Vechtjas Boogerd bijna voorspelbare verliezer

De Italiaan Davide Rebellin was gisteren de verdiende winnaar in de Amstel Goldrace. Hij versloeg de Nederlander Michael Boogerd in de eindsprint op de Cauberg.

De beste wielrenner van Nederland was gisteren niet goed genoeg om een Italiaanse topper uit het wiel te rijden. Aan de voet van de Cauberg overschatte Michael Boogerd zijn klimcapaciteiten en onderschatte hij de harde tegenwind. Hij fietste `op het buitenblad' naar boven, zoals hij vorig jaar in dezelfde klassieker zonder veel moeite met de wind in de rug had gedaan. Medevluchter Davide Rebellin profiteerde van de vergissing die door sommige volgers in de karavaan als een beginnersfout werd bestempeld. De 32-jarige Venetiaan was de dik verdiende winnaar van de 39-jarige Amstel Goldrace.

De nieuwe nederlaag van Boogerd – hij werd voor de derde keer tweede in de Goldrace die hij één keer wist te winnen, in 1999 – was na afloop voer voor wielerfilosofen. Had de kopman van Rabobank zo snel de leiding moeten nemen op de Cauberg? Had hij hij niet met een lichtere versnelling moeten rijden? Was hij niet te vroeg gedemarreerd en had hij daarmee niet te snel zijn kruit verschoten? De wielerkenners waren het over één ding roerend eens: verliezen van Rebellin was geen schande. Hij heeft een grotere erelijst dan Boogerd en een snellere eindsprint in de benen bovendien.

Boogerd heeft als junior leren klimmen in het Limburgse heuvelland. Hij woont tegenwoordig om trainings- en belastingtechnische redenen in het vlakke Vlaamse land. Ter voorbereiding op de Goldrace had hij vorige week vijf dagen in de buurt van Valkenburg gebivakkeerd. Hij had de Cauberg wel vijftien keer beklommen en reed voor zijn gevoel een thuiswedstrijd. De traditionele scherprechter is hem op het lijf geschreven, maar dat gold ook voor Rebellin. De Italiaan reed een deel van de klim met een lichtere versnelling en werd door de druistige Boogerd uit de wind gehouden. De sprint à deux was daarom een abc'tje, de opgewonden en chauvinistische stemming op de hoofdtribune ten spijt. ,,Boogerd wilde niet winnen, hij moest winnen'', verklaarde Rebellin het verschil in wedstrijddruk tussen beide renners.

Bijna iedere Italiaanse wielrenner heeft leren fietsen op geaccidenteeerd terrein. De korte, relatief steile Cauberg is bijna een kopie van de duizenden heuveltjes in Toscane, Umbrië en Lombardije. Rebellin hoefde de Limburgse helling niet te verkennen en vertrouwde op zijn jarenlange ervaring als beroepsrenner. Boogerd heeft bijna net zoveel dienstjaren in het profcircuit, maar hij zal de nooit de rust en het vertrouwen van een routinier uitstralen. Zo vertelde hij na afloop dat hij op advies van zijn ploegleider Frans Maassen op het steilste stuk van de Cauberg was gedemarreerd.

Of volgde het boegbeeld van Rabobank toch zijn eigen intuïtie, want volgens zijn teambaas was helemaal geen sprake geweest van stalorders. Sterker nog: de voorlaatste Nederlandse winnaar (1991) van de Goldrace had de laatste Nederlandse winnaar (1999) juist geadviseerd te wachten met sprinten. Zoals wel vaker in de wielersport zal de waarheid ergens in het midden liggen. Maassen wilde Boogerd na afloop dan ook niets verwijten en stond achter de beslissing van zijn kopman. De collectieve nederlaag was een enorme domper, want de oranje brigade had de koers in handen. Marc Wauters, Steven de Jongh en Maarten den Bakker deden het meeste vuile werk. Karsten Kroon en Marc lotz neutraliseerden ontsnappingen. En Erik Dekker maakte met enkele speldeprikken de weg vrij voor zijn favoriete ploeggenoot.

Boogerd pareerde bij de beklimming van de Fromberg, op vijftien kilometer van de finish, een demarrage van Rebellin. Er volgde een eendrachtige samenwerking, in de wetenschap dat hun achtervolgers op schootsafstand fietsten. Het viertal Paolo Bettini, Danilo di Luca, Matthias Kessler en Peter van Petegem ontbeerde de kracht voor een succesvolle inhaalrace. Met als gevolg dat Boogerd en Rebellin het samen mochten uitvechten op de Cauberg. De Italiaan zou gevoelig zijn voor omkoping, gezien zijn vele tweede plaatsen, klonk het tijdens de finale bijna hoopvol in de wandelgangen. Maar de twee leiders wisselden geen woord met elkaar; Rebellin wilde eerherstel.

De kopman van Gerolsteiner droeg zijn derde wereldbekerzege na afloop aan een overleden collega op. Zijn land- en ploeggenoot Denis Zanette overleed vorig jaar na een bezoek aan een tandarts. Geruchten over gebruik van een overdosis doping zijn nooit bewezen. Rebellin had zelf in 1998 en 1999 zo veel last van zijn ingewanden, dat gevreesd werd voor zijn wielercarrière. Na zijn wereldbekerzeges in 1997 – hij won binnen een maand zowel de Grote Prijs Zürich als de Clasica San Sebastian – werd hij nooit meer de oude. Wel won hij vorig jaar de Duitse semi-klassieker Henninger Turm, maar hij teerde vooral op eerdere ereplaatsen in Luik-Bastenaken-luik en de Ronde van Lombardije.

Vergeleken met de stilist Rebellin heeft de vechtjas Boogerd, die zelden door lichamelijk ongemak werd gehinderd, een bescheiden palmares opgebouwd. De 31-jarige allrounder wordt geroemd om zijn aanvalslust en is daarom een sierraad voor de wielersport. Boogerd is geen uitgekiende renner die het motto hanteert van zijn voorganger Jan Raas: `wielrennen is wachten'. Gisteren smeet hij weer met zijn krachten en mede daarom moest hij genoegen nemen met een tweede plaats. Zondag krijgt Boogerd een herkansing in Luik-Bastenaken-Luik, de laatste voorjaarsklassieker. Alsof de jaren gaan tellen, heeft hij na tien jaar aanwezigheid afgezegd voor de Waalse Pijl die woensdag op het programma staat. ,,Ik moet niet te veel energie verspelen'', wist de eervolle verliezer van de Goldrace.