Van de Vijver: Ik word doodziek van het liegen

Jarenlang ruzieden de inmiddels ontslagen topmanagers over de olie- en gasreserves. Vanmorgen openbaarde Shell een samenvatting van een onderzoek met veel boze e-mails.

,,Ik word doodziek van het liegen over de reserves.''

De e-mail die productiechef Walter van de Vijver op 9 november 2003 verstuurde aan zijn baas, topman Philip Watts, maakt niet alleen pijnlijk duidelijk dat de twee topbestuurders al jaren op de hoogte waren van de problemen met de olie- en gasreserves. De e-mail legt ook een hoog oplopende ruzie bloot tussen de twee voormalige Shell-managers.

Het Nederland-Britse concern ging vanmorgen dieper dan ooit door het stof. Het liet de buitenwereld weten wat de conclusies waren van een onderzoek dat het concern begon nadat het begin januari de `bewezen' olie- en gasreserves met 20 procent (bijna 4 miljard vaten) moest afwaarderen omdat zij niet voldeden aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Zowel Van de Vijver als toenmalig bestuursvoorzitter Watts moesten begin maart aftreden nadat de commissarissen de eerste conclusies van het onderzoek te horen kregen.

Het rapport, opgesteld door het Amerikaanse advocatenkantoor Davis Polk & Wardwell, geeft een ontluisterend beeld van managers die weten dat zij de regels overtreden, deze overtredingen onvoldoende aan de kaak stellen en zelfs in de doofpot proberen te stoppen. Shell publiceerde een samenvatting van het rapport omdat de SEC niet wil dat de volledige uitkomsten al openbaar worden gemaakt.

Het rapport beschrijft dat Van de Vijver al snel na zijn aanstelling als chef van de divisie exploratie en productie (E&P) in juni 2001 ontdekte dat er reserves stonden geboekt als `bewezen' terwijl die helemaal niet op korte termijn uit de grond konden worden gehaald, een noodzaak voor `bewezen' reserves. ,,E&P was medio 2001 in een veel slechtere staat dan mijn voorganger het management en de commissarissen had doen geloven'', schreef Van de Vijver vorige maand aan de onderzoekers. Zijn voorganger was Watts, sinds medio 2001 de hoogste man bij Shell.

Vanaf dat moment staan de twee mannen lijnrecht tegenover elkaar. Van de Vijver stelt de raad van bestuur in februari 2002 op de hoogte van het probleem, maar hij laat in een latere presentatie weg dat enkele miljarden vaten niet voldoen aan de SEC-regels nadat Watts hem heeft gevraagd om al het mogelijke te doen om de reserves te doen stijgen: een moeilijke taak voor Van de Vijver die juist overweegt om een deel van de reserves van de `bewezen' lijst af te halen. Nadat Van de Vijver in november 2003 een zeer kritische beoordeling heeft gehad van Watts, mailt hij Watts: ,,Ik wordt sick and tired van het liegen over de reserves en de neerwaartse aanpassing die nodig is vanwege de té agressieve boekingen in het verleden.''

Van de Vijver stelt de problemen echter niet aan de orde bij de commissarissen, volgens eigen zeggen omdat dat volgens de ongeschreven regels van Shell niet was toegestaan. Hij hoopt de zaak geleidelijk intern op te lossen. van de Vijver lijkt ervan bewust dat hij daar mogelijk de financiële markten mee misleidt. In september 2002 mailt hij: ,,De markt kan alleen voor de gek worden gehouden als 1) de geloofwaardigheid van het bedrijf hoog is, 2) de portfolio op de middellange termijn wordt ververst en 3) er positieve trends zijn in de belangrijke indicatoren. Helaas hebben we het moeilijk op al deze punten.''

Dat het bedrijf de regels breekt wordt nogmaals duidelijk in een rapport dat medewerkers van de divisie E&P begin december sturen aan Van de Vijver, waarin wordt gesteld dat de Amerikaanse wet wordt overtreden door de informatie over discutabele reserves niet meteen openbaar te maken. De reactie van Van de Vijver: ,,Dit is absoluut explosief ... het moet worden vernietigd''. Het document bleef echter bestaan en zou enkele maanden later mede de oorzaak zijn van het ontslag van Van de Vijver.

Het rapport, dat in totaal 463 pagina's telt, geeft ook aan dat de interne controlesystemen van Shell niet goed functioneerden waar het de reserves betrof. Zo werden de reserveboekingen intern gecontroleerd door slechts één persoon. Dit was een oud-medewerker van het olieconcern die part-time in dienst was en die de boekingen van een veld maar een maal per vier jaar ter plekke ging controleren. Deze controleur stelde achteraf dat hij eigenlijk harder had moeten optreden, zegt hij in het rapport. ,,Het had me waarschijnlijk mijn baan gekost, maar ik had het moeten doen.''