`Wal-Mart kleedt iedereen uit'

Zelfs Wal-Mart, het grootste bedrijf ter wereld met 1,5 miljoen werknemers, loopt tegen zijn grenzen aan. In een buitenwijk van Los Angeles stemde de buurt tegen de komst van een nieuwe vestiging.

Het assortiment van de nagelnieuwe Wal-Mart `nummer 1805', gelegen aan de rand van de woestijn bij Palm Springs, Californië, varieert van aardbeien tot zwembroeken, van autobanden tot tropische vissen en van bijbels tot geweerkogels. Je kunt er bovendien je haar laten knippen, een trouwring kopen, een bankrekening openen en een naam op je T-shirt laten borduren. En dat alles, zo belooft Wal-Mart, tegen lage – heel lage – prijzen.

,,Ik ben speciaal gekomen voor de plastic klerenhangers'', zegt Kathleen Lew, een gescheiden vrouw met vier kinderen, die op zaterdagochtend in de inpandige McDonald's een kop koffie staat te drinken. ,,Dertien hangers voor 88 cent, daar kan toch niemand tegenop?'' Omdat ze toch bezig was, voegt ze eraan toe, heeft ze meteen maar ingeslagen voor het weekend.

Is ze niet bang dat de nieuwe Wal-Mart – die alles heeft, tegen prijzen waar niemand tegenop kan – de lokale middenstand zal wegvagen, en daar alleen onderbetaalde wegwerpbanen tegenover zet? De Californische reageert enigszins verbaasd op de vraag. ,,Zou kunnen'', zegt ze uiteindelijk, een blik werpend op de honderden, hoofdzakelijk Latijns-Amerikaanse, families die een eindje verderop met enorme, overvolle winkelwagens voor de kassa's staan. ,,Maar ja, wat doe je ertegen?''

Om te zeggen dat Wal-Mart, 's werelds grootste en commercieel agressiefste winkelbedrijf, Amerikaanse consumenten in gewetensnood brengt, gaat wat ver. De klanten blijven toestromen naar de bijna drieduizend vestigingen in het land, het aandeel Wal-Mart blijft gewild op de New Yorkse beurs en een recente enquête onder topmanagers wees uit dat zij Wal-Mart als lichtend voorbeeld zien. Toch groeit het verzet tegen de discountketen, die berucht is om zijn keiharde handelspraktijken en efficiëntieoperaties tot op de dollarcent.

Hoe politiek Wal-Mart is geworden, bleek toen John Kerry, de Democratische presidentskandidaat, de winkelnaam gebruikte om aan te geven wat hem niet bevalt aan het ongebreideld kapitalisme dat de regering-Bush lijkt voor te staan: de export van banen, de erosie van sociale voorzieningen, de eenheidsworst in het Amerikaanse landschap. ,,Gewetenloos'', noemde hij Wal-Mart.

Kerry is niet de enige, en niet de eerste, die klaagt over Wal-Mart. Werknemers klagen dat ze te weinig betaald krijgen, vakbonden klagen dat ze geen voet aan de grond krijgen, leveranciers klagen dat ze worden uitgeknepen. En lokale politici klagen dat Wal-Mart de gemeenschap per saldo meer geld kost dan oplevert, omdat de overheid moet bijspringen voor Wal-Mart-werknemers in nood, aangezien het bedrijf zelf niet voor fatsoenlijke secundaire arbeidsvoorwaarden zorgt. Bovendien zou Wal-Mart gemeentes tegen elkaar uitspelen, zodat het concern de gunstigste belastingvoordelen kan afdwingen, en de belastingbetaler zou hiervan de dupe zijn.

,,Wal-Mart kleedt iedereen uit'', zegt Al Norman, een ziekenverzorger uit Greenfield, Massachussets, en ongekroonde koning van de anti-Wal-Mart-beweging. Deze maand publiceert hij The Case Against Wal-Mart, een soort handboek voor Wal-Mart-haters, waarin hij puntsgewijs de bezwaren opnoemt: van discriminatie tegen vrouwelijke werknemers (die geen promotiekansen zouden krijgen), tot stimulering van kinderarbeid (door steeds meer producten in te kopen in lagelonenlanden die het niet zo nauw nemen met de arbeidswetten), lakse veiligheidsvoorschriften (menig medewerker zou al letsel hebben opgelopen door vallende koopwaar) en talloze gevallen van onbetaald overwerk, waaronder een recent incident waarbij een Wal-Mart-manager medewerkers had opgesloten om te voorkomen dat ze naar huis zouden gaan voordat het werk klaar was. Het zal niemand verbazen dat Wal-Mart met honderden rechtszaken per jaar verreweg de meest aangeklaagde onderneming is van Amerika. Norman: ,,Het bedrijf ziet er van buiten aardig en aantrekkelijk uit, maar van binnen is het een meedogenloze winstmachine.''

