Een boerenzoon met een goeie dosis achterdocht

Waddenzee, Rabobank, UWV-hoofdkantoor, NS. Met alle raden en commissies waar Wim Meijer voorzitter van is kan een krantenpagina worden volgeschreven. Wat doet de man die als een van de machtigste mensen van Nederland wordt gezien? ,,Bemoedigend kijken.''

Wim Meijer (64) houdt er niet van om over persoonlijke dingen te praten. Hij heeft ook liever niet dat anderen dat over hem doen. Als hem wordt gevraagd om mensen te bedenken die hem goed kennen, dan noemt hij Aad Veenman van de NS, Ludo van Halderen van Nuon, Vera Keur van de VARA, Theo Bouwman van PCM, Hans Zwarts van de Kamer van Koophandel in Amsterdam. Mensen die hem zakelijk kennen en niet veel meer kunnen zeggen dan: ,,Een typisch Nederlandse bestuurder.'' Of: ,,Iemand met een fijne neus voor politieke verhoudingen.'' Of: ,,Een wijze PvdA'er met een waardevolle combinatie van ervaring in het publieke en het private domein.'' De citaten zijn van Theo Bouwman, Hans Zwarts en Ludo van Halderen.

Door deze mensen te noemen laat Wim Meijer vooral zien waar hij allemaal bij betrokken is. En het is nog meer. Hij adviseerde het kabinet over gasboringen in de Waddenzee. (Moeten mogelijk zijn.) Hij onderzocht voor minister De Geus de kosten van het UWV-hoofdkantoor. (Te hoog.) Wim Meijer is van zo veel raden en commissies voorzitter dat een opsomming van zijn werkzaamheden en de gedachten daarover van de mensen die met hem samenwerken moeiteloos een krantenpagina zouden kunnen vullen. En dat wil hij blijkbaar ook.

In januari 1982 liet Wim Meijer zich voor de Haagse Post interviewen door Ischa Meijer, een journalist die erom bekend stond dat hij mensen over hun grootste zwakheden kon laten praten. Boven het stuk stond `De emoties van Wim Meijer', maar het ging bijna helemaal over zijn politieke bewustwording, zijn ervaringen als vormingswerker, Kamerlid, staatssecretaris en vice-voorzitter van de PvdA-fractie, naast Joop den Uyl. Pas aan het eind van het gesprek, als Ischa Meijer hem voorhoudt dat hij ,,bij de race om het voorzitterschap van de het partijbestuur hartstochtelijk op zijn eigen mislukking afstevende'', zegt Wim Meijer (die verloren had van Max van den Berg): ,,Het liep parallel aan mijn echtscheiding.'' Meteen daarna: ,,Waarover ik verder niets wil zeggen.'' Maar daarna: ,,Ik leed toen onder een volslagen gebrek aan zelfvertrouwen. Ik had sterk het gevoel van: Wat zal ik nog? Wat heb ik, met mijn persoonlijk falen, de mensen nog te zeggen?'' Het stuk eindigt hiermee: ,,Sindsdien heb ik me politiek onafhankelijker opgesteld. Graag met die partij, maar als 't moet, ga ik mijn eigen weg. En dat geldt ook voor mijn persoonlijke leven. Ik kan 't ook alleen af. Ik ben eigenlijk altijd een loner geweest, maar vroeger had ik dat niet zo in de gaten.''

Probeer daar nu met hem over te praten, dan ontwikkelt zich dit gesprek:

Zou u nog steeds zeggen dat u een `loner' bent?

Wim Meijer: ,,Het is lang geleden.''

U bent nu voor de tweede keer gescheiden.

Wim Meijer: ,,Ja.''

U praat daar niet over?

Wim Meijer: ,,Nee.''

Hij zit in zijn huis bij Garderen, midden op de Veluwe. Op tafel staan vazen met niet meer zo heel verse chrysanten. Hij heeft net gesproken over zijn ,,geloof in het zelforganiserende vermogen van de samenleving'' waar de overheid meer vertrouwen in zou moeten hebben, in plaats van alles naar zich toe te trekken en overbelast te raken, en dus onbetrouwbaar. ,,Die overbelasting leidt tot willekeur.'' Hij heeft ook voorbeelden gegeven. De Nederlandse Spoorwegen die eerst naar de beurs moesten en toen toch weer niet. De energiebedrijven die op 1 juli geprivatiseerd worden, en nu opeens een groot deel van hun bezit – het netwerk – aan de overheid moeten afstaan. ,,Niemand wil die willekeur. Het heeft zich zo ontwikkeld.''

Maar dan komt het gesprek weer op hemzelf en worden de antwoorden weer kort. Heeft iemand met zoveel belangrijke functies niet de macht om er wat aan te veranderen? Meijer: ,,Macht? Dat zou ik beleefd willen tegenspreken. Op zijn best heb ik enige invloed.'' Kan hij dan uitleggen waarom een man als hij – afwachtend, bespiegelend, afstandelijk – in Nederland op zoveel belangrijke posities terechtkomt? Meijer: ,,Nee. Ik hou geen beoordelingsgesprekken met mezelf.''

