Sociale controle bij sport

Een lichtpuntje bij de voetbalrel van afgelopen donderdag is dat Ajax zelf sommige geweldplegers heeft kunnen aanwijzen. Zelfs routineuze onruststokers vonden dat na de voetbalwedstrijd tussen jonge getalenteerden naast de Amsterdamse Arena een grens was overschreden, toen sommige Ajax-supporters een aantal Feyenoord-spelers mishandelden. Supporters zouden raddraaiers niet moeten dekken en zelfs moeten aangeven. Ook het molesteren van andere supporters, het bedreigen van spelers of bestuurders en het scanderen van antisemitische kreten kan niet door de beugel.

Inmiddels is wangedrag zo normaal geworden dat veel gezinnen wegblijven. Het is ook onprettig om kinderen bloot te stellen aan antisemitische scheldpartijen. Gisteren waren die weer te horen in het stadion Galgenwaard in Utrecht. Zolang scheidsrechters de wedstrijd niet stilleggen bij dergelijk wangedrag, laadt de KNVB de verdenking op zich dat hij meer is geïnteresseerd in zijn inkomsten dan in ordehandhaving. KNVB-bestuurders wentelen hun problemen dan ook ten onrechte af op de overheid met het verweer dat voetbalgeweld een maatschappelijk verschijnsel is waarop clubs niet kunnen worden aangesproken. Die clubs zouden juist vaker moeten worden aangesproken op de excessen, zodat supporters nog vaker bereid zijn de criminelen in hun midden aan te geven. Bestuurders zouden eens een kijkje moeten nemen in landen waar voetbal nog wel een gewoon burgergenoegen is.

Sport is een gezamenlijk evenement dat zich leent voor sociale controle op onsportief gedrag, zeker op geweld. Maar als de hardste schreeuwers de sfeer in het stadion bepalen, valt die sociale controle slecht op te bouwen. KNVB-bestuurders zouden beter publiek naar het voetbal moeten trekken.

Het lijkt rechtvaardig als de voetbalclubs moeten betalen voor de dure extra politie-inzet tijdens de wedstrijden, maar dan ontwikkelt de politie zich tot een soort particuliere bewakingsdienst voor de betalende KNVB die de gelegenheid geeft tot risicowedstrijden. Ook aan een speciale voetbalwet, zoals in Groot-Brittannië, kleven bezwaren. Aan de overzijde van de Noordzee is het geweld op het veld wel beteugeld door onverbiddelijke sancties, en de hekken voor de velden zijn zelfs weggehaald, maar het uitgangspunt van deze wet – dat voetbal een riskante activiteit is – deugt niet.

De Nederlandse wetgeving biedt al veel mogelijkheden om geweld harder aan te pakken. Veel gewelddadige supporters hebben geld genoeg voor de dure voetbalkaartjes en voor de verre reizen naar uitwedstrijden. Hun werkgever zou er weinig begrip voor hebben als ze een tijdje in de gevangenis zitten. Burgemeesters geven vergunningen af voor wedstrijden en zij zouden dat vaker kunnen weigeren, zodat teleurgestelde supporters persoonlijk belang krijgen bij het oppakken van geweldplegers. Burgemeester Cohen van Amsterdam heeft twee jaar geleden gedreigd om wedstrijden zonder supporters te laten spelen en hij zou dat weer moeten doen. De gemeente Amsterdam is wel aandeelhouder in het Arena-stadion maar dergelijke financiële belangen mogen – ook in andere gemeenten – geen rol spelen bij de beteugeling van geweld.