Wal-Mart heeft zich altijd verweerd tegen dit soort aanvallen door te wijzen op de verbetering van de levensstandaard die de winkelketen brengt. Gezinnen die shoppen bij Wal-Mart – veelal minder bedeeld – zouden jaarlijks honderden dollars besparen op kosten van levensonderhoud. Bovendien zou de keten voor extra banen zorgen, en voor broodnodige belastinginkomsten voor armlastige gemeenten, die daarmee bijvoorbeeld nieuwe buurthuizen kunnen bouwen. Voor wie geen enkele opleiding heeft, of een opleiding zonder carrièreperspectief, is een Wal-Mart-baan altijd nog beter dan geen baan. En hoewel bijna de helft van alle nieuwe Wal-Martians er binnen een jaar mee ophoudt, maken bovengemiddeld presterende studenten die beginnen als vakkenvuller grote kans door te stromen naar een hoge functie.

Deze argumenten konden de bewoners van Inglewood, een buitenwijk van Los Angeles, niet overtuigen. Zij stemden eerder deze maand met een grote meerderheid tegen een nieuw Supercenter, een warenhuis annex supermarkt waarmee Wal-Mart de voedingsmiddelensector wil veroveren. Wal-Mart, zelf fel gekeerd tegen bemoeienissen door vakbonden, probeerde door middel van een referendum de gemeentepolitiek te passeren, die een jaar had dwarsgelegen tegen de plannen. Wal-Mart dacht met bouwen te kunnen beginnen zonder de vereiste vooronderzoeken te verrichten en inspraakprocedures te volgen. Dat viel tegen.

,,Het is niet zo'n big deal'', zo reageerde Wal-Marts vice-president voor relaties met overheden, Robert McAdam, een dag na de tegenslag in Inglewood. ,,Wij zullen manieren vinden om winkels te bouwen.''

[vervolg op pagina]

Wal-Mart wil in Californië in drie tot vijf jaar veertig Supercenters openen, vier voetbalvelden groot, honderdduizend artikelen in de schappen, 24 uur per dag open, zeven dagen per week. Maar vooral in stedelijke gebieden, zoals San Francisco, San Diego en Los Angeles wordt gewerkt aan gemeentelijke verordeningen die zogenaamde big box-winkels moeten tegengaan. Als een winkel groter is dan tienduizend vierkante meter (twee voetbalvelden), en meer dan 10 procent van zijn omzet haalt uit supermarktartikelen, krijgt die geen bouwvergunning. Wal-Mart heeft een leger advocaten aan het werk gezet om deze verordeningen aan te vechten. Vorige maand boekte het al een overwinning, in Contra Costa bij San Francisco.

,,Ik hoor al jaren dat big box-winkels de kleine jongens platwalsen. Maar ik merk er niks van'', zegt Allan Silverman, die zes stomerijen runt, waarvan eentje nota bene pal naast de spiksplinternieuwe Wal-Mart-vestiging in Palm Springs. ,,Sterker nog, deze nieuwe Wal-Mart brengt mij alleen maar nieuwe klanten.'' Wat als Wal-Mart zelf een stomerij begint? ,,Dat kunnen ze niet'', glimlacht Silverman, ,,want ik heb de meeste stomerijen in de omtrek in handen.''

Kenneth Stone, een econoom van de universiteit van Iowa, onderzocht in 1988 wat er gebeurt met een lokale economie als Wal-Mart zich aandient. Hij nam de BTW-opgaven uit tien gemeentes voor en na de komst van een Wal-Mart, en vergeleek die met 45 gemeentes zonder Wal-Mart. Wat bleek? De gemeentes met een Wal-Mart fungeerden inderdaad (zoals Wal-Mart zelf volhoudt) als een magneet: klanten kwamen vanuit omliggende stadjes aanzetten om er te winkelen, en zorgden voor extra omzet voor horeca en winkels waarmee Wal-Mart niet concurreerde, zoals meubelzaken. Maar wat er ook uit volgde was dat de detailhandel die wel met Wal-Mart om klanten vocht, zoals drogisterijen, liefst 75 procent van hun handel zagen wegvloeien.

