Amen

Het is een uiterst moeilijk genre geworden om vernietigend in uit te halen: punkmetal. Of je giert uit de bocht met een compacte MTV formule, zodat het pretpunk voor skaters wordt. Of je maakt politieke punkrock voor blank uitschot in treurige buitenwijken. Een symbiose die boven `een muzikaal compromis' uitstijgt en zowel oerpunkers als oermetalfans verbroedert, kom je niet snel tegen. Hoe de band Amen uit Los Angeles op zijn nieuwe album Death Before Music een keur aan harde invloeden in een helse hitte weet om te smelten tot een oersoep die even lekker als giftig is voor beide stammen, is dan ook een raadsel.

Dat System Of A Down-gitarist Daron Malakian de dolende band onder zijn hoede nam, de doodzieke frontman Casey Chaos (wiens laatste album dit wel eens zou kunnen zijn) wist op te hitsen tot het samenstellen van een nieuwe line up en al zijn demonen er eens uit te gooien, is een gouden greep geweest. Want het zijn Casey Chaos' overdonderende zieleroerselen die de onderliggende herrie optillen naar het niveau van een nachtmerrie waarvan de stank uit de cd-speler slaat. De politiek voorbij, de samenleving als idee-fixe verworpen, het lijf bijna op; wat rest is de hellevaart van de geest. Op een enkel flardje Iggy Pop-epigonisme na levert dit een uiterst persoonlijk staaltje muzikaal exorcisme op, dat binnen dit moeilijke genre ook nog een even onkiese als opwindende affaire tussen melodie en woede weet aan te blazen.

Amen, Death Before Music; Columbia/Sony