Geschokt en verliefd

Soms denk je wel eens dat je niet echt geschokt meer kunt zijn door televisiebeelden. Waar is dat natuurlijk niet, al zijn het meestal niet de beelden maar de gebeurtenissen die schokken – zoals de bomaanslagen in Madrid, de moord op conrector Van Wieren, het doodschieten van een Palestijns jongetje aan de Israëlische grens.

Maar de beelden voegen vaak weinig toe, ook als ze veelzeggend zijn. Het is vooral schokkend, als je er even over nadenkt hoe doodkalm je allerlei beelden van dood en ellende aan je voorbij laat gaan. Met die drie ontvoerde Japanners in Irak laatst was het anders. Het bericht `Buitenlanders gegijzeld in Irak' was er weer een van de soort waarbij je plichtmatig denkt `erg' of `angstig', maar de beelden van de drie doodsbange mensen die opzettelijk door types die zelf buiten beeld bleven nóg banger werden gemaakt, waren weerzinwekkend.

Eigenlijk is het iets wat je niet alleen niet zien wilt, maar wat je ook in zekere zin niet zien mág. Iemand in doodsangst behoort niet van dichtbij gefilmd en aan de wereld getoond te worden – die extra vernedering, die schending van de persoon, kwam er nog bij. En dan natuurlijk de vraag: hadden deze beelden uitgezonden moeten worden? Waarom heeft Al-Jazira dat gedaan, en in navolging van die zender ook alle andere, behalve de Japanse? Welk doel is daarmee gediend, behalve het doel van de Iraakse ontvoerders?

In de dagen daarna doken ze steeds weer op in het hoofd, die beelden, en ook het gevoel van verplichting bijna om aan deze mensen te denken – men mag ze in gedachten niet in de steek laten. Niet dat het iets uitmaakt, maar toch lijkt het belangrijk, omdat er moreel gesproken helemaal niets anders is om te doen.

Toevallig is het zo dat ik sinds enige tijd verliefd ben. Op een huis. Iedereen die het heeft meegemaakt, weet wat het is: liefkozend gaan de gedachten over de buitenmuren, verkennen ze steeds weer het innerlijk, dromen ze van een vanzelfsprekende intimiteit met de geliefde. Geen is zo mooi, zo bijzonder, zo uniek. Het is onvoorstelbaar dat niet iedereen dolgraag de hele tijd alles over dit wonder wil horen. Anderzijds kosten huizen geld, en men hoort zichzelf dus eindeloos rekenen: als dit nu zoveel, en als we dan zo'n bedrag daarvoor.

Geen hypotheeksite is veilig voor de geobsedeerde en dat heeft nog iets praktisch, maar het is al gauw erger: meisjesboekachtige fantasieën over een notaris die plotseling opbelt, omdat een onbekende weldoener, c.q. een zeer verre oom uit een ver land ineens een legaat blijkt te hebben nagelaten, platvloerse gedachten aan de postcodeloterij en plotselinge opmerkzaamheid als er ergens zo'n poster hangt van een hele grote vis die een kleintje opslokt met een tekst erbij waarin het woord `miljoenen' voorkomt.

Gênant allemaal. Vooral als er intussen mensen ontvoerd zijn, die af en toe voor het geestesoog verschijnen en alle gedagdroom tot een schrikbarende futiliteit maken. Eens te meer blijkt dan ook weer het onvoorstelbare van gelijktijdigheid, de vanzelfsprekende schuld die hoort bij gelijktijdigheid, niet omdat er een verband is of kan zijn tussen de gedachten van de een en de werkelijkheid van de ander, maar alleen maar omdat alles zich in dezelfde tijd afspeelt.

Als de afstand klein is, wordt het nog erger: de mensen die gelachen hebben in Warschau, terwijl vlakbij in het getto; de kinderen die speelden in Amersfoort terwijl in het gelijknamige kamp; het zijn beslist verkeerde redenaties, die verkeerde verbanden leggen. Maar je wilt jezelf toch ook weer niet verschonen van alles wat in de wereld gebeurt en gewoon een potje van de loterij gaan zitten dromen in plaats van, in plaats van...

In plaats van zich af te vragen, zoals een zekere Teun van de Keuken, in hoeverre een chocolaconsument medeverantwoordelijk is voor de slavernij op cacaoplantages in Ivoorkust. Van de Keuken vertelde in De consumentengids dat hij had uitgezocht hoe dat zat. Het was geen overdrijving. Een vermoedelijk groot deel van de cacao wordt geproduceerd door mensen die gedwongen worden zonder betaling te werken en die niet vrij zijn om te vertrekken. Slaven dus. Die cacao wordt vermengd met andere, met als gevolg dat bijna alle chocola gedeeltelijk gemaakt wordt met slavencacao.

Van de Keuken wilde dat niet afdoen met een schouderophalen, ook niet met een eenmansboycot van chocola, zelfs niet met een actie en een oproep aan iedereen om geen chocola meer te eten: hij gaf zichzelf aan wegens het meewerken aan criminele praktijken. Omdat hij een gerechtelijke uitspraak wil over de vraag in hoeverre een consument medeschuldig is aan productiemisstanden.

Op schilderijen met als onderwerp `De verleiding van de heilige Antonius' zie je altijd naakte vrouwen, vreemde monsters, slangen en verlokkend licht tegenover de magere grijsaard wiens ascetisme op de proef wordt gesteld. Het thema moet ooit erg populair geweest zijn, maar ik heb er altijd met droge ogen naar gekeken. Typisch zo'n brave christelijke vermaning. Nu pas – ik zag er laatst toevallig weer een, op de Khnopff-tentoonstelling in Brussel – nu pas begreep ik die voorstelling. Ik met mijn loterijgedachten. Met mijn dromen van dankzij een erfenis als een koninginnetje tussen de middeleeuwse muren te zitten. Dát is de slang, dat een eigen wens je onmiddellijk doet bezwijken voor verlokkingen waarvan je meende dat ze geen greep op je hadden. Dat een stukje chocola eten belangrijker lijkt dan het lot van iemand in Ivoorkust, een erfenisfantasie belangrijker dan drie Japanners.

Hoe makkelijk je alles wat je zogenaamd belangrijk vind, ineens laat schieten als er iets onbenulligs tussendoor komt. Dat weten we allemaal best, en er is ook niet echt iets aan te doen, maar soms voelt het wel erg ongemakkelijk. Zou je ook wel een gerechtelijke uitspraak willen afdwingen, die zegt: schuldig. Du musst dein Leben ändern.

Ze zijn godzijdank weer vrij nu, die drie Japanners.

En in mij fluistert al weer een slangetje: wie weet komt dat huis er dan toch, bij een strak volgehouden chocoladeboycot...