Afgezien van zijn naakte omvang – Wal-Mart is groter dan zijn belangrijkste concurrenten Target, K-Mart, Carrefour en Ahold samen – is het vooral de snelheid waarmee dit bedrijf uit Bentonville, Arkansas de afgelopen vijftien jaar is gegroeid die indruk maakt. Het aantal winkels verdriedubbelde tot 4.000 wereldwijd, het aantal werknemers verachtvoudigde tot 1,5 miljoen, de omzet vertienvoudigde tot 256 miljard dollar. Al in 2000 groeide Wal-Mart uit tot de grootste werkgever, na de overheid, in zowel de VS, als Canada en Mexico.

Die enorme expansie is het werk van David Glass, de man die Wal-Mart leidde na de dood van oprichter Sam Walton in 1992. Glass dacht meer in het groot dan Walton. Hij keek meteen over de grens, en combineerde organische groei met overnames gefinancierd met vreemd vermogen. Alsof Glass een spelletje Risk speelde, veroverde Wal-Mart in de jaren negentig landen in Midden- en Zuid-Amerika, Europa en Azië. Van China (nu 35 winkels) wordt op dit moment het meeste verwacht, omdat Wal-Mart er de ruimte krijgt, of anders maakt, om het succes in de Verenigde Staten over te doen. ,,Er zijn steeds meer mensen met geld in China'', aldus Glass in een recent interview met Fortune. ,,Tegen de tijd dat het een grote wereldmacht is hebben wij een enorme voorsprong op de concurrentie.''

Wal-Marts internationale uitbreiding verliep niet overal even soepel. Een poging om een voet aan de grond te krijgen in Indonesië werd vroegtijdig gestaakt. In Duitsland bleek het bedrijf niet opgewassen tegen de machtige Aldi-keten, en evenmin tegen de rigide arbeids- en winkelsluitingswetten (mutatis mutandis geldt dit voor Nederland, waar Wal-Mart volgens een woordvoerster vooralsnog geen plannen heeft).

Toen een rechter de Duitse Wal-Mart gebood om zijn prijzen voor levensmiddelen te verhogen, wegens oneerlijke concurrentie, schudde men in Arkansas het hoofd. In de Verenigde Staten gaat de mededingingswet uit van de klant in plaats van de onderneming. Wal-Marts grote marktaandeel in de VS wordt pas problematisch als het bedrijf zijn monopoliepositie misbruikt door de prijzen kunstmatig hoog te houden.

,,Mijn oordeel over Wal-Mart is positief, omdat ze hun kosten zo goed weten te beheersen'', zegt Chad Syverson, een econoom aan de Universiteit van Chicago, bekend om zijn vrije marktdenkers. ,,Zelfs consumenten die nooit bij Wal-Mart winkelen hebben plezier van Wal-Mart, omdat concurrenten gedwongen zijn hun prijzen aan te passen.'' Dit wordt ook wel het Wal-Mart Effect genoemd, dat aanzienlijk heeft bijgedragen aan de lage inflatie in de VS.

In gebieden waar Wal-Mart concurreert met andere winkelketens ligt het gemiddelde prijspeil 14 procent lager, zo blijkt uit onderzoek van zakenbank UBS Warburg. Volgens sommige critici laat Wal-Mart de prijzen echter weer vieren in gebieden waar de keten de enige aanbieder is, maar dit heeft, mocht het waar zijn, tot nog toe niet de aandacht van justitie getrokken. Wel werd Wal-Mart gedwongen zijn slogan `The lowest prices. Always' te veranderen in `Low prices. Always' nadat concurrenten hadden geklaagd over misleidende reclame. Wal-Mart is goedkoop, maar niet altijd de goedkoopste.

Hoe houdt Wal-Mart zijn prijzen zo laag? Sam Walton, zoon van een hypotheek-agent uit Oklahoma en een geboren handelaar, was in feite een veredelde marktkoopman, die grote partijen inkocht en die zo snel mogelijk moest zien kwijt te raken. Volgens de overlevering maakte hij voor zijn eerste zaak in Arkansas in 1962 geen gebruik van groothandels en distributeurs omdat die er niet of nauwelijks waren in dit dunbevolkte midden van de VS. Noodgedwongen werd hij groot- en detailhandel tegelijk. Hierdoor kon hij wat hij bij de inkoop bespaarde, doorgeven aan de consument in de vorm van lage prijzen.

