Wangedrag wordt beloond

De strijd tussen woonwagenbewoners en het gezag laaide deze week weer op. Bewoners van woonwagenkamp Vinkenslag blokkeerden de A2 bij Maastricht, de gemeente viel de volgende dag het kamp binnen. Hoe werden de kampen no go area's en wat doe je ertegen? `Woonwagenbewoners dachten: als je je aan de regels houdt, ben je een dief van je eigen portemonnee', zegt onderzoekster Sari van der Poel. `Alleen consequente strijd kan het tij nog keren.'

Veel kampers weten niet beter dan dat controle-ambtenaren lieden zijn die heel hard kunnen rennen

Het begon eind negentiende eeuw met ketellappers, stoelenmatters en scharensliepen die hun afzetgebied wilden vergroten. Ze kochten een woonwagen en namen hun gezin mee het land rond, van kamp naar kamp. Het eindigde met de machtsstrijd in Zuid-Limburg die deze week weer oplaaide, tussen een burgemeester en een kamp met, naar eigen zeggen, 150 kapitale woonwagens die niet of nauwelijks meer van hun plaats komen. Inzet: wie heeft het in kamp Vinkenslag voor het zeggen?

Criminologe Sari van der Poel (50), verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht, doet al meerdere jaren onderzoek naar woonwagenkampen in Nederland. Oorspronkelijk boog ze zich over het ontstaan van no go areas, maar de kampen, ,,het duidelijkste voorbeeld van zulke gebieden'', bleken zo boeiend dat ze daarbij is blijven hangen. Van der Poel: ,,Wat mij fascineert is dat een groep die maatschappelijk níets in de melk te brokkelen heeft, het heeft klaargespeeld een machtsverschuiving te bewerkstelligen waar de overheid geen antwoord op heeft.''

Veel woonwagenkampen hebben zich ontwikkeld tot vrijplaatsen waar bewoners zich niet aan de wet houden. Ze kweken hennep, betalen niet of nauwelijks belasting, tappen illegaal energie af en houden zich bezig met het omkatten van gestolen auto's zonder dat de overheid ingrijpt. Burgemeester Leers van Maastricht probeert daar verandering in te brengen. Uit woede daarover blokkeerden bewoners van Vinkenslag woensdag de A2. De verkeerschaos strekte zich uit tot heel Zuid-Nederland en de schade bedroeg miljoenen euro's. De volgende dag viel de Mobiele Eenheid het kamp binnen om de organisatoren te arresteren en hennepkwekerijen te ontmantelen.

Van der Poel vindt dat optreden van Leers terecht. ,,Áls het nog mogelijk is om dit te keren, dan is dit volgens mij de enige manier. Consequent optreden. Consequent de strijd aangaan.''

Met de inval van donderdag heeft Leers het initiatief weer naar zich toegetrokken, constateert ze ,,Zijn aanpak wordt opvallend weinig nagevolgd. Meestal loopt de overheid achter de feiten aan, reageert op wat woonwagenbewoners doen. In veel gemeenten zijn de kampen opgegeven gebieden. `We hebben alles geprobeerd', zegt men, `maar niets helpt.'''

Voor haar onderzoek bezocht Sari van der Poel zo'n 25 kampen, waar ze sprak met bewoners. Welke kampen het zijn mag ze niet zeggen, ook niet van de ambtenaren uit dezelfde gemeenten die ze erover sprak. Zij bedongen anonimiteit, volgens Van der Poel uit angst voor hun superieuren. Volgens schattingen zijn er ongeveer 187 grote en middelgrote kampen in Nederland, met in totaal zo'n 30.000 bewoners. Een kamp met vijftien wagens is al een groot kamp.

Heersen de sentimenten die op Vinkenslag leven ook op andere kampen?

,,O ja. Vinkenslag is niet eens het ergste kamp.''

Wat is dan een echt erg kamp?

,,Daar wordt de post bezorgd door de politie. Men doet alles wat men wil doen. De overheid heeft er niks te zeggen. Men is gewend dat negen van de tien keer toch niet opgetreden wordt. De mensen die het voor het zeggen hebben, heersen via angst.''

Zijn er geen bewoners die daar weg willen?

