Mannenkoren

,,Bij mannenkoren denken de meeste mensen aan b-muziek van grote, zingende hordes mannen. Die reputatie bestrijd ik! Wanneer goede zangers zich wijden aan goede muziek, is mannenkoormuziek net zo interessant en waardevol als `gewone', gemengde koormuziek – met de donkere klank van alleen mannenstemmen uiteraard als specifieke eigenschap.''

Eric Ericson (85) is koordirigent. Tussen 1951 en 1991 leidde hij onder meer het Zweedse mannenkoor Orphei Drängar (Dienaren van Orpheus). Bij het Nederlands Kamerkoor, waar hij jaarlijks te gast is, leidt hij dezer dagen een programma met zijn favoriete, zelden uitgevoerde composities voor mannenkoor.

,,Met Ivar Munk, de vorige directeur van het Nederlands Kamerkoor, ontstond het idee mijn ervaring met mannenkoormuziek ook hier in een programma tot uitdrukking te brengen. Daarbij was het ons doel níet te kiezen voor de bekende, logge Duitse Liedertafel-muziek, maar te zoeken naar werkelijk interessante composities van artistiek topniveau. En die zijn er ook, in overvloed zelfs.

,,In mijn veertig jaar met de Orphei Drängar heb ik kennisgemaakt met enorme hoeveelheden repertoire en al doende mijn persoonlijke favorieten ontwikkeld. Die worden nu door de heren van het Nederlands Kamerkoor uitgevoerd, voorzover dat praktisch gezien haalbaar was. De meeste mannenkoren zijn tamelijk groot, hier werken we met – tenoren én bassen samen – veertien zangers. Dat gaat doorgaans prima, maar sommige composities hebben we daarom niet gekozen. Omdat bepaalde mannenkoormuziek in een zo kleine bezetting niet optimaal tot zijn recht kán komen.

,,De eerste helft van het programma is gewijd aan Scandinavische werken. Noord-Europa kende in de negentiende eeuw een levendige mannenkoortraditie. Datzelfde geldt voor Duitsland en Oost-Europa. Wat de tradities in de Balkan en in Scandinavië met elkaar gemeen hebben, is de `volkstoon' van de melodieën. Maar dat betekent absoluut niet dat de mannenkoren destijds óók `volks' waren. Het waren artistiek juist vrij elitaire ensembles rondom de universiteiten van bij voorbeeld Stockholm en Helsinki. Dat blijkt ook wel uit de werken van Grieg (Ave maris stella), Nielsen (Aftenstemning) en Söderman (I bröllopsgarden). Het zijn lyrische, romantische maar zeker niet eenvoudige composities. En allerminst simpel is ook de muziek van Poulenc, Schönberg en Saint-Saëns die wij brengen.

,,De mannenkoortraditie raakte in het slop rond het begin van de Tweede Wereldoorlog. Men vond het een ouderwets, verouderd instituut en gaf de voorkeur aan gemende koren. Zelf kwam ik in 1951 terecht bij de Orphei Drängar. Dat koor bestaat sinds 1853 en bevond zich bij zijn eeuwfeest op een dieptepunt in de eigen geschiedenis. Maar in de laatste veertig jaar was er toch een progressieve lijn. Het koor maakte tournees door de hele wereld en schreef compositiewedstrijden uit.

,,Door die ervaringen is mijn affiniteit voor mannenkoormuziek slechts gegroeid. Het is toch ook prachtig dat een instituut als de Orphei Drängar nu ruim honderdvijftig jaar bestaat? Voor de mannelijke zangers van het Nederlands Kamerkoor is het merkbaar wennen, te zingen zonder sopranen en alten. De eerste repetitie moesten zij zich instellen op een totaal nieuwe klankbalans. Maar dat pikten ze snel op. En nu staan zij met slechts veertien man toch garant voor een rijk en vol mannenkoorgeluid.''

Nederlands Kamerkoor: 23/4 Beurs van Berlage, Amsterdam. Res. (020) 521 75 75. Tournee t/m 2/5. Inl. www.nederlandskamerkoor.nl of (020) 5787978