IJsland beheerst Motel Mozaïque

Rotterdam was Klein IJsland, afgelopen weekend. Onder auspiciën van het Motel Mozaïque-festival hadden dansers, kunstenaars en muzikanten uit IJsland de stad overgenomen. In tentoonstellingsruimte TENT was onderhoudende IJslandse kunst te zien, er werd fanatiek gedanst en op de twee avonden werd veelal gespeeld door muzikanten met namen die eindigen op -son of -dottir (zoals Omarsdottir, Smarason). Het tweedaagse Motel Mozaïque was er ook dit keer in geslaagd kunst, performance en muziek op een organische manier met elkaar te verbinden. Popliefhebbers liepen tegen installaties op bij de optredens in TENT, dansliefhebbers konden live-muziek en dans tegelijk genieten in de Schouwburg. Het festival trok weer meer bezoekers dan vorige edities.

Motel Mozaïque, dat zich 's avonds in de Schouwburg en Nighttown in vijf zalen tegelijk afspeelt, had een origineel muzikaal programma met behalve IJslanders ook Denen, Belgen en Amerikanen. Onder de Scandinaviërs viel een trend te ontdekken. Men heeft er een voorkeur voor een semi-akoestisch instrumentarium en de zingende zaag. Vrouwen zingen, en doen dat met hijgende fluisterstem die niet sensueel klinkt maar eerder koud en eng. Zowel Under Byen als Múm bestaat uit zeven muzikanten die samen een kriebelig, verstild soort muziek maken. Múm, in de grote volle zaal van de Schouwburg deed dat met meer animo en muzikale verrassing dan Under Byen.

De meeste optredens hadden dit jaar te lijden aan een gebrek aan charisma. De groepen waren groot – met zes leden doorgaans als minimum – maar niemand leek zich geroepen te voelen persoonlijke opwinding tot uiting te brengen. Met uitzondering van Jake Shears en Ana Matronic van Scissor Sisters, en Stijn, de nieuwe techno-ontdekking uit België, die met iedereen oogcontact maakte en ondertussen niet alleen de toetsen beroerde maar ook nog in het Engels, Frans en Vlaams zijn preoccupaties met sterrendom debiteerde.

Explosions In The Sky, het Texaanse instrumentale rock-gezelschap, compenseerde het gebrek aan uitstraling met gitaar-climaxen waarbij zo wild over de snaren werd geharkt dat het leek alsof er drie oververhitte Pete Townsends tegelijk op het podium stonden. Het geluids-experiment had een voorname plaats dit keer. Ook dat leidt zelden tot een charismatisch optreden. Zo lagen de muzikanten van Kitchen Motors goeddeels onzichtbaar op de grond hun pedalen en zelfgebouwde electronica te bespelen.

Het Rotterdamse duo Drillem was in voor experiment (een föhn als instrument) maar de zingende vrouw op basgitaar en de man achter de knoppen maakten indruk met hun gruizige electro. Zoals ook Automato uit New York verraste. Hun witte hiphop werd helemaal uitgevoerd door een band en aangevoerd door een kefferige rapper met gevoel voor groove. Zero 7, dat moet doorgaan voor een opwindende dans-band, bleek een soort confectie-funk te spelen, dat slapjes werd volgezongen door drie bleke Engelse meiden met een houding alsof ze op een schoolfeest stonden.

Onder de weinige kleinschalige bands die het festival dit keer presenteerde was Clinic een uitblinker. Hun hoekige rockliedjes met doordringend orgel werden stoer en helder gespeeld. Of hier sprake was van charisma was moeilijk vast te stellen: alle leden droegen een chirurgen-outfit met mondkap.

Motel Mozaïque-festival. Gehoord: 16, 17/4 Rotterdam.