,,Het enige alternatief is: een woning in. Dat willen kampers niet. Maar ze moeten zelf zorgen voor hun veiligheid. De politie komt niet als er problemen zijn. Op veel kampen geldt het recht van de sterkste.''

Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) zei deze week in Barend en Van Dorp dat afspraken met de fiscus door kampers worden afgedwongen via dreigementen. Kent u daar voorbeelden van?

,,In Vinkenslag heb je naar verluidt een paar bewoners die niet onverdienstelijk de bokssport beoefenen. Er wordt sporadisch een ambtenaar het kamp afgeslagen, maar vaak genoeg om het ambtenarenlegioen schrik aan te jagen. En er zijn meer vormen van intimidatie. `Gaat jouw vrouw nog steeds op woensdagavond naar die en die vereniging op dat adres?' Of een telefoontje waarin geïnteresseerd naar iemands brandverzekering wordt geïnformeerd. Kinderen die worden opgewacht op het schoolplein: `Zeg jij maar tegen papa'. Ambtenaren die worden gevolgd op weg naar huis. Ambtenaren die, als ze naar buiten kijken, steeds dezelfde auto zien. Ambtenaren die het overkomen is hebben mij dat verteld.''

Daarna stappen ambtenaren naar hun baas?

,,Dat is nou net het punt. Als je je op het stadhuis bezighoudt met woonwagenbewoners, dan kun je in de ogen van ambtenaren niet dieper zinken. De norm is: zo snel mogelijk afpoeieren. Die ambtenaren vinden geen gehoor. Het zijn maar woonwagenbewoners. In de jaren '60 had je in Deventer een groot kamp op chemisch vervuilde grond. Toen de bewoners daarvan wegtrokken, heeft de gemeente er een royale schep zand op gegooid en moesten ze weer terug. Later werd het kamp opgeheven omdat het te groot was. Dat terrein is nu hermetisch afgesloten en jij en ik maken niet meer mee dat daar nog mensen wonen. Dat gebeurde vanuit het idee, vertellen ambtenaren, dat het maar woonwagenbewoners waren. Werden ze ziek, probleem opgelost. Einde citaat.''

De eerste woonwagens verschenen rond 1870 in Nederland. Een woonwagen bood kleine kooplieden die hun afzetgebied wilden vergroten, de mogelijkheid rond te trekken met het hele gezin. Sommigen deden aan seizoensarbeid en boden in de oogsttijd boeren en telers hun diensten aan. Een wet uit 1918 gaf woonwagenbewoners het recht zich te vestigen in een dorp of stad. Voor het verkrijgen van een vergunning om in een woonwagen te wonen gold het afstammingsbeginsel: dat recht werd doorgegeven van generatie op generatie.

In de loop van de tijd kwamen er andere typen woonwagenbewoners. Van der Poel: ,,Kleine criminelen bijvoorbeeld, die zich zo onttrokken aan de sociale controle.'' Sommige gemeenten zaten met asociale gezinnen. ,,Die kregen dan een woonwagen op voorwaarde dat ze de gemeente zouden verlaten. Het waren mensen die uitgestoten werden door de gevestigde samenleving. Maar als ze zich misdroegen, wat werd er dan gezegd? Niet `dat is dat uitschot waar wij de woonwagenbewoners mee opgezadeld hebben', maar: `zo zijn woonwagenbewoners.'''

De kampen lagen meestal zo ver mogelijk buiten de bebouwde kom. Tot in de jaren zestig minister Marga Klompé van Maatschappelijk Werk hier verandering in bracht. ,,Klompé wilde hen bij elkaar zetten op grote kampen, waar hun de normen en waarden van de gevestigde samenleving zouden worden bijgebracht. Daar kwam dan een school, de moeders kregen naailes. De bedoeling was dat ze uiteindelijk in woonwijken zouden gaan wonen. Dit was het idee van de `onmaatschappelijkheidsbestrijding' die ook werd toegepast op asociale gezinnen: isoleren, heropvoeden, reïntegreren.''

Hoewel er geen trekverbod kwam, was alles erop gericht dat de kampers het reizen zouden laten. ,,Om ze te bewegen op het grote kamp te gaan wonen werd dat in de jaren zestig buitengewoon aantrekkelijk gemaakt. Er waren gemeenten waar de bijstand iedere vrijdag in een zakje naar binnen werd gegooid. En ze waren ontzettend royaal met het verstrekken van woonwagens. De grootste woonwagens werden in `leenbijstand' gegeven. Dat werd dan meteen afgeboekt – het werd toch nooit terugbetaald. Die grote woonwagens mochten volgens de Wegenverkeerswet de weg niet op. Zo moesten ze wel stoppen met reizen.

