Geen subsidie naar Nederlandse films

De Nederlandse publieksfilm moet niet worden gesubsidieerd uit de Cultuurnota. Dat schrijft de Raad voor Cultuur vandaag in zijn advies. Volgens de Raad is het weliswaar verheugend dat de nationale film ,,fors terrein'' heeft gewonnen ten opzichte van ,,een oppermachtig Hollywood'', en mag dat succes niet verloren gaan, toch wijst de Raad dat deel van de aanvraag van het Nederlands Fonds voor de Film af dat bestemd was voor de stimulering van de publieksfilm. Volgens de Raad dient subsidie voor dit soort films wel ,,cultuurpolitieke nevendoelen'', maar horen ze meer thuis ,,bij economisch of generiek cultuurbeleid''.

De Raad stelt daarentegen voor extra geld (700.000 euro) vrij te maken voor de subsidiëring van de ,,artistieke en kwaliteitsspeelfilm''. Als staatssecretaris Van der Laan van Cultuur alsnog extra budget krijgt, stelt de Raad voor nog eens 2,5 miljoen euro voor dat doel te bestemmen. Het Filmfonds zou volgens de Raad niet meer dan de helft van het aangevraagde budget moeten krijgen: geen 22 miljoen euro, maar 11 miljoen voor de komende vier jaar.

Een van de posten die het Filmfonds op zijn begroting zou moeten schrappen, is DocuZone, het initiatief om elke twee weken een documentaire in aangesloten filmtheaters te programmeren. De Raad noemt het ,,volstrekt verkeerd'' dat het fonds in het kader van DocuZone de functies van financier, distributeur en programmeur vermengt.

De Raad voor Cultuur stelt verder een radicale wijziging voor in de systematiek van de gesubsidiëerde distributie. Het is de bedoeling niet langer distributeurs als zodanig te subsidiëren, maar ,,kwetsbare cinematografische buitenlandse films''.