Dubbelspraak

De Israëlische regering heeft met de liquidatie van Hamasleider Rantisi laten zien dat iedere vorm van terughoudendheid haar vreemd is in het conflict met de Palestijnen. Binnen een maand heeft het Israëlische leger met instemming van premier Sharon door een gerichte actie twee Hamasleiders omgebracht. Sjeik Yassin ging dr. Abdel-Aziz al-Rantissi voor en als het aan Israël ligt, zullen nog veel Hamasleiders volgen. Wie Israël kwaad doet zal worden vermorzeld, luidt de boodschap van de hardliner-premier. Voor hem en niet te vergeten het grootste deel van de Israëlische bevolking zijn mensen als Rantisi moordenaars die de dood van onschuldige burgers op hun geweten hebben. Omgekeerd geldt dit ook, en zo voedt het conflict zichzelf. Schijnbaar eindeloos en steeds weer een stap dichter bij de totale confrontatie.

De wereld kijkt onmachtig toe, niet in staat tot een passende vorm van daadkracht. De belangrijkste externe speler, de Verenigde Staten, lijkt zijn gezag als een voor iedereen aanvaardbare, objectieve bemiddelaar te hebben verspeeld door zijn recente koerswijziging ten faveure van Israël. De reactie op Rantisi's dood was kenmerkend: Washington hield zich op de vlakte en sprak slechts de zorg uit over toenemende instabiliteit in het Midden-Oosten. Het is begrijpelijk dat deze nietszeggende woorden werden geïnterpreteerd als `wie zwijgt stemt toe'. De reactie van de Europese Unie was scherper. De aanval van het Israëlische leger werd `onwettig' en `contraproductief' genoemd. Sharon zal zich er niets van aantrekken. Wat Europa vindt interesseert hem weinig. Dat kan als frusterend worden ervaren, maar het is wel de werkelijkheid. De EU is voor Sharon een quantité négligeable.

Het is een raadsel wat de vier initiatiefnemers van de `routekaart naar de vrede' – de VS, de EU, Rusland en de Verenigde Naties – elkaar begin volgende maand te vertellen hebben wanneer ze in New York bijeen zijn om te praten over het vastgelopen vredesoverleg. In het Ierse Tullamore, waar de EU-ministers van Buitenlandse Zaken elkaar dit weekeinde informeel ontmoetten, kon de irritatie over het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid nog krampachtig worden gemaskeerd door te wijzen op de punten van overeenstemming. In New York zal dat anders zijn. Daar ontkomen de partijen er niet aan om de realiteit onder ogen te zien. Die is rauw en ontluisterend. Tussen Israël en de Palestijnen woedt een existentieel conflict; een oorlog die gaat over het voortbestaan van beide volkeren. De `routekaart naar de vrede' bestaat nog slechts op papier, met Amerika als actor die steeds partijdiger wordt. En de hoofdsponsors van de routekaart verschillen hemelsbreed van mening over tal van zaken: over de nederzettingen, over de Palestijnse vluchtelingen, over het Israëlische veiligheidshek, over de aanpak van Sharon.

Zolang er gepraat wordt, is er hoop, luidt het cliché. Maar het praten van de wereldleiders over het Midden-Oosten begint Babylonische trekken te krijgen. Wat bedoelde premier Blair precies toen hij vrijdag de gewijzigde Midden-Oostenpolitiek van president Bush omschreef als `geen afscheid van de routekaart naar de vrede, maar juist de weg terug naar de routekaart'? Nog geen dag later werd in Gaza Hamasleider Rantisi met raketten bestookt. Het is dubbelspraak die de werkelijkheid ontkent en de verdeeldheid verdoezelt.