Het Wal-Mart-concern doet nu hetzelfde op grotere schaal. Het inkopen geschiedt via geavanceerde computersystemen. Wal-Mart heeft door zijn omvang een cruciaal strategisch voordeel bij onderhandelingen met zijn duizenden leveranciers, die een paar keer per jaar hun waar mogen komen venten in kale, raamloze kantoortjes in Bentonville. Wal-Mart eist steevast een hogere kwaliteit, of een lagere prijs. Dat principe heet `Plus one'.

Wal-Mart mag dan nog geen monopolist zijn – hoewel in de VS zijn belangrijkste concurrent K-Mart op sterven na dood is en de winkelketen Target zich op een hoger marktsegment richt – het lijkt er wel op dat het bedrijf een zogenaamd monopsy heeft: dat wil zeggen, het is de enige of belangrijkste afnemer van veel leveranciers. Procter & Gamble, een van de grootste producenten in de levensmiddelensector, zet bijvoorbeeld 17 procent van zijn producten af bij Wal-Mart. Voor kleinere fabrikanten ligt dat percentage nog veel groter. Continu lopen zij het risico dat Wal-Mart overschakelt op goedkopere leveranciers, met name uit lagelonenlanden, en, helemaal pijnlijk, dat Wal-Mart er vervolgens een van zijn eigen huismerken op plakt, zoals Sam's Choice.

Het blad BusinessWeek meldde dat Wal-Mart dit jaar de duimschroeven op zijn leveranciers iets heeft losgedraaid. Gebleken is dat de prijsverlagingen in de winkels niet hebben geleid tot de gewenste omzetstijging. Dan is Wal-Mart de laatste om een dief van de eigen portemonnee te zijn.

Walton, die bij zijn dood in 1992 ruim een derde van de onderneming naliet aan zijn vrouw en vier kinderen (die dus nu één voor één in Forbes' top tien van rijkste Amerikanen staan), liet zijn immense, lage winkelpanden ver buiten de stad bouwen. Dat was goedkoper, en bood plaats aan gigantische parkeerplaatsen. Wall Street Journal-journalist Bob Ortega beschrijft in zijn kritische bedrijfsgeschiedenis In Sam We Trust. How Wal-Mart is Devouring America hoe Walton vanuit zijn sportvliegtuigje op open plekken loerde, meteen landde, de boel opmat en begon te onderhandelen met de landeigenaar en de gemeente. Het idee om zijn goedkope warenhuis ook te voorzien van een supermarktafdeling had Walton afgekeken van het Franse Carrefour, die furore maakte met zijn hypermarchés, onder andere in Zuid-Amerika en, later, in de VS zelf.

Het is alleen mogelijk onder de prijzen van de concurrentie te duiken als je weet wat die prijzen zijn. Daarom trok Walton er vaak zelf op uit, met bloknoot of taperecordertje, om de prijzen bij de concurrentie te checken. Concurrerende price checkers die een kijkje willen nemen bij Wal-Mart, worden echter tot op de dag van vandaag de deur gewezen.

Er was veel voor nodig om de uiterst zuinige kruidenier Walton te overtuigen van de noodzaak van een miljoenen-investering in technologie, maar ook dat heeft Wal-Mart een voorsprong op de concurrentie gegeven. Wal-Mart was een van de eerste bedrijven in de VS die er een privé-satellietsysteem op nahielden, waarmee in de jaren tachtig al in real time informatie kon worden uitgewisseld tussen filialen en met leveranciers en transporteurs. Het was voorts een kwestie van geluk dat Wal-Mart gokte op het succes van de Unique Product Code, beter bekend als streepjescode, voor het scannen van producten aan de kassa, en niet op het omslachtige Optical Character Recognition. Wal-Marts informatiesystemen maakten een superefficiënte goederenstroom mogelijk.

