Zetten - Lent

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de Betuwe.

Vorig jaar waren we te laat: we gingen in mei op zoek naar de bloeiende fruitbomen en troffen niet één bloesemblaadje, zelfs niet in afgevallen vorm. Nu zijn we ruim op tijd. Het bloeien is net begonnen, de fruitbomen staan in hun ondergoed, roze ruches, witte kantjes, wieberend in de wind. In de klassieke gaarden, waar knoestige bomen slordig (ook wel: artistiek) gedijen met grillige gehoekte takken en kierewiet-twijgen, wordt er duchtig gebloeid. En ook in de kwekerij-gelederen van de geknevelde staakjes zit leven. Ze kunnen niet zelfstandig overeind blijven, die opgebonden stakkerds, maar in hun oksels komen ijle knopjes uit, jazeker, en die fladderblaadjes verdoezelen hun armetierig uiterlijk.

De mooiste bloesem is niet wit of roze maar zweemgroen bloemblad tussen beginnend bladgroen. Kijk je van dichtbij dan zie je veegjes roze.

Dat dichtbij willen kijken heeft men hier niet altijd even graag. In Herveld staat aan het erf van een kwekerij een artikel 461-verbodsbord. Eronder zit een aanvullende tekst opgespijkerd, die met zoveel woorden vaststelt dat dat toegangsverbod ook geldt voor loonbelastingambtenaren, Guo-medewerkers en vreemdelingenpolitie. Heb je met zulke bluf veel of juist helemaal geen illegale arbeid te verbergen? Voor beide opties valt iets te zeggen. Een wet-ontduikende indruk maakt dit hoe dan ook.

De Betuwe wordt overhuifd door motregentjes. Ik zie ze niet, toch wordt mijn jas vochtig, toch voel ik steeds spatjes op mijn vel. In het landschap zorgt de motregen voor gruizelnevel over de velden en akkers. Die sluier slokt de horizon op, reduceert de bomenrijen tot schimmen, nee, tot de omtrekken van schimmen.

Dit stuk van de Linge-route kent nogal wat wandelcorvee. Het is vast heerlijk wonen in de dorpen die doorkruist worden, maar als wandelgebied zijn die straten langs doorgaans steenoranje nieuwbouwdozen met gewild rustieke pannendaken weinig soeps. Een en al eentonigheid voor voet en oog. Afgezien van die geglazuurde aardewerken Sint-Bernard-pup naast een deur.

Is dit dan een sombere wandeldag? Welnee. Hoe kan een dag somber zijn zolang er op ooghoogte zes winterkoninkjes (piep piep piep prrrr...) als ufootjes navigeren tussen de struiken aan een blubberpad? Zolang twee baby-lammeren zich tegelijk bedienen van de melkbank van hun blèrende moeder, met fel zwiepende staarten en bruut van levenslust?

Daar is de Waal. Breed gebruis onder dof aluminium. Kalme vrachtschepen erop. Verlaten oevers, baken hier, baken daar.

Het grijs is nu opzijgeschoven. In de verte ligt Nijmegen tussen de blauwe bogen van de spoorbrug en het ivoorkleurige staal van de Waalbrug. Tegen het inktgrijs van de wolken steekt alles aan de Waal onwezenlijk scherp af: de kaal getakte kruinen, de bakstenen pijpen van oude steenfabrieken, de caravans op camping Hutje-Mutje, de contouren van een leger elektriciteitsmasten, de gele en grauwe accenten van een cementfabriek.

In de berm ligt een rood verpakt chocolade-eitje. Ik raap het op. Dat is voor man.

16 km. Kaarten 17, 18, 19 en 1 km van 20 uit; Lingepad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2002. Begin en eind van de route zijn aldus verbonden: in Lent bus 31 (halte Griftdijk/Tunnel), in Zetten bus 103 (halte Station Zetten-Andelst). Overstappen in Elst (halte Lange Dreef). Ook mogelijk per trein (Stations in Lent, Elst, Zetten). Inl. tel. 0900 9292 of www.92929ov.nl