Aalbessen

Ajax-hooligans kunnen tot dertig tellen. Echt waar. En ze hebben gevoel voor historie. In dat opzicht valt er weinig af te dingen op de gerichte actie tegen Jong Feyenoord op sportpark De Toekomst. 2004 is een goed herdenkingsjaar voor voetbalrellen. In 1974 wreef voetbalminnend Nederland de ogen uit bij het zien van de eerste gevechten rond het veld.

Tijdens de finale van de Europa Cup III op 29 mei 1974 tussen Feyenoord en Tottenham Hotspur ontstond op de tweede ring van De Kuip een knokpartij. De Engelse supporters gaven ons de eerste les in hooliganism. De rugleuningen van de houten stoeltjes vlogen in het rond, losgerukt ijzer van het hekwerk werd gebruikt om mee te rossen. De baas van het stadion, Frits de Kimpe, had nog de tegenwoordigheid van geest om na de wedstrijd het brute geweld van de Britten te beantwoorden met poëzie: `De stoelen werden als aalbessen afgerist.'

Tijdens de wedstrijd vielen er meer dan honderd gewonden. Er bestaat een foto van een supporter die ter hoogte van het reclamebord `Meubelen' van de tweede ring naar beneden wordt geslagen. Een val van vak SS naar vak S. Miljoenen mensen zagen op tv het ontstaan van het voetbalvandalisme in Nederland. Feyenoord had in Londen met 2-2 gelijkgespeeld. De Engelse fans konden die uitslag niet goed velen en ramden bijna alle ruiten uit de bussen vol Feyenoordsupporters. Dan krab je je als korpschef toch eens flink achter de oren. Maar nee, de politie dacht de Engelsen tijdens de return in De Kuip de baas te kunnen zijn met vriendelijke platte petten. Inschattingsfoutje.

Een week na Feyenoord 1 tegen Ajax 1 spelen de tweede elftallen van diezelfde clubs donderdag tegen elkaar in Amsterdam. De sfeer vooraf is al broeierig, op internet riekt het naar onrust en rond het veld is veel te veel vuurwerk onder de vierduizend Ajaxfans. Er is slechts een handvol stewards en agenten. De fatale afloop is bekend. Inschattingsfoutje.

Naïef zijn is een gave.

De woorden van trainer Ronald Koeman komen doorgaans niet verder dan mijn oorschelp. Het gehoorkanaal stuurt ze wegens leegheid als `onbestelbaar' retour. Gistermiddag las hij voor uit eigen, of andermans werk. Ik proefde elke zin. Jammer dat het woord `aalbessen' niet in de speech zat. Koeman slikte mooi op het moment dat hij de gemolesteerde Feyenoordspelers spijt betuigde. Het stadion klapte, met de vechtmachines nog in hun midden. Na de wedstrijd volgden pas arrestaties.

Achter Ronald Koeman stond Arie van Eijden, de directeur van de club die met de keuze van de bril en zijn coiffure – voor zo'n kapsel schiet de Nederlandse taal tekort – alle schijn tegen heeft. Terwijl Koeman sprak over een zwart randje rond de wedstrijd, sloot Van Eijden de ogen, alsof hij het zakken van de kist niet kon aanzien. Daar vervloog een mooie voetbalmiddag.

Het is een eind lopen van het ereterras naar het voetbalveld.

In dertig jaar zijn veel woorden verzonnen na het uitbreken van de eerste voetbalrel in 1974: stadionverbod, risicowedstrijd, meldingsplicht. Het verzinnen van jargon zegt alles over de wanhoop om een oplossing te vinden voor ontstane ellende. Dan zijn hooligans in elk geval duidelijk, ze slaan en schoppen als ze een hekel aan iemand hebben. Dat vraagt om een flinke straf, ook duidelijk.

Onhandig lieten Koeman en Van Marwijk weten de afgelopen week aan hun vak getwijfeld te hebben. Uit hun mond klonk het me toch wat al te zielig. Zij weten al dertig jaar, sinds 1974, dat supportersrellen en voetbal hier in het land hand in hand gaan. Het is niets nieuws. Even doorbijten, nog vier competitiewedstrijden.

Voetbal is toch een feest, opperde Koeman nog. Voetbal is een feest? Nee, voetbal is voor club en publiek bittere noodzaak.