,,De overheid heeft een tijd lang een sinterklaasrol gespeeld. In de ene gemeente kon je een auto eisen als je beloofde te verdwijnen, in de andere een zak met geld. Sommigen wisten dat precies. Die buitten dat uit.''

Al snel bleek dat de grote kampen onbeheersbaar werden. De maatschappelijke kloof werd er niet kleiner maar groter op, noteerde de Nota Woonwagenbeleid uit 1975. De oplossing: kleine kampen.

Gemeenten kregen door de provincie een aantal standplaatsen opgelegd, overigens op kosten van het rijk. Ook dit beleid had weinig effect. ,,Als woonwagenbewoners in een klein kamp geen ambtenaar wilden toelaten, dan namen ze toch gewoon een bijtgraag hondje? De situatie daar was in veel gevallen al gauw hetzelfde als op de grote kampen.''

Tot Remkes staatssecretaris werd op VROM, in 1998. Van der Poel: ,,Hij zei: de pot is leeg. Gemeenten moeten het nu allemaal zelf betalen. Vinkenslag bijvoorbeeld moet worden gesaneerd en verkleind van 120 naar 80 wagens. Die operatie kost 25 miljoen euro. Daarvoor heeft Maastricht een forse rijksbijdrage gevraagd aan minister Dekker. Die heeft gezegd: goed, maar dan moet voortaan wel de Milieuwet worden gehandhaafd, de bijstandsfraude aangepakt en politie moet er kunnen komen. De acties van Leers passen daarin. Doet hij het niet, dan krijgt hij dat geld niet.''

De bewoners van Vinkenslag vinden dat de overheid hen discrimineert en slecht behandelt. Waarom is dat?

,,Het beleid was er altijd op gericht ze in huizen te krijgen. Dat was opgelegd beleid. Er is nooit gevraagd: hoe zien jullie de toekomst, de toekomst van jullie kinderen?

,,In de jaren zeventig kwam een leger welzijnswerkers beschikbaar om de kampers opnieuw op te voeden. Toen ontstond de schuldvraag. Een woonwagenbewoner kon amper niezen of dat was de schuld van de overheid. Als er dan eens met harde hand werd opgetreden, gaf dat een golf van protest. Van de `linkse kerk': hoe kon de overheid die arme rechtschapen woonwagenbewoners zo behandelen.

,,De overheid kon geen kant op. Dus het wangedrag werd afgekocht. Weigerde iemand gas en licht te betalen, dan deed de overheid dat. Ze kregen royale uitkeringen om de kampers koest te houden, zo redeneerde de overheid. Woonwagenbewoners dachten: als je je aan de regels houdt, ben je een dief van je eigen portemonnee. Die bezetten dan weer eens een spoorlijn of een kruispunt – de blokkade van de A2 was niets nieuws – of ze trokken naar het gemeentehuis, met in hun kielzog journalisten die altijd op hun hand waren. Dat leverde een burgemeester dan weer negatieve publiciteit op.''

Kampers lijken het ook vanzelfsprekend te vinden dat ze uitkeringen krijgen en ze verwachten bijvoorbeeld dat de overheid hun kerk onderhoudt, of hun clubhuis.

,,In de jaren zestig waren er zóveel voorzieningen voor hen. Moest er een kind worden aangegeven, kwam er een ambtenaar langs om het op te nemen. Ze werden als kinderen behandeld. In feite werd woonwagenbewoners hun eigen verantwoordelijkheid ontzegd. Nú wordt gezegd: ze zijn zelf verantwoordelijk.''

Is er enige lijn in het woonwagenbeleid dat individuele gemeenten uitstippelen?

,,Nee, de verschillen zijn groot. Op kampen waar de overheid niet durft te komen, groeien hele generaties op die niet beter weten dan dat controle-ambtenaren lieden zijn die heel hard kunnen rennen. Kampen waar de overheid wel durft te komen, worden weleens doodgecontroleerd. Dan vallen ze over ieder wissewasje. Gaan ze ook zeuren over een schuurtje dat 20 centimeter breder is dan toegestaan.