Nu is het begin van dit verhaal wel een beetje overdreven, want Wim Meijer heeft bij de mensen die hem kennen ook de namen van zijn partijgenoten Jacques Wallage en Bram Peper genoemd. En die kennen hem goed. Bram Peper – hoogleraar, vroeger burgemeester van Rotterdam, daarna minister van Binnenlandse Zaken – zegt: ,,We hebben altijd veel met elkaar te maken gehad, maar de laatste tijd zoeken we elkaar ook weer vaker op. We zijn allebei weer single. Ik logeer wel bij hem. We praten over de ingewikkeldheden van het leven, de gedachten van de ouder wordende man, dat het uiteindelijk niet allemaal gelopen is zoals het had gemoeten.'' Jacques Wallage – vroeger wethouder in Groningen, daarna Kamerlid, nu burgemeester van Groningen – zegt: ,,Als iemand mij de somber makende vraag stelt of ik vrienden aan de politiek heb overgehouden, antwoord ik: ja, en Wim Meijer is er één van.''

Wim Meijer, zegt Wallage, is voor alles een Groninger, de zoon van een kleine boer uit het dorp Harkstede. En dat maakt, volgens Wallage, dat hij over ,,een goeie dosis achterdocht'' beschikt. ,,De kleine boeren hier zijn door de hele geschiedenis heen zo vaak achtergesteld, zo vaak belazerd, die vertrouwen niemand. Die weten hoe de macht in elkaar zit, namelijk als iets waar zij geen deel aan hebben. De enige manier waarop ze zich altijd staande hebben gehouden is: zich niet laten kennen.'' En dan is er nog iets waaraan Wim Meijers afkomst kan worden herkend. ,,Hij weet dat je van een dubbeltje een kwartje kunt worden, hij is er zelf het voorbeeld van. Maar hij is geen liberaal, geen type van `hup, handen uit de mouwen, je bepaalt zelf je lot'. Mensen kunnen zich ontwikkelen, maar de kansen daartoe worden niet door henzelf bepaald. Wim is een echte sociaal-democraat. Je mogelijkheden zijn afhankelijk van de kansen die je krijgt. En een eerlijke verdeling van die kansen kan niet zonder een sterke overheid.''

Ulo (,,met zesjes'', zegt Wim Meijer zelf), kweekschool, sociale academie in Groningen, vormingswerker in Hengelo, Kamerlid, staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). In die tijd zei hij tegen de Haagse Post, gevraagd naar zijn oplossing voor de oplopende werkloosheid, nog dingen als: ,,Dan zeg ik in mijn simpelheid: waarom kiezen we niet de begrotingsweg, waarom verhogen we niet het niveau van de dienstverlening in de totale overheidsuitgaven – bejaardenverzorgsters, onderwijs, gezondheidszorg? Maar dan krijg ik altijd te horen, zoiets van, ja, dat zijn geen nuttige mensen, je moet mensen hebben die voor belastinginkomsten zorgen, dat aantal moet je hoog opvoeren, dat is rijksbelang, dan komt er tenminste geld binnen.'' Daarna: ,,Godzijdank bepalen economen maar voor een beperkt deel wat nuttig is.'' Wim Meijer, Nieuw-Linkser, was het symbool van de PvdA-ideologie in de jaren zeventig.

Begin jaren tachtig – hij was toen vice-fractievoorzitter – was hij de eerste PvdA'er die zei dat de verzorgingsstaat niet kon blijven zoals die was. Hij kreeg er ruzie over met Max van den Berg, de partijvoorzitter, en verloor weer van hem. De visie van Wim Meijer – minder uitkeringen – kwam níét in het rapport dat de PvdA in 1984 over de `sociaal-economische dilemma's' schreef. Daarin stond dat de uitkeringen omhoog moesten.

Jacques Wallage zegt dat Wim Meijer in de PvdA al de rol had die hij nu heeft in alle raden en commissies die hij voorzit: ,,Nooit met de vuist op tafel.'' Joop den Uyl was in die tijd fractievoorzitter, maar volgens Jacques Wallage was Wim Meijer de man die de leiding had. ,,Zonder Wim had Joop het niet gered. Wim was zijn linker- en zijn rechterhand. Als Joop het standpunt van de fractie samenvatte, dan was het zoals híj het zag. Als Wim samenvatte, was het zoals de fractie het zag. Wim temde de chaos.''

