Shell-top ruziede al lang over reserves

Binnen de top van het olieconcern Shell bestond al twee jaar lang een groot conflict over de olie- en gasreserves. Topman P. Watts en productiedirecteur W. van de Vijver, die vorige maand allebei ontslagen werden, ruzieden over de vraag of Shell onjuist geboekte oliereserves verborgen kon houden voor beleggers.

Dat blijkt uit het onderzoek van Shell naar de oorzaken van het te hoog inschatten van de reserves met bijna vier miljard vaten. Het concern publiceerde vanochtend een samenvatting van het onderzoeksrapport. De twee ontslagen Shell-bestuurders zeiden op een persconferentie in februari dit jaar nog dat de omvang van de problemen pas eind 2003 duidelijk werd.

Door het onderzoek heeft vanochtend ook financieel bestuurder Judy Boynton, de eerste vrouw ooit in het bestuur van Shell, haar functie neergelegd. Zij heeft volgens het onderzoek ,,vrijwel geen actie ondernomen om de onderliggende feiten van de `agressieve boekingen' te onderzoeken'', terwijl het wel haar taak was om te zorgen dat de cijfers van Shell voldeden aan de richtlijnen van beurstoezichthouders. Boynton blijft in dienst bij Shell.

Shell stelde vanochtend voor de derde keer zijn reserves neerwaarts bij, met nog eens een half miljard vaten. In totaal zijn de `bewezen reserves' die Shell eind 2002 in zijn boeken had staan, met 4,35 miljard vaten verlaagd. Dit jaar zal daar nog eens een half miljard vaten vanaf gaan. Over 2002 wordt ook de nettowinst verlaagd met 100 miljoen dollar. ,,Hiermee zetten we een streep onder de onzekerheden over de reserves'', zei de nieuwe bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer vanochtend in een toelichting.

Details van de ruzie tussen Watts en Van de Vijver zijn te vinden in de samenvatting van zestien pagina's van het onderzoek (totaal 463 pagina's), dat is gedaan door het Amerikaanse advocatenkantoor Davis Polk & Wardwell. De discutabele reserves waren, zo stelde Van de Vijver herhaaldelijk, geboekt in de jaren 1997 tot 2000 toen Watts nog productiedirecteur was. Als zijn opvolger zat Van de Vijver volgens eigen zeggen met de brokken, omdat hij daardoor moeilijk voor de verdere groei van de productie en de voorraden kon zorgen, waar beleggers en financiële analisten wel op rekenden. De reserves waren volgens de Shell-bestuurders een belangrijke factor voor de beurskoers van Shell.

,,Ik word doorziek van het moeten liegen over de omvang van onze problemen met de reserves en het afboeken dat nodig zal zijn door de te agressieve/optimistische boekingen'', schreef Van de Vijver op 9 november 2003 in een e-mail aan topman Watts.

Volgens het onderzoek koos Shell er voor om het probleem met de reserves `te managen' in de hoop dat nieuwe projecten en ontdekkingen de voorraad reserves op tijd zouden aanvullen. In de praktijk werden de problemen juist groter door tegenvallers bij de olie- en gaswinning in Australië, Oman, Nigeria en Brunei.

Shell maakte op 9 januari dit jaar bekend dat het zijn reserves met 20 procent moest bijstellen. Al op 2 december 2003 hadden Shell-managers, na advies van een Amerikaans advocatenkantoor, gewaarschuwd dat het bedrijf de afboekingen ,,zonder uitstel'' openbaar moest maken. Toen Van de Vijver dat advies zag, reageerde hij met: ,,Dit is absoluut dynamiet, in het geheel niet wat ik had verwacht en moet vernietigd worden.''

Volgens de commissarissen hebben de huidige bestuurders geen `inhoudelijke verantwoordelijkheid' voor de problemen en hebben ze daarom volledige steun van de commissarissen.

achtergrond: pagina 11

www.nrc.nl/doc: Rapport