Vanuit puur kapitalistisch oogpunt gezien bestond Sam Waltons genialiteit er uit dat hij inzag dat alles uiteindelijk draait om de werknemers, of, zoals ze bij Wal-Mart worden aangeduid: associates (een mooi woord voor medewerkers). Loonkosten vormen immers een bedreiging voor het bedrijfsresultaat in deze bedrijfstak die het moet hebben van piepkleine marges. Wal-Mart houdt zijn loonkosten zo laag mogelijk. Werknemers verdienen gemiddeld 8 à 9 dollar, ofwel 20 procent minder dan winkelpersoneel dat bij een vakbond is aangesloten. Een werkweek duurt niet langer dan 32 uur. Secundaire arbeidsvoorwaarden zijn minimaal. Loyaliteit wordt gestimuleerd door groepsactiviteiten (waaronder geld ophalen voor goede doelen, dat scheelt Wal-Mart weer), en een company cheer (,,Gimme a `W', gimme an `A', gimme an `L'...''), maar vooral door een winstdelingsprogramma, dat na een jaar diensttijd van start gaat. Niettemin houdt liefst 44 procent van alle Amerikaanse associates, bijna een miljoen in aantal, het binnen een jaar voor gezien. Eind jaren negentig was het verloop zelfs 70 procent.

Wie een paar uur rondhangt in een Wal-Mart krijgt langzaam maar zeker inzicht in de Wal-Mart-cultuur, die dwangmatig klantgericht is. Bij de voordeur staat de zogenaamde people greeter, vaak een wat oudere dame, die klanten verwelkomt en uitzwaait (en moet voorkomen dat klanten vergeten te betalen). Volgens de zogenaamde Ten Foot Rule moeten associates altijd lachen naar een klant die binnen een straal van drie meter staat, vragen of die hulp nodig heeft en hem of haar bedanken voor het winkelen bij Wal-Mart.

,,Hé, wil je me met rust laten, ik heb pauze'', snauwt een Wal-Mart-schoonmaker genaamd Joseph, die op een bankje in de Supercenter in Palm Springs in zijn eentje voor zich uit zit te kijken. De vraag was of het werk hem bevalt. Andere medewerkers reageren eveneens verschrikt als ze worden aangesproken. Ze mogen niet met elkaar kletsen, of een beetje staan te lummelen, anders krijgen ze straf van de filiaalmanager. Vele verhalen doen de ronde over medewerkers die zijn ontslagen omdat ze drie keer te laat kwamen, of werden betrapt bij het graaien uit een open zak chips. Om nog maar te zwijgen van softdrugsgebruik en diefstal. Shrinkage, zoals omzetverlies door onder andere diefstal wordt genoemd, is een groot probleem voor Wal-Mart, al wil de woordvoerster niet zeggen hoe groot.

Sollicitaties – Wal-Mart heeft altijd nieuwe mensen nodig – verlopen via een computer bij de klantenservice. ,,Vul in hoeveel je wilt verdienen'', vraagt de computer. Er wordt niet bij vermeld dat het minimumloon in Californië 6,75 dollar bedraagt (het landelijk minimumloon is 5,15 dollar). Hoewel Wal-Mart zijn medewerkers volgens de wet niet mag verbieden om zich te organiseren, doet het bedrijf er alles aan om ze ervan te doordringen dat een vakbond niet nodig is.

Voor openhartige meningen moet je op internet zijn. ,,De stress loopt de spuigaten uit'', schrijft een medewerkster onder een schuilnaam op de site van de Industrial Workers of the World. In de 21 jaar dat ze bij Wal-Mart werkt, heeft ze haar uurloon zien stijgen van 4 naar 17 dollar. Ze was van plan om met pensioen te gaan, totdat bleek dat ze dan niet meer verzekerd zou zijn voor ziektekosten.

Ze fulmineert tegen de hebzucht van haar werkgever. ,,Het enige wat Wal-Mart wil is miljarden verdienen en de winkels runnen met een minimale bezetting. Wij moeten knokken voor een loonsverhoging, we hebben dag in dag uit te maken met lompe klanten, en nou wil Wal-Mart ook nog dat we onze medewerking verlenen aan een reclamespot. Gratis.''

Wal-Mart geeft zowel marxisten als kapitalisten iets om over na te denken. Marxisten zien bewijs voor hun theorie van exploitatie en Verelendung, alhoewel de revolutie onder werknemers uitblijft. Kapitalisten kunnen wijzen op de glorie van de vrije markt, die Wal-Mart in staat stelt consumenten overal ter wereld waar voor hun geld te geven.

Troubadour Dave Lippman, die het land doortrekt om `I Hate Wal-Mart'-liedjes te zingen, geeft het dilemma treffend weer. ,,Ik kan duizend redenen bedenken tegen Wal-Mart. Maar wie ben ik om een arme moeder te verbieden daar te winkelen?''