Bram Peper zegt dat Wim Meijer ook goed lag bij andere partijen. Het waren de nadagen van de door de PvdA nagestreefde polarisatie, links was goed en rechts was fout. Maar Wim Meijer stond bekend om zijn goede contacten met de fractievoorzitters van het CDA (Ruud Lubbers), van D66 (Jan Terlouw) en van de VVD (Ed Nijpels). Wim Meijer, zegt Bram Peper, werd gerespecteerd omdat hij ,,geen scherpslijper'' was. ,,Gewoon een plezierige man om mee om te gaan.'' Maar met Wim Kok, die na Joop den Uyl fractievoorzitter werd, kon Wim Meijer het niet vinden. Jacques Wallage: ,,Op Wim Kok is hij afgeknapt. Wim Meijer voelde geen loyaliteit van Wim Kok uitgaan. En loyaliteit is essentieel voor hem.'' Bram Peper: ,,Wim Meijer is een teamspeler, Wim Kok was in zichzelf gekeerd. Er is geen kwaad woord gevallen. Wim Meijer is weggegaan.''

Hij werd, op 1 januari 1989, commissaris van de koningin in Drenthe. Bijna vier jaar later, eind 1992, vroeg Otto baron van Verschuer hem op te volgen als voorzitter van de raad van beheer van de Rabobank. Het leek een grote overgang en zo werd er in de kranten ook over geschreven: PvdA'er, voorheen Nieuw-Linkser, stapt over naar het bedrijfsleven. Maar zo groot was de overgang niet. Wim Meijer, zoon van een boer, was als commissaris van de koningin al gevraagd voor de raad van commissarissen van de landbouwcoöperatie Cebeco. Zelf zegt hij: ,,Dat was voor mij de kennismaking met het bedrijfsleven.'' Hij leerde een wereld kennen die niet risicomijdend was, maar ondernemend en gericht op geld verdienen voordat het werd uitgegeven. ,,Ik ben er geen ondernemer door geworden'', zegt hij. ,,Ik leerde het ondernemerschap wel beter begrijpen.''

Door de Rabobank werd hij gevraagd om iets waar hij allang goed in was gebleken: mensen met verschillende belangen bij elkaar brengen. Het was zijn taak om de bestuurders van de zelfstandige Rabobankfilialen te laten wennen aan een meer centralistische leiding vanuit het hoofdkantoor. Volgens Jacques Wallage kwam het goed uit dat Wim Meijer niet alleen de zoon van een Groningse boer is, maar vooral ,,een jongen uit de provincie''. ,,Hij is altijd een beetje tegen de grote stad op blijven kijken. Zo voelden de filiaalhouders bij de Rabobank dat ook. De grote stad, dat is toch een andere wereld.''

Bram Peper noemt bescheidenheid de belangrijkste eigenschap van Wim Meijer. ,,Ik werd zijn politiek adviseur toen hij staatssecretaris was, met rechtstreekse toegang tot hem en tot de minister. Ik was gepromoveerd op de ontwikkeling van het departement en het welzijnswerk in Nederland. Wim zei vaak: jij hebt ervoor geleerd, jij moet het maar zeggen. Hij had echt respect voor mij, ook omdat ik uit een nog veel gewoner milieu kwam dan hij. Hij vond zichzelf maar een eenvoudig typetje.'' En dat vind Wim Meijer zichzelf nog steeds, volgens Bram Peper. ,,Daarom is hij zo'n goede bruggenbouwer.''

En wat dóet Wim Meijer dan om mensen met verschillende belangen bij elkaar te brengen? ,,Bemoedigend kijken'', zegt Wim Meijer. Is dat wat een bestuurder moet doen om in Nederland iets voor elkaar te krijgen? Hij zegt: ,,Er is een verband tussen wat ik nu doe en wat ik deed als vormingswerker. Voor zover ik een professionele opleiding heb gehad, heb ik geleerd voor andere mensen een proces op gang te brengen waarin ze gaan nadenken over hun eigen positie.'' Hij neemt de Waddenzee als voorbeeld. De opdracht was om een voorstel te doen hoe de belangen van economie en natuur samen konden gaan. Wim Meijer merkte al snel hoe ver milieubeweging en wetenschap uit elkaar lagen. ,,Ik organiseerde het gesprek, ik vroeg aandacht voor elkaars standpunten. Ik zei: als iedereen vandaag beweert wat hij gisteren ook beweerde, dan schieten we niet op. Ik zei: als er nieuwe inzichten zijn, moet je niet doorgaan met de oude aanpak. Ik zei: wie nooit van standpunt is veranderd, heeft nooit nagedacht.''

En u verdraagt het als mensen dan toch aan hun oude inzichten blijven vasthouden?

Wim Meijer: ,,Ik begrijp heel goed dat er voor een omschakeling tijd nodig is.''

Later op de dag, bij een toevallige ontmoeting in de trein naar Utrecht, begint hij te vertellen over de vakanties die hij als kind had. Een paar dagen met de dominee mee. Op schoolreisje naar Schiermonnikoog. Wagenziek in de bus, zeeziek op de boot, op het strand misselijk van de ranja. ,,Maar je leefde er het hele jaar naar toe.'' Het is net met zijn kleinkinderen een paar dagen weggeweest – naar Schiermonnikoog. Hij zegt: ,,Je kunt ze niet gelukkiger maken.''