Irak heeft voorlopig `hulp van buitenaf' nodig

De Iraakse veiligheidsdiensten zullen niet in staat zijn het land te beschermen tegen rebellen wanneer een nog te vormen Iraaks interimbewind op 30 juni de macht overneemt van de Amerikanen. Dat heeft de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder in Irak gisteren gezegd in een ongebruikelijk harde verklaring die er volgens waarnemers in Bagdad op was gericht de blijvende aanwezigheid van Amerikaanse troepen na 30 juni tegenover de bevolking te verdedigen. Dat de Amerikaanse en andere buitenlandse troepen blijven was allang bekend – hoewel dit nog niet formeel is geregeld – maar onder invloed van bijvoorbeeld het Amerikaanse offensief in de stad Falluja wordt de stemming in het land langzaam meer anti-Amerikaans.

Bremer wees erop dat het deze maand opgelaaide geweld in het land de diepte van de problemen binnen de veiligheidsdiensten heeft blootgelegd. Leger en politie waren op veel plaatsen niet in staat een offensief van shi'itische rebellen te weerstaan, en schaarden zich soms in hun gelederen. Iraakse militairen weigerden te vechten tegen rebellen in Falluja. Zij hebben voorlopig ,,hulp van buitenaf'' nodig, aldus Bremer.

De Amerikanen kondigden vorige week aan hoge officieren uit Saddam Husseins tijd weer in dienst te gaan nemen om het leger structuur te geven. Een van hen is generaal Amer al-Hashimi, een sunniet die in de Iraakse infanterie diende tot hij in 1997 met pensioen ging en nu chef staf wordt, zo werd gisteren bekendgemaakt. Zijn tweede man, de shi'iet Al-Assal, heeft evenens Saddams divisies gecommandeerd. De Koerd Babakir Zebari wordt hoogste militaire adviseur van de regering. Zebari maakte deel uit van de Koerdische oppositie tegen Saddam.

De impasse in Falluja en Najaf tussen Amerikaanse troepen en respectievelijk sunnitische en shi'itische rebellen duurde intussen voort. Er wordt in beide plaatsen onderhandeld over een oplossing terwijl wankele bestanden van kracht blijven. Daarentegen hadden zaterdag en gisteren zware gevechten plaats aan de grens met Syrië, waar een Iraakse rebellenmacht in de aanval ging tegen Amerikaanse troepen. Daarbij werden vijf Amerikaanse mariniers en 40 rebellen gedood, aldus Amerikaanse mededelingen. Elders in het land werden afgelopen weekeinde nog vijf Amerikaanse militairen gedood bij vijandelijk geweld. In totaal zijn in de maand april al zeker 99 Amerikaanse militairen door rebellen gedood. Volgens ruwe schattingen zijn in die periode ook meer dan 1.100 Irakezen om het leven gekomen, onder wie burgers.

De Amerikaanse autoriteiten hebben een aantal autowegen gesloten wegens de onveiligheid. Het betreft de weg naar Jordanië, een deel van de hoofdweg naar het noorden en een deel van de weg die Bagdad met Basra en Koeweit verbindt. Volgens Iraakse transporteurs ligt daardoor het vrachtwagenverkeer praktisch geheel stil.