Vrouwtjesbavianen vestigen nieuwe sociale cultuur na ziekte

Bij een groep wilde Groene bavianen (Papio anubis) in Kenia is een blijvende grote verandering in sociaal gedrag ontstaan nadat in 1983 door een toeval de agressiefste mannetjes stierven aan tuberculose. Het grote verschil is dat laag geplaatste mannetjes veel minder geterroriseerd worden dan in andere groepen, een verschil dat ook af te lezen is aan de hoeveelheid stresshormoon en de stressreacties bij deze laagst geplaatsten. De dominantie-hiërarchie is echter niet minder stabiel geworden. Volgens de primatologen Robert Sapolsky en Lisa Share, die deze ontdekking deden, heeft deze blijvende verandering duidelijk gemaakt dat er sociale cultuur bij niet-menselijke primaten bestaat. De cultuur wordt waarschijnlijk overgedragen door de vrouwtjes in de groep (Public Library of Science Biology, april).

De blijvende verandering kan niet worden geweten aan een genetische verandering omdat bij deze bavianensoort de mannetjes weggaan naar andere groepen. Inmiddels zijn alle mannetjes in de groep geboren in andere groepen waar de agressieve cultuur nog bestaat. Tot nu werd cultuur (niet-genetische overdracht van gedrag aan de volgende generatie) bij primaten alleen gevonden in geografische verschillen in technieken om noten te kraken of termieten te eten.

Het nieuwe sociale gedrag kan niet worden veroorzaakt door het feit dat de groep (nog altijd) een ongelijke sekse-verhouding heeft: er zijn twee keer zoveel vrouwtjes als mannetjes. Bij andere groepen met dezelfde ongelijke verdeling komt het `nieuwe' gedrag niet voor.

Concreet bestaan de veranderingen eruit dat bij deze groep de hoger geplaatste mannetjes minder vaak de confrontatie aan gaan met veel lager geplaatsten. Ook gaan hoger geplaatsten relatief vaak opzij voor lager geplaatsten, iets wat bij andere bavianengroepen vrijwel nooit voorkomt. Ook mengden de mannetjes zich vaker onder de vrouwtjes en werden ze vaker gevlooid. Het seksuele gedrag en het hiërarchische systeem als zodanig zijn niet veranderd.

De nieuwe mannetjes die zich bij de groep aansluiten worden niet anders behandeld dan in andere bavianengroepen gebruikelijk is, op een belangrijk verschil na: ze worden veel vriendelijker behandeld door de vrouwtjes. Ze kunnen dichter bij hen zitten en ze worden ook vaker door vrouwtjes gevlooid dan in andere groepen. Sapolsky en Share vermoeden daarom dat in het contact met de vrouwtjes een mechnanisme moet liggen om het andere sociale gedrag te verklaren. Kennelijk vallen de nieuw aangekomen mannetjes door deze benadering terug op een ander gedragspatroon dan gebruikelijk. Van imitatie of instructie van de sociale regels is hoogstwaarschijnlijk geen sprake.

De onderzoekers vermoeden overigens dat het hele nieuwe systeem ernstig verstoord zou kunnen raken wanneer zich twee nieuwe, nog niet `aangepaste' mannetjes tegelijk bij de groep zouden aansluiten. Samen zouden die hun oude agressieve gedrag veel moeilijker kunnen afleggen, met een groeiende agressie van de andere mannetjes als gevolg. Even goed houden Sapolsky en Share het voor mogelijk dat twee mannetje uit deze groep die samen aankomen bij een andere groep, dáár een minder agressieve cultuur zouden kunnen doen ontstaan

De agressieve mannetjes stierven indertijd allemaal binnen een paar jaar omdat juist dat deel van de bavianen altijd voedsel ging halen bij een afvalberg bij een toeristenverblijf dat begin jaren tachtig vlakbij hun leefgebied bestond. Dat menselijk afval lag op het gebied van een naburige bavianentroep. Alle daar etende bavianen stierven van 1983 tot 1986 aan tuberculose, omdat de afvalberg besmet was geraakt. Andere apen werden niet besmet. De hiërarchie van de onderzochte groep bleef wel in stand, omdat de agressiefste apen niet per se de hoogste in rang waren. Maar de hoeveelheid mannetjes was gehalveerd. Al snel viel het de onderzoekers op dat de sfeer in de groep veranderd was, maar ironisch genoeg werd juist door deze drastische verandering de observatie beëindigd en werden er alleen nog jaarlijkse tellingen gehouden. Toen in 1993 ondekt werd dat de cultuurverandering nog altijd bestond, werden de observaties hervat.