Straf Krstic in hoger beroep elf jaar korter

De Bosnische-Serviër Radislav Krstic is vanmorgen in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 35 jaar voor zijn aandeel in de genocide na de val van Srebrenica in juli 1995. Drie jaar geleden was de generaal nog door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot 46 jaar.

De belangrijkste reden voor de lagere straf is dat Krstic volgens rechter Theodor Meron niet tot de hoofddaders van de volkerenmoord op de moslims van Srebrenica behoorde. Meron vonniste dat Krstic had deelgenomen aan een criminele organisatie die zich schuldig heeft gemaakt aan volkerenmoord. Hij heeft niet direct gemoord, maar schiep de mogelijkheid voor de massamoord op de meer dna zevenduizend moslims door manschappen en materieel beschikbaar te stellen voor de operatie.

Verdere motivaties voor de lagere straf zijn volgens Meron het feit dat Krstic vlak voor de verovering van de moslimenclave Srebrenica tot commandant van het Bosnisch-Servische Drina-Korps was benoemd. ,,Zijn rol in de planning was beperkt'', aldus Meron. En de VN-rechter memoreerde een bevel dat Krstic had doen uitgaan dat moslims humaan moeten worden behandeld.

Zowel Krstic' advocaten als openbaar aanklager Carla Del Ponte waren tegen het vonnis van 46 jaar gevangenisstraf – de eerste keer dat iemand door het Haagse VN-tribunaal was veroordeeld voor volkerenmoord – in hoger beroep gegaan. Del Ponte eiste levenslang omdat Krstic direct betrokken is geweest bij de organisatie en uitvoering van ,,de grootse massamoord in Europa sinds de Holocaust''. Krstic' advocaten wilden een nieuw proces omdat tijdens de rechtsgang in 2000 bewijsmateriaal zou zijn achtergehouden, dat gunstig zou uitpakken voor hun cliënt.

In het vonnis drong Meron aan op een onderzoek bij het bureau van Del Ponte om er achter te komen hoe het mogelijk is dat bewijsmateriaal – dat ontlastend voor Krstic zou kunnen zijn – is achtergehouden. De VN-rechter meende dat de advocaten van Krstic niet hebben aangetoond dat dit nadelig heeft uitgepakt voor hun cliënt.

De nu 56-jarige Krstic was in juli 1995 commandant van de Bosnisch-Servische eenheid die de moslimenclave Srebrenica in Oost-Bosnië veroverde. Na de verovering werden de moslims gedeporteerd, waarbij de mannen en jongens, werden gescheiden van de vrouwen, meisjes en kinderen. Zo'n zevenduizend tot achtduizend mannen en jongens zijn door de Bosnische Serviërs vermoord. ,,Etnische zuivering werd genocide'', vonniste tribunaal-rechter Almiro Rodrigues in augustus 2001. In zijn vonnis in hoger beroep van vanmiddag herhaalde Meron deze woorden. ,,Srebrenica is synoniem geworden voor genocide.''