Die Jakobsleiter van Schönberg reikt tot de hemel

De poorten naar de hemel openden zich aan het slot van Schönbergs Die Jakobsleiter zaterdagmiddag tijdens de Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw. In het Oude Testament zag de aartsvader Jacob één ladder tussen de aarde en de hemel, nu zag men er in de Grote Zaal zelfs twee. Bovenaan de trappen gingen de deuren open en traden twee engelen naar voren, onwaarschijnlijk hoog zingende sopranen. Woorden waren er na al het voorgaande niet meer, men hoorde alleen hemelse vocalises op de noten van Schönberg.

Het begin van het oratorium Die Jakobsleiter ontstond in de jaren 1917-1922, in 1944 werkte Schönberg er nog aan, maar het stuk bleef onvoltooid. Kosmisch waren de dimensies die Schönberg had voorzien, majestueuzer dan zijn eigen massaal bezette Gurrelieder (eindigend met een magistrale zonsopgang), ook grootser dan Mahlers Achtste symfonie voor duizend uitvoerenden, eindigend in de hemel.

Die Jakobsleiter zou naast acht vocale solisten, niet alleen een orkest van 250 musici en een koor van 750 zangers vergen, maar ook nog onzichtbare hemelse koren en vier extra orkesten `op de hoeken der aarde'. Het stuk was bedoeld als het meer dan twee uur durende vierde en laatste deel van een machtige koorsymfonie over het uiteindelijke lot van de mens. Maar net als andere bijbelse stukken (Moses und Aron en Modern Psalms) bleef het onvoltooid. Hoe snel de diep-religieuze joodse Schönberg ook componeerde, zijn stilistische inzichten – op weg naar de twaalftoonstechniek – veranderden nog sneller.

Maar ook als een slechts drie kwartier durend brokstuk van Schönbergs onmetelijke droom, maakt Die Jakobsleiter met zijn monumentale Sprechgesang op Schönbergs eigen teksten een ontzagwekkende indruk. Hans Vonk dirigeerde vijftien jaar geleden in de Matinee de Nederlandse première met het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Nu stonden die formaties onder de voortreffelijke leiding van Peter Eötvös in dit muzikale equivalent van Michelangelo's fresco Het Laatste Oordeel in Rome.

De strenge, ongeduldige engel Gabriël (Siegfried Lorenz) instrueert en ondervraagt koren van ontevredenen, twijfelenden en jubelenden, en een aantal individuen, zoals de geroepene, de oproerige, de uitverkorene, de monnik en de stervende. Die rollen werden vaak zeer karaktervol vertolkt, vooral door Rolf Haunstein, David Wilson-Johnson en Lani Poulson. Fenomenaal was de hoge sopraan Milagros Poblador als Die Seele, die opstijgt naar de hemel.

Vooraf klonk het hier fraai geprogrammeerde Vioolconcert van Alban Berg `dem Andenken eines Engels', prachtig gespeeld door de Hongaarse violist Barnabás Kelemen. De balans met het orkest was niet perfect, maar op Radio 4 zal dat morgen vast beter klinken.

Het concert opende met het aanroepen van hemelse machten in twee curiosa: koraalvoorspelen van Bach, in Schönbergs instrumentatie. De klank in Komm. Gott, Schöpfer, heiliger Geist liep goeddeels dicht. Schmücke Dich, o liebe Seele is dankzij Schönberg het celloconcertje dat Bach nooit componeerde.

Matinee. Gehoord: 17/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 20/4 20.02 uur.