den Hoogenband en De Bruijn – samen goed voor vijf gouden medailles – ontnam het zicht op de realiteit. Achter de twee boegbeelden gaapt een levensgroot gat. Dat is, alle initiatieven ten spijt, niet of nauwelijks opgevuld. In die zin regeert het verfoeide toevalmodel nog altijd.

Zorgwekkend is voorts de rammelende techniek, zoals Verhaeren die bij de NK opnieuw ontwaarde in het water. In vergelijking met het buitenland raakt Nederland steeds verder achterop. Zo is de vlinderbeenslag in de eerste meters na de start een kunst, die hier niet of nauwelijks wordt verstaan. Tel daarbij een gebrekkige vakkennis bij de meeste trainer-coaches en het sombere toekomstperspectief is geschetst.

Hoe nu verder? Dat vraagt iedereen zich af. Van de Stichting Topzwemmen Nederland, voor wie de puzzel kennelijk onoplosbaar is, tot Topzwemmen Amsterdam. ,,Olympische ambities waarmaken'', was de strijdvaardige leus waarmee hemelbestormers Vervoorn, Bloem en Elzerman de strijd aanbonden met het ingedutte en op amateuristische leest geschoeide zwemmen. Slechts een enkeling heeft die boodschap begrepen.