,,Maar er zijn ook gemeenten waar kampen absoluut geen probleem vormen. Daar gaat de wethouder in de eerste week van januari naar het kamp om gelukkig nieuwjaar te wensen. Onder de koffie met koek vraagt hij of er nog speciale wensen zijn, en de band is zó dat bewoners weten: we moeten niet overvragen. Dan worden er afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het herstel van een afrastering, een straat die geasfalteerd moet worden. En iedereen houdt zich daaraan.''

Is dat de verdienste van zo'n wethouder of heeft zo'n gemeente geluk gehad met het soort kamp?

,,Beiden. Je kunt het als gemeente heel slecht treffen. Eén gemeente heeft na 1975 wat lang gewacht te voldoen aan de verplichting een kampje in te richten. Die dacht: het beleid verandert wel weer. Toen kregen ze de families die niemand wilde hebben. En die vier mei acht uur, in een streek waar in de oorlog veel is gevochten, een uitgelezen moment vonden om de nieuwe stereo uit te proberen. Zodat tijdens dodenherdenking André Hazes over straat schalde.''

Heeft justitie hard genoeg opgetreden tegen de wetteloosheid in de kampen?

,,Nee. Ik kwam een rapport uit 1994 tegen waarin het beleid werd geëvalueerd, maar alleen dat van departementen die meebetaalden aan het onderzoek. Justitie ontbrak, dat was kennelijk niet geïnteresseerd in de effecten van het beleid. De commissie-Van Traa constateerde in 1996 dat enkele woonwagenbewoners vooraanstaande posities innamen in de georganiseerde misdaad, zoals de internationale hasjhandel. Dat vonden mensen toen stigmatiserend, discriminerend. Daar mocht niet over gesproken worden. Maar er is wat aan het veranderen. Er zíjn nu invallen. Alleen: vaak gebeurt dat één keer. Dan zeg je als hennepboer: dat risico nemen we, die planten zijn in acht weken goed. Als je als gemeente na zes weken weer terugkomt, dán ben je de hennepteelt aan het bestrijden.''

Welk type kamp is getalsmatig in de meerderheid, het problematische of het brave?

,,Dat is heel moeilijk te zeggen. Ook de vraag hoeveel er in de hennepteelt zitten is moeilijk te beantwoorden. Je hebt ook mensen die een keer mee willen doen. Het EK-voetbal komt eraan en hun tv is kapot. Dan kopen ze wat planten en kopen ze van de opbrengst die broodnodige tv. Als er dan net een inval wordt gedaan, dan `wordt daar aan hennepteelt gedaan'.''

Is er ondanks de verschillen zoiets als een woonwagencultuur?

,,Ja, dat is een verzetscultuur. De houding van de overheid kenmerkt zich door een vooruitgangscultuur. Kampers moeten net zo worden als wij. Werken voor een baas, naar school, participeren in de maatschappij. De woonwagenbewoners hebben een overlevingscultuur. Om het hoofd te bieden aan al die beperkingen van de overheid, die hen in huizen wilde stoppen.''

Dus het is toch de schuld van de overheid?

,,Nou nee, niet zoals het in de jaren zeventig werd gebracht. De woonwagenbewoners hebben ook hun verantwoordelijkheid. Het is zet en tegenzet. Er is een omslag opgetreden, waarna de woonwagenbewoners het initiatief namen. Zonder vergunning een loods bouwen en dan kijken wat er gebeurt. Een pony laten grazen op het weiland van een boer en kijken wat er gebeurt. En dat is dat de overheid zegt tegen die boer: laat maar, wij betalen het wel. Officieel heet dat opportunistisch gedogen: horen, zien en zwijgen. En dan zeggen de woonwagenbewoners: wat op het kamp gebeurt is voor het kamp, wat buiten het kamp gebeurt is voor de wet.

,,In 1999 is de Woonwagenwet afgeschaft. Er werd gezegd: het probleem is opgelost, we gaan de woonwagenbewoners nu als gewone burgers beschouwen. Dat was onzin, het was onmacht. De overheid heeft in het omgaan met deze groep een beperkt repertoire, gericht op integratie. Zij is in het conflict de zwakste partij. En ze leert niet